Gewoonterecht is ongeschreven recht dat ontstaat door langdurige, algemene praktijk en de overtuiging dat dit juridisch bindend is (bijv. het handklap-akkoord bij veehandel of het recht van overpad). Andere voorbeelden zijn jaarlijkse ongeschreven bonussen in het arbeidsrecht of internationale regels tijdens militaire conflicten. Studeersnel +4
Gewoonterecht is in beginsel ongeschreven recht, maar kan aldus bindende werking hebben op een overeenkomst. Een voorbeeld van gewoonterecht is te vinden in art. 6:2 BW, dat bepaalt dat schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Gewoonterecht houdt in dat lokale tradities rechtsgeldig zijn. Het is dus eigenlijk recht dat gebaseerd is op gewoonten. De regels van gewoonterecht zijn ongeschreven en worden meestal mondeling overgedragen.
Gewoonterecht ontstaat uit een opeenvolging van elkaar ondersteunende gedragingen van staten die, door actief aan een praktijk deel te nemen dan wel deze te dulden, deze praktijk zodanig aanvaarden dat erop mag worden vertrouwd dat zij zich ook in de toekomst volgens die praktijk zullen gedragen.
Daarom wordt gewoonterecht ook wel ongeschreven recht en costumier recht genoemd. Synoniemen die stammen uit het Middelnederlands zijn costume of costuijme en usantie.
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, uitwerpselen, of de formelere medische termen feces en faeces; informeel kan ook drol of kak (hoewel minder netjes) worden gebruikt.
Bindende aard: Net als andere formele rechtsbronnen, zoals wetten en jurisprudentie, heeft gewoonterecht een bindend karakter. Dit betekent dat het moet worden gevolgd en gerespecteerd. Invloed op wetgeving: Gewoonterecht kan invloed hebben op de vorming van wetten.
Een paar voorbeelden van gewoontes zijn: Het dagelijks poetsen van je tanden. Elke ochtend een kopje koffie drinken. Op een vaste dag sporten.
Gewoonterecht wordt ook wel aangeduid als opinio juris ("rechtsopvatting"), een term die in het internationaal recht wordt gebruikt om statenpraktijken aan te duiden die worden uitgevoerd vanuit de overtuiging dat dergelijke handelingen wettelijke verplichtingen met zich meebrengen.
Voorbeelden van internationaal gewoonterecht:
1) De doctrine van non-refoulement . 2) Immuniteit voor bezoekende staatshoofden en diplomaten. 3) Maritieme bergingsgebruiken en -normen (die teruggaan tot de Griekse en Romeinse tijd). 4) Dwingende rechtsbeginselen (jus cogens) die slavernij, marteling, genocide, agressieoorlogen en misdaden tegen de menselijkheid verbieden.
Het gewoonterecht wordt ook wel jurisprudentie of precedent genoemd (in het Latijn en in de juridische wereld ook wel stare decisis). Met andere woorden, het gewoonterecht is gebaseerd op rechterlijke uitspraken.
Beste omschrijving van gewoonterecht
De optie die gewoonterecht het beste omschrijft is: Een geheel van wetten dat voortkomt uit de gebruiken en tradities van inheemse gemeenschappen .
Germaans recht is een groep van relatief gelijkluidende rechtssystemen die door Germaanse stammen in Europa gehanteerd werden. Germaans recht werd mede onder invloed van het Romeinse recht ontwikkeld. Germaans recht had geen regeling voor het welzijn, zoals het res publica van de Romeinen.
Een synoniem is costume. Met name in landen met weinig geschreven recht vormt gewoonterecht een belangrijke formele rechtsbron. Een gewoonterechtelijke regel is een regel die voortvloeit uit een bestendig gebruik waarvan het bindend karakter steun vindt in de algemene rechtsovertuiging.
Het gewoonterecht omvat alle zaken die het persoonlijke en gezinsleven reguleren, inclusief zaken met betrekking tot kinderen (zoals zorg, omgang, onderhoud, voogdij en initiatie); het huwelijk en de gevolgen daarvan (rechten en plichten van echtgenoten tijdens en na het huwelijk); erfopvolging (wie recht heeft op ...).
Voorbeelden van grondrechten zijn:
Recht van Overpad: Dit is een gewoonterecht dat het recht erkent om over het land van iemand anders te reizen. Het is vaak van toepassing in landelijke gebieden waar er geen officiële wegen zijn. Als een pad door de jaren heen regelmatig wordt gebruikt, kan het recht van overpad ontstaan.
Voor het vaststellen van internationaal gewoonterecht zijn altijd twee essentiële elementen vereist: 1) objectief bewijs van een algemene en consistente staatspraktijk, en 2) subjectief bewijs (opinio juris) van het begrip dat een staat heeft van zijn wettelijke verplichting .
Het ongeschreven recht baseert zich op het ideële moment. Het gaat om opvattingen die niet in de geschreven wet vastgesteld staan, maar die men alsnog belangrijk acht en als geldend recht wordt erkend. Ongeschreven wetten zijn gebaseerd op normen, waarden en gewoonten.
Basis hygiëne
De kindertijd is ook de beste tijd om kinderen basisprincipes van hygiëne bij te brengen. Of ze nu twee keer per dag hun tanden poetsen, hun handen wassen voor de maaltijd, in bad gaan of andere activiteiten ondernemen, deze lessen zorgen ervoor dat ze gezond blijven.
De 7 gewoonten van Stephen Covey zijn als volgt:
Typisch Nederlands
De werking van het internationale recht in de nationale rechtsorde is omschreven in de artikelen 93 en 94. Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben voor iedereen verbindende kracht, nadat zij zijn bekendgemaakt.
Regel 1. De partijen bij het conflict moeten te allen tijde onderscheid maken tussen burgers en strijders . Aanvallen mogen alleen gericht zijn tegen strijders. Aanvallen mogen niet gericht zijn tegen burgers.
1 de wet; 2 de jurisprudentie (de rechtspraak); 3 de gewoonte; 4 verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Niet al het geldende recht staat dus in de wet. Ook de rechter vormt rechts- regels.