Jij en je personeelsleden mogen niet: Het vertrouwen van het publiek schaden of afbreuk doen aan de eer en waardigheid van een functie in het onderwijs. Geschenken, giften, beloningen of voordelen aanvaarden. Het gezag van een functie in het onderwijs aanwenden voor politieke of commerciële doeleinden.
De afwezigheid van wangedrag. Dat wil zeggen wat niet mag: niet met spullen gooien, niet met je ogen rollen naar de leraar, niet vloeken, niet schelden, niet duwen, pesten of vechten. Positief gedrag. Dit zijn alle gewoontes die ervoor zorgen dat leerlingen kunnen floreren als leerling en als mens.
Vaste afspraken, regels en routines, duidelijke verwachtingen, heldere structuren en kaders zorgen voor voorspelbaar leerkrachtgedrag. Leerlingen weten waar ze op kunnen rekenen.
Voorbeelden van strafbare feiten
Geweldpleging: Dit omvat fysiek geweld tegen medeleerlingen of personeel. Diefstal: Het stelen van eigendommen van anderen, zoals persoonlijke bezittingen van medeleerlingen of schoolmateriaal. Vandalisme: Het opzettelijk beschadigen van schoolgebouwen of -eigenschappen.
Er bestaat geen wetgeving die hier iets over zegt. Wel is het zo dat dat scholen straffen mogen opleggen, zolang die 'redelijk' en 'proportioneel' zijn. Een telefoon een week lang in bewaring nemen is waarschijnlijk disproportioneel.
De school mag een straf of een sanctie geven als een leerling de leefregels overtreedt. De school heeft heeft namelijk een zekere vrijheid om eigen leefregels en een sanctiebeleid op te stellen. Die informatie staat in het schoolreglement.
Zo is het niet toegestaan dat een school haar leerlingen algemeen verbiedt om naar het toilet te gaan tijdens de lesuren. Een leerling moet altijd de mogelijkheid hebben om naar het toilet te gaan, ook tijdens de lesuren wanneer uw toiletbezoek niet kan wachten tot de pauze.
De wet bepaalt of een strafbaar feit een misdrijf of een overtreding is. Overwegend geldt dat ernstige strafbare feiten misdrijven zijn en de overige feiten overtredingen.
Bespreek uw klacht altijd eerst met degene die er direct bij betrokken is. Vraag de directie van de school eventueel om te bemiddelen. Ook kunt u het schoolbestuur inschakelen. Biedt dit geen oplossing, dan kunt u een officiële klacht indienen bij de klachtencommissie van de school.
Onder lerarengedrag verstaan ​​we de instructieve acties en interacties die leraren in de klas vertonen. Deze worden bestudeerd om inzicht te krijgen in de impact ervan op de leerresultaten van leerlingen .
Praat luid en duidelijk. Gebruik niet te veel moeilijke woorden. Zorg er ook voor dat je overtuigend overkomt: de directie of leerkracht moet het idee krijgen dat wat jij vertelt, een goed idee is. Dat doe je door enthousiast te praten.
Ieder kind moet naar school kunnen gaan. Kinderen moeten gratis naar de basisschool kunnen. Ze moeten ook zoveel mogelijk voortgezet onderwijs en hoger onderwijs kunnen volgen, als zij dat willen. Een leraar mag niet schreeuwen tegen een kind, en ook mag een leraar een kind niet slaan of uitschelden.
Redenen voor schorsing kunnen zijn: voortdurend storend, agressief gedrag, hevige conflicten of gedrag waardoor de veiligheid van andere leerlingen niet gewaarborgd kan worden. In het basisonderwijs mag een leerling voor maximaal één week worden geschorst.
Nee, dat mag niet zomaar.Je moet toestemming geven om jouw spullen te laten controleren. Je moet zelf ook aanwezig zijn bij de controle. Enkel de politie mag zonder toestemming controles uitvoeren.
Een docent mag een mobieltje niet fysiek afpakken; hij of zij mag het toestel dus niet uit de hand van de leerling grissen of loswrikken. De docent kan wel eisen dat het toestel wordt afgegeven op straffe van een schorsing van de betreffende leerling.
Mag een leraar een leerling laten nablijven? Een docent mag iemand laten nablijven. In de onderwijswetten zijn hier geen regels over vastgelegd. Middelbare scholen mogen de regels zelf opstellen.
Ja, dat mag.Regels rond het 'naar toilet gaan' kan de school volledig zelf opstellen. Je leerkracht mag het dus verbieden om tijdens de les naar het toilet te gaan. Veel scholen hebben te kampen met vandalisme in de toiletten en passen daarom strenge regels toe voor toiletbezoeken tijdens de lesuren.
Verwijtbaarheid is als de ouders niets of niet genoeg doen om het verzuim te stoppen. Bij verwijtbaarheid zijn de ouders of verzorgers wettelijk strafbaar.Een leerling van twaalf jaar of ouder kan ook zelf strafbaar zijn. De leerplichtambtenaar kan een proces-verbaal opmaken.
Passende straf
Laat je kind de rommel opruimen, repareren wat kapot is gemaakt, of meebetalen van het zakgeld. Leuke, fijne dingen afnemen of privileges intrekken. Denk bijvoorbeeld aan een internet- of telefoonverbod, het bankpasje inleveren, huisarrest, geen tv mogen kijken, of niet mogen logeren bij vrienden.
Positieve bestraffing is een veelvoorkomende vorm van discipline die snel volgt op ongewenst gedrag door iets negatiefs te presenteren met als doel te voorkomen dat het ongewenste gedrag opnieuw optreedt . Positieve bekrachtiging is het toevoegen van iets, terwijl bestraffing het verminderen of onderdrukken van gedrag is.
Ongeoorloofd verzuim
Scholen zijn wettelijk verplicht om verzuim te melden aan de leerplichtambtenaar bij een ongeoorloofde afwezigheid van 16 uur of meer in een periode van 4 weken.
Je bent, net als alle andere leerlingen, verantwoordelijk voor de netheid in en om het gebouw. Leerlingen van leerjaar 2, 3, 4 en 5 helpen bij het corvee. Het rooster voor corvee wordt verzorgd door de medewerkers van de receptie.
Artikel 5.5 Als een leraar, (zonder dit van te voren te hebben aangegeven), meer dan 10 minuten te laat is, vervalt deze les, mits dit door de klassenvertegenwoordiger gemeld wordt bij de SL of coördinator leerling-zaken. Er kan nl. overmacht in het spel zijn waardoor de les toch doorgaat.