Parenterale geneesmiddelen zijn geneesmiddelen die via injectie of infusie worden toegediend. De toedieningsweg van parenterale geneesmiddelen passeert de biologische barrières tegen micro-organismen van vaak kwetsbare patiënten.
Parenterale voeding is voeding die via een infuus rechtstreeks in de bloedbaan komt. Er wordt een dun slangetje geplaatst in een groot bloedvat. Parenteraal betekent: buiten het maag-darmkanaal om.
Inleiding. Parenterale toediening van geneesmiddelen verwijst naar geneesmiddelen die via andere wegen dan het spijsverteringskanaal worden toegediend . De term parenteraal wordt meestal gebruikt voor geneesmiddelen die via injectie of infuus worden toegediend.
Enteraal betekent dat de toediening via het maag-darmstelsel plaatsvindt, parenteraal dat de toediening door een injectie of infuus plaatsvindt en topisch dat de toediening op een bepaalde plaats plaatsvindt.
Parenterale geneesmiddelen zijn alle geneesmiddelen die worden geïnjecteerd (intramusculair, sub- cutaan, intraveneus perifeer, intraveneus centraal, epiduraal, etc.).
Parenterale voeding wordt vaak gegeven aan mensen met matige tot ernstige maag-darmziekten en aan mensen die voedsel niet goed kunnen verteren of opnemen, zoals bij het kortedarmsyndroom, maag-darmfistels of darmobstructie .
Sublinguaal medicijnen toedienen
Het sublinguaal toedienen van medicijnen betekent dat het medicijn onder de tong gelegd wordt. Dit wordt veelal toegepast bij medicatie die snel opgenomen moet worden of wanneer medicatie niet door maagzuur aangetast mag worden.
TPN wordt altijd toegediend via een volumetrische infuuspomp. Op die infuuspomp wordt ingesteld hoeveel TPN uw kind moet toegediend krijgen (volgens het voorschrift van de arts).
Er zijn vijf veelgebruikte routes voor parenterale (andere route dan via het spijsverteringskanaal) toediening: subcutaan (SC/SQ), intraperitoneaal (IP), intraveneus (IV), intradermaal (ID) en intramusculair (IM) . Niet alle technieken zijn geschikt voor elke soort.
Onder parenterale toediening van medicatie wordt verstaan het toedienen van medicatie via injectie in de weefsels en het bloedsomloopstelsel .
Niet-parenteraal betekent alle methoden voor het toedienen van een therapeutische stof of medicijn aan een patiënt waarbij geen punctie van de huid of actieve toediening via de huid met behulp van een hulpmiddel plaatsvindt .
Voorbeelden van parenteraal toegediende medicijnen zijn onder andere insuline, opioïde analgetica, vaccins en antibiotica. De parenterale route is nuttig voor snelle toediening van medicijnen en voor het aanvullen van calorieën . De nadelen zijn onder andere ongunstige metabolische reacties en de kans op infectie.
Voorbeelden van daarvoor geschikte toedieningsvormen zijn de verschillende orale (tablet, dragee, capsule, drank) en parenterale toedieningsvormen (intraveneus, intramusculair, subcutaan, epiduraal, intrathecaal), de rectale (zetpil, klysma), sublinguale (tablet) en soms nasale (spray) en een transdermale ...
Parenterale therapie is vooral nuttig wanneer een patiënt geen orale medicatie kan of wil innemen of wanneer een snelle start van de therapeutische werking noodzakelijk is, zoals toediening van adrenaline aan een patiënt met een ernstige allergische reactie.
Parenterale geneesmiddelen zijn geneesmiddelen die via injectie of infusie worden toegediend. De toedieningsweg van parenterale geneesmiddelen passeert de biologische barrières tegen micro-organismen van vaak kwetsbare patiënten.
Buccaal. Buccaal toegediende medicatie wordt bereikt door het medicijn tussen het tandvlees en de binnenbekleding van de wang te plaatsen. In vergelijking met sublinguaal weefsel is buccaal weefsel minder permeabel, wat resulteert in een langzamere absorptie.
Als de darmen niet voldoende voeding (en/of vocht) kunnen opnemen, is het mogelijk dit via de bloedbaan toe te dienen. Zo krijgt u toch de benodigde voeding, vitamines en mineralen (en/of vocht) binnen. Deze methode heet totale parenterale voeding (TPV). Parenteraal betekent letterlijk 'buiten de darm'.
Parenterale voeding betekent intraveneus (via een ader) voeden . "Parenteraal" betekent "buiten het spijsverteringskanaal." Terwijl enterale voeding via een slang naar uw maag of dunne darm wordt toegediend, omzeilt parenterale voeding uw gehele spijsverteringsstelsel, van mond tot anus.
Bij ernstig zieke patiënten kunnen aandoeningen of ziekten die de darmen aantasten om voedsel dat via de mond wordt ingenomen te verwerken, PN vereisen. Mensen op de intensive care kunnen ook in aanmerking komen voor PN als hun spijsverteringsstelsel niet optimaal werkt als gevolg van een verminderde darmfunctie.
Allerlei maatregelen, zoals voedingssupplementen, kunnen verbetering brengen. Maar in ernstige gevallen moet voeding toegediend worden langs een sonde (enteraal), of via een katheter rechtstreeks in de bloedbaan gebracht worden (parenteraal).
Voorbeelden Van de drie P'S Bij de indeling van de verhalen is er een onderscheid gemaakt in de drie P's: Pil, Proces en Patiënt. In de cate- gorie 'Pil' vallen de voorbeelden van verbeteringen die gericht zijn op farmacotherapeutische effecten zoals bij- werkingen en interacties tussen medicijnen.
Subcutane of intraveneuze toediening (niet effectiever dan oraal, wel een sneller effect): Morfine, fentanyl en oxycodon kunnen parenteraal worden toegediend.
De werkzame stof kan op het recept worden aangeduid met de chemische naam, de '˜Internationaal Nonproprietary Name'™ (INN),de stofnaam (de Nederlandse versie van de INN) en de merknaam (zie tab. 1).