Soms houdt een kind langdurig last van klachten na traumatische gebeurtenissen.Er kan dan sprake zijn van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dit kan worden vastgesteld na onderzoek door een BIG geregistreerd gedragswetenschapper, arts of psychiater.
Gedrag en gevoelens
Je verliest snel je geduld en bent snel boos. Je hebt last van plotselinge huilbuien. Je schrikt snel en bent overgevoelig voor elke onverwachte situatie of gebeurtenis. Je zoekt gevaarlijke situaties op; je gaat bijvoorbeeld veel te hard rijden.
Herbelevingen worden meestal uitgelokt (getriggerd) door een zogenaamde 'trigger'. Dit kan gaan om subtiele dingen, zoals een geur of de klank van iemands stem.
Bij kinderen kunnen we dit herkennen wanneer er na een trauma onmiddellijk chaotisch of geagiteerd gedrag optreedt. Daarnaast ook te herkennen aan nachtmerries, het steeds opnieuw beleven van de gebeurtenis, angst, verhoogde prikkelbaarheid. De kenmerken van PTSS, het kind heeft vaak: nachtmerries.
Een trauma herkennen
Je hebt last van sombere gevoelens en/of huilbuien en vaak ben je voortdurend gespannen. Een traumatische ervaring kan leiden tot het hebben van flashbacks van de gebeurtenis, herbelevingen van de gebeurtenis overdag of in je slaap.
Ouders moeten redelijke en consistente grenzen en verwachtingen stellen en lof gebruiken voor wenselijk gedrag . Neem gedrag niet persoonlijk. Laat het kind zijn of haar gevoelens voelen zonder oordeel. Help hem of haar woorden en andere acceptabele manieren te vinden om gevoelens te uiten, en geef lof wanneer deze worden gebruikt.
Tips voor naasten
Laat iemand met een posttraumatische stress-stoornis zijn of haar verhaal doen. Luister aandachtig en oordeel niet. Het kost tijd om te herstellen van een trauma. Zeg dus niet “het gaat vast snel over” en schep geen valse verwachtingen.
Tekenen van trauma bij een kind zijn onder andere een obsessie met de dood of veiligheid en problemen met slapen, eten, aandacht en het reguleren van emoties .
Ze cijferen zichzelf helemaal weg of zijn juist agressief en hebben beperkte sociaal-emotionele vaardigheden. Veel KOPP/KOV-kinderen hebben psychosomatische problemen, zoals terugkerende hoofdpijn- en buikpijnklachten, misselijkheid, slaapproblemen en eetproblemen. Ook kunnen ze last hebben van separatieangst.
Verschillende gebeurtenissen kunnen traumatisch zijn voor een kind; Ruzies of geweld tussen ouders, (seksueel) mishandeld worden, ernstige ziekte, een ongeluk meemaken of gepest worden. Het kan zijn dat je kind gelijk na de gebeurtenis last heeft van nare gevoelens, maar ook dat hij dit pas later merkt.
Als je iets engs of schokkends (een traumatische gebeurtenis) meemaakt en dat niet goed verwerkt, dan kun je PTSS (posttraumatische stressstoornis) ontwikkelen. Het voelt dan alsof de nare gebeurtenis je achtervolgt met nachtmerries en levensechte herinneringen (flashbacks).
Over het algemeen worden PTSS-symptomen gegroepeerd in vier typen: opdringerige herinneringen, vermijding, negatieve veranderingen in denken en stemming, en veranderingen in fysieke en emotionele reacties . Symptomen kunnen in de loop van de tijd variëren of van persoon tot persoon verschillen.
Complexe PTSS kan de levensduur met 20 jaar verkorten
Uit onderzoek in het American Journal of Preventive Medicine blijkt dat mensen die zes of meer trauma's uit hun jeugd hebben meegemaakt, 20 jaar korter leven dan mensen met vijf of minder trauma's uit hun jeugd.
Voor sommige kinderen kan trauma leiden tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Maar kinderen kunnen herstellen van een trauma . Er is therapie die kan helpen. Kinderen hebben ook extra steun en troost van hun ouders nodig.
Kinderen jonger dan 7 jaar kunnen minder goed vertellen wat ze voelen. Maar er zijn wel andere signalen dat ze problemen hebben. Als de klachten na 4 weken niet minder worden, kan het een posttraumatische stressstoornis zijn (PTSS). Kinderen vanaf 7 jaar krijgen dezelfde behandeling als volwassenen.
Luister naar uw kind. Neem hun zorgen en gevoelens serieus. Laat uw kind weten dat u graag wilt horen hoe het met hen gaat. Vertel uw kind over wat er is gebeurd op een manier die past bij hun niveau van begrip en zonder in angstaanjagende en lugubere details te vervallen.
De ACE-test, de negatieve ervaringentest voor de kindertijd of de traumatest voor de kindertijd, is een test met 10 vragen die alle niveaus van tegenslagen in de kindertijd bestrijkt, variërend van verwaarlozing, mishandeling, geestelijke gezondheid en structuur van het gezin . Het bestrijkt ook mishandeling binnen het gezin en opsluiting.
Een sombere stemming hebben of onverschillig zijn, niet over gevoelens praten. Opeens heel prikkelbaar zijn en in woede uitbarsten; gedragsproblemen hebben. Seksueel grensoverschrijdend gedrag laten zien. Moeite hebben met sociale contacten, ook in relatie met jou als onderwijsprofessional.
Verdrongen jeugdtrauma kan een significante impact op je leven hebben, zelfs als je je niet bewust bent van het trauma . Als je denkt dat je jeugdtrauma hebt verdrongen, zijn hier enkele manieren waarop je verdrongen jeugdtrauma kunt verwerken en de reis naar genezing kunt beginnen.
Complex trauma (type III) is een specifieke vorm van chronisch trauma. Dat komt voor als er verschillende traumatische gebeurtenissen zijn geweest die zijn begonnen toen een kind nog heel jong was en die veroorzaakt werden door volwassenen die voor het kind zouden moeten zorgen en het zouden moeten beschermen.
Kijk goed naar je kind en luister met volle aandacht. Geef je kind het gevoel dat hij/zij er niet alleen voor staat. Het vertrouwen en het gevoel van veiligheid kan een deuk hebben gekregen, maar het vertrouwen in jou als ouder kan onbeschadigd blijven.
Onverwerkte trauma symptomen
Je hebt last van stemmingswisselingen. Je zelfbeeld is laag. Je kan je emoties moeilijk onder controle houden. Je vindt het moeilijk om rust te nemen.