In 1950 kostte een brood in Nederland gemiddeld rond de 30 tot 40 cent (in guldens), wat omgerekend naar de huidige valuta neerkomt op ongeveer €0,14 tot €0,18. Plezierig50+
De prijzen op de zwarte markt stegen nu gigantisch. In december 1944 kostte een brood 15 gulden en tegen het einde van de oorlog 40 gulden, 210 keer zoveel als de officiële prijs.
(Brood wordt dus gewoon 5 gulden dan :) )
CBS-cijfers
Het CBS heeft ook een staatje met broodprijzen, waaruit valt af te lezen dat brood altijd een relatief goedkoop product is geweest en gebleven. In 1970 kostte een brood €0,36, in 1980 €0,79 en in 2002 €1,38.
Een wit brood kostte begin jaren zeventig 27 cent . Vandaag de dag kost datzelfde brood ongeveer $1,85.
De huidige gemiddelde prijs van een Gulden 1950 is € 53.
Een liter benzine kostte in 1962 45 cent oude centen. Benzine was ongeveer zo duur als een liter melk (42 cent) en een witbrood (46 cent). In de drie daaropvolgende decennia gingen de benzine-en melkprijs gelijk op. Maar de broodprijs steeg veel harder.
1980: € 1,36. 1985: € 1,88. 1990: € 1,90. 1995: € 2,30.
Randstad. Binnen bezet gebied was de situatie het ergst binnen de grote steden in de Randstad. De voedselschaarste was soms zo groot dat mensen zelfs honden, katten, bloembollen en suikerbieten aten. Wegens gebrek aan brandstof werden geteerde houtblokjes tussen de tramrails weggesloopt.
Soldaten aten in die tijd vooral groentesoep, soldatenbrood en bonen. Aardappels waren er toen nog niet. De Voedingsraad adviseerde destijds om groente en fruit in te maken voor de winter. "Ook kreeg men het advies om voedsel te garen in een hooikist, om zo het brandstofgebruik te beperken."
Het eten was goedkoop en simpel. De warme maaltijd bestond voornamelijk uit aardappelen, groente en (een klein beetje) vlees. Gerechten als stamppot, bruine bonensoep, watergruwel, hangop en rijstebrij waren aan de orde van de dag.
Kostte een biertje in 2000 nog 2,82 gulden ( = 1,28 euro ), in 2009 was dit 1,94 euro.
Regeringsbrood (ook wel regeringswit of regeringstarwe genoemd) was tot 1960 een begrip. Het stamde uit de Eerste Wereldoorlog en was een noodgreep van de overheid toen de invoer van graan door de oorlog zo goed als stil was komen te liggen.
Koffie op het terras: Een kopje koffie kostte in 1970 slechts ƒ0,35. In 2025 betaalt u tussen de €3 en €4.
“Volgens The Guardian[1] was de gemiddelde woningwaarde in de VS in 1960 $11.900, wat overeenkomt met ongeveer $98.000 in de huidige dollar.
Voor rond bruin brood betaal je momenteel €1,66. Als je dat wederom vergelijkt met 1974 kom je op een bedrag van (ongeveer) 0,39 gulden (€0,18).
De waarde van een 'mule'-bankbiljet van $100 uit 1950 van de Federal Reserve varieert aanzienlijk, afhankelijk van de staat, zeldzaamheid en vraag op de verzamelaarsmarkt. Bankbiljetten in een lagere kwaliteit kunnen nog steeds enkele honderden dollars opbrengen, terwijl exemplaren in bijna perfecte (AU) of bijna perfecte (UNC) staat op een veiling duizenden dollars kunnen opleveren .
Ik wil je niet teleurstellen maar het kwartje van 1950 heeft een waarde van ongeveer 2 euro.
In 1955 kon je nog steeds een enkel T-shirt met ronde hals kopen voor 79 cent (ongeveer € 6,87), vier T-shirts met ronde hals voor € 3 (ongeveer € 26,08) of een "nieuw V-hals T-shirt" voor 98 cent (ongeveer € 8,52). In 1970 varieerden de prijzen van losse shirts van € 1,49 tot € 2 (ongeveer € 8,95 tot € 12,01) , maar verpakkingen van drie waren duidelijk populairder bij Sears en kostten tot wel € 5,31 (ongeveer € 31,88).
Een brood voor 1,40, een kilo runderlappen voor een tientje en een liter benzine voor 1,05.
Dat komt deels door schaarste, en deels door zeer hoge transportkosten. Zo zijn alleen de containerkosten al vijf keer zo duur geworden. Daar bovenop komen ook nog de toegenomen energie- en brandstofprijzen.