Het algemeen bestuursrecht (verankerd in de Awb) biedt algemene regels en procedures voor alle bestuursorganen, zoals bezwaar en beroep. Het bijzonder bestuursrecht regelt specifieke onderwerpen of sectoren (bijv. omgevingsrecht, onderwijs), waarbij bijzondere wetten voorrang hebben op de algemene regels. Studeersnel +3
Het algemeen bestuursrecht geeft -zoals het woord al zegt- algemene regels voor het bestuursrecht. Deze regels staan in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vaak gaat het om regels over het bestuursprocesrecht. Het bijzonder bestuursrecht richt zich op een bepaald onderdeel van het bestuursrecht.
Het bijzonder bestuursrecht daarentegen, bevat de regels die specifiek zijn voor bepaalde sectoren of onderwerpen. Deze regels zijn vaak vastgelegd in specifieke wetten en regelingen. Voorbeelden van bijzonder bestuursrecht zijn het omgevingsrecht, het onderwijsrecht en het socialezekerheidsrecht.
De Awb bevat algemene regels over de verhouding tussen bestuursorganen en belanghebbenden bij het voorbereiden, nemen en toepassen van besluiten. De Awb is daarom ook voor de toepassing van de Archiefwet 1995 van belang.
In de Awb is een tweedeling van bestuursorganen gemaakt: de a- en b-organen. De a-organen zijn de klassieke bestuursorganen. Hierbij is sprake van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld. Een b-orgaan is een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) wordt ook gezien als een b-orgaan.
In de podcast belicht Barkhuysen de drie kernprincipes van het bestuursrecht, ook wel de drie B's genoemd: Bestuursorgaan, Belanghebbende en Besluit. De hoogleraar betoogt dat de bestuursrechtjurist deze drie B's 'goed in de vingers moet hebben, wil je het vakgebied goed kunnen uitoefenen.
In Nederland kennen we drie soorten recht:
De Awb heeft in beginsel geen 'zelfstandige' betekenis maar moet in samenhang met een bijzondere wet worden gelezen. De Awb is ook een 'gewone' wet in formele zin en gaat niet boven de bijzondere delen van het bestuursrecht, zoals het vreemdelingenrecht.
Het gaat daarbij om zeer verschillende onderwerpen, bijvoorbeeld de Wet Bibob, de Alcoholwet of de Wegenverkeerswet. Door deze wetten kan het zijn dat je vergunningen of ontheffingen nodig hebt om bepaalde activiteiten te mogen uitvoeren.
De drie kernbegrippen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn bestuursorgaan, belanghebbende en besluit, vaak de "drie B's" genoemd, die de basis vormen voor de verhouding tussen burger en overheid: wie beslist (bestuursorgaan), wie kan bezwaar maken (belanghebbende) en wat is de handeling (besluit).
Grotendeels wordt het recht opgedeeld in vijf categorieën: bestuursrecht, staatsrecht, burgerlijk recht, strafrecht en internationaal recht.
Een b-bestuursorgaan is 'een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed'. Het gaat meestal om privaatrechtelijke rechtspersonen, die openbaar gezag uitoefenen. Dit betekent dat zij publiekrechtelijke rechtshandelingen kunnen verrichten waarmee zij eenzijdig de rechtspositie van anderen bepalen.
Deze bijzondere wetten hebben betrekking op een specifieke overheidstaak (bijvoorbeeld onderwijs, maatschappelijke zorg of ruimtelijke ordening) en worden daarom gerekend tot het bijzonder bestuursrecht. De bijzondere wet gaat voor de algemene regel uit de Awb.
Andere voorbeelden van bestuursrecht zijn de Civil Rights Act van 1964 , die leidde tot de oprichting van de Equal Employment Opportunity Commission, en de Environmental Protection Act, die bijdroeg aan de ontwikkeling van het Environmental Protection Agency.
Definitie. Een wet die betrekking heeft op specifieke personen of zaken; een wet die is opgesteld voor individuele gevallen of voor specifieke plaatsen of districten; een wet die van toepassing is op een selecte groep, in plaats van op het publiek in het algemeen .
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat onder meer algemene bepalingen over (de voorbereiding van) besluiten (zoals vergunningen, heffingen en boetes), het maken van bezwaar en het instellen van beroep. Ook de invordering van geldschulden en de behandeling van klachten is geregeld in de Awb.
Een AMvB is een koninklijk besluit (KB) van de regering en kan, anders dan een wet, in principe zonder medewerking van de Staten-Generaal worden vastgesteld. De regering moet over een algemene maatregel van bestuur wel advies vragen aan de Raad van State.
Indien iemand aankondigt vuurwerk te gaan verkopen op een plaats of een tijdstip waarop dit niet is toegestaan, kan, indien waarschuwingen niet helpen, op een gegeven moment preventief bestuursdwang worden aangezegd, om daadwerkelijk in te grijpen zodra de verkoop een aanvang neemt.
Wat zijn de 8 absolute rechten? De 8 absolute rechten zijn: erfpacht, pand, appartement, opstal, hypotheek, vruchtgebruik, eigendom en erfdienstbaarheid.
Samengevat, het bestuursrecht gaat over de interactie tussen de overheid en de burgers, terwijl het staatsrecht gaat over de structuur en organisatie van de staat zelf.
In het Nederlandse recht zijn rechtsbron: 1 de wet; 2 de jurisprudentie (de rechtspraak); 3 de gewoonte; 4 verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Niet al het geldende recht staat dus in de wet. Ook de rechter vormt rechts- regels.
Er zijn binnen de rechtspraak verschillende rechtsgebieden, zoals strafrecht, civiel recht, bestuursrecht, en familie- en jeugdrecht.
De directie van het CBR is dus een a-orgaan.
In bestuursrechtelijke zaken staan burgers of organisaties tegenover de overheid. Bij bestuursrechtelijke zaken is een advocaat niet verplicht. Gaat u in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State? Ook dan hoeft u geen advocaat in te schakelen.