Het meervoud in het Duits (de Plural) wordt altijd met het lidwoord die gevormd en kent verschillende uitgangen: -e, -(e)n, -er, -s of geen verandering. Mannelijke woorden krijgen vaak een umlaut en -e (bijv. der Baum → → die Bäume), vrouwelijke woorden krijgen meestal -(e)n (die Frau → → die Frauen), en onzijdige woorden vaak -e of -er. www.duits.de +2
Het meervoud werkt als volgt: op de a, o of u komt een umlaut en er komt een –e achter het zelfstandig naamwoord. Een voorbeeld is: der Arzt , dat wordt nu die Ärzte . Er zijn nog wel wat uitzonderingen: Mannelijke woorden die eindigen op –el, -er of –en krijgen geen uitgang!
umlaut + -er: der Gott → die Götter, das Land → die Länder, das Dach → die Dächer, das Haus → die Häuser, der Wald → die Wälder, das Amt → die Ämter, das Wort → die Wörter (in samenstellingen als Wörterbuch).
Mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden die eindigen op -er, -en, -el, -chen, -lein hebben een meervoud dat gelijk is aan het enkelvoud, of er wordt simpelweg een umlaut aan toegevoegd . Alle vrouwelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -ei, -heit, -keit, -schaft, -ung hebben het meervoudsuitgang -en: die Bäckerei > die Bäckereien - de bakkerijen.
Als een woord eindigt op -e, -el, -en, -er, -em, -ie of -eau dan schrijf je in het meervoud een s. Als een woord eindigt op -i, -a, -o, -u, -y dan maak je het meervoud met 's. Als er een klinker voor de y staat, schrijf je de s eraan vast.
Om een regelmatig zelfstandig naamwoord in het meervoud te zetten, voeg je -s of -es toe aan het einde, afhankelijk van de laatste letter van het enkelvoud . Soms worden letters van de enkelvoudsvorm veranderd om de meervoudsvorm te creëren, zoals bij 'half' en de meervoudsvorm 'halven'.
De bezits-s wordt met een apostrof en een s geschreven als de laatste lettergreep eindigt op één a, i, o, u of y (of op een enkele e die als een dubbele ee klinkt). Als het zelfstandig naamwoord eindigt op een hoorbare sisklank schrijven we alleen een apostrof erachter.
De basisprincipes: geen geslacht in de Duitse meervoudsvorm
Eerst wat goed nieuws: Duitse meervouden kennen geen grammaticaal geslacht . Ongeacht of een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud 'der' (mannelijk), 'die' (vrouwelijk) of 'das' (onzijdig) is, de meervoudsvorm gebruikt altijd het bepaald lidwoord 'die' in de nominatief en de accusatief.
De eerste naamval wordt ook wel de nominatief genoemd en is de meest voorkomende naamval in het Duits. Dat komt omdat iedere zin een onderwerp heeft en het onderwerp altijd in de nominatief staat. Afhankelijk van het geslacht is het passende lidwoord der, die of das. In geval van meervoud is het lidwoord die.
De 80/20-regel in het Duits houdt in dat je, door de 20% meest voorkomende Duitse zelfstandige naamwoorden te leren, ongeveer 80% van de zelfstandige naamwoorden die je in alledaagse gesprekken tegenkomt, zult begrijpen . Door je te concentreren op deze veelgebruikte woorden maximaliseer je je leerrendement.
Zelfstandige naamwoorden zijn óf mannelijk (le), óf vrouwelijk (la). Alvorens een lidwoord te plaatsen is het handig te weten of het zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is. Het Nederlands gebruikt het lidwoord 'de' voor zowel mannelijke als vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, en 'het' voor neutrale woorden.
De 7/2 regel
Deze regelt stelt dat auf en über altijd de vierde naamval krijgen en de rest van de voorzetsels de derde naamval.
Alle zelfstandige naamwoorden die eindigen op -is vormen hun meervoud door -se toe te voegen. Alle zelfstandige naamwoorden die eindigen op -e vormen hun meervoud door -n toe te voegen. Alle vrouwelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -el en de meeste die eindigen op -er voegen -n toe. De meeste mannelijke zelfstandige naamwoorden die eindigen op -er, -en en -el behouden de enkelvoudsvorm (deze kunnen ook een umlaut hebben).
In het Duits zijn er 7 modale werkwoorden. Dit zijn werkwoorden die aangeven met welk gevoel iets gebeurt. In het Duits zijn dit de werkwoorden dürfen, können, mögen, müssen, sollen, wollen en wissen.
De onzijdige naamvallen-lidwoorden zijn:
Meervoud maken
Dat 'der' (de) bij mannelijke zelfstandige naamwoorden hoort, 'die' (betekent ook 'de') bij vrouwelijke, en 'das' (de) bij onzijdige zelfstandige naamwoorden . Maar dat is slechts een deel van het verhaal als het om het Duits gaat...
Ieder zelfstandig naamwoord heeft in Duitsland namelijk een eigen geslacht. Bij mannelijke woorden is het lidwoord der, bij vrouwelijke woorden die en bij onzijdige woorden das. De meeste Duitse woorden zijn vrouwelijk.
Auto's van een specifiek merk worden bijna altijd als mannelijk beschouwd . Dus het zou "der BMW" of "der Ford" zijn.
Het getal 777.777 is geen uitzondering. Als je het in het Duits zegt – " siebenhundertsiebenundsiebzigtausendsiebenhundertsiebenundsiebzig " – rolt het met een bepaald ritme van de tong, wat bijna muzikaal aanvoelt.
Meervoud? Dan wordt het: pyjama's (met apostrof). Of shop onze dames pyjama's, heren pyjama's of kinder pyjama's.