Gesloten vragen zijn vragen waarop respondenten een beperkt aantal antwoorden kunnen geven die vooraf zijn bepaald. De traditionele definitie van een gesloten vraag is een vraag waarop iemand alleen 'ja' of 'nee' kan beantwoorden, zoals bijvoorbeeld: 'Heeft u een hypotheek? '
Een open vraag begint met een vraagwoord als waarom, wanneer, hoe, wat, wie. De vraag heet 'open' omdat de vraag alle mogelijke reacties open laat. Het maakt jou als vragensteller niet uit wat de ander antwoordt. Je hebt volop belangstelling voor díens positie: 'hoe vind je het werken in je nieuwe team?
Gesloten vragen zijn vragen waarbij de student uit gegeven antwoordmogelijkheden het juiste antwoord selecteert. De student formuleert niet zelf een antwoord. In de toets kun je verschillende vraagvormen en vragen van verschillende cognitieve niveaus goed combineren.
Een open vraag is een vraag waarop meerdere antwoorden mogelijk zijn. Over het algemeen zijn de antwoorden op een open vraag wat langer, en vragen wat denkwerk. De ander kan kiezen uit meerdere opties. Het tegenovergestelde van een open vraag is een gesloten vraag.
Met gesloten vragen krijg je specifiekere antwoorden
Ben je opzoek naar specifiekere informatie, dan kun je een gesloten vraag stellen. Gesloten vragen beantwoordt je met 'ja' of 'nee', of ze hebben een aantal mogelijke antwoorden. Denk aan A, B en C. Gesloten vragen stoppen het gesprek.
Een goede gesloten vraag houdt rekening met de doelgroep. Wanneer het om een meerkeuzevraag gaat, weerspiegelen de mogelijke antwoorden de werkelijkheid. Voorkom dat u de respondent een bepaalde richting op duwt door uitsluitend opties te geven waar de respondent zich niet mee kan identificeren.
Er zijn open, gesloten en suggestieve vragen, controlevragen en tegenvragen.
Doorvragen betekent open vragen stellen, dus vragen stellen die niet met ja of nee te beantwoorden zijn. Doorvragen schept duidelijkheid, niet alleen voor jou als luisteraar maar vaak ook voor de ander als verteller.
Nadelen van open vragen
Het kost de respondent meer tijd om een open vraag te beantwoorden dan een antwoordoptie van een meerkeuze vraag aan te klikken. Ze moeten immers zelf een antwoord formuleren en uittypen. Hierdoor kunnen respondenten halverwege afhaken omdat het ze te veel tijd kost.
Ze beginnen vaak met wie, wat, waar, waarom en hoe. Een klant vertelt bijvoorbeeld dat hij twijfelt over de aankoop van een wasmachine en je vraagt: 'Waarover twijfelt u? ' Op gesloten vragen kun je ja of nee antwoorden.
Dan kun je hierover een klacht indienen bij de Inspectie van het Onderwijs. De Inspectie gaat dan na of je klacht terecht is. En of het examen eventueel ongeldig moet worden verklaard. Achteraf controleert de Inspectie aan de hand van de eindexamengegevens of scholen de juiste uitslag bepaald hebben.
Meerkeuzevragen zijn een populaire gesloten vraag. Bij deze indeling kunnen enquêterespondenten het antwoord kiezen dat bij ze past. U kunt een reeks antwoorden tonen, zodat gebruikers intuïtief de voor hen beste reacties kunnen selecteren.
Het antwoord op een gesloten vraag luidt 'ja' of 'nee'; het is 'X' of 'Y'. Als gesprekspartner ben je niet vrij om je eigen woorden te kiezen. Gesloten vragen beginnen over het algemeen met een werkwoord. (Uitzondering hierop is de gesloten vraag: Hoe laat is het?)
Een openvraag is een vraag die naar uitgebreide en verklarende antwoorden zoekt. Je nodigt je gesprekspartner uit om veel informatie te geven. Ze vragen vaak naar het wat, waar, wie, waarom, waarmee en het hoe.
In de rondvraag is het goed mogelijk om naar korte feiten te vragen of iemand te feliciteren met een nieuwe functie, maar het is niet de bedoeling om inhoudelijke vragen te stellen die terugslaan op een eerder besproken onderwerp op de agenda. Ook hoort er geen uitgebreide discussie te ontstaan.
Een kritische vraag
Een vraag kan bedoeld zijn om achter de gedachte, drijfveer of behoefte van een ander te komen: heb je trek in een stukje taart?, of om te onderzoeken of er aanknopingspunten zijn om te verbinden: waar heb jij gestudeerd?, of puur uit (persoonlijke) interesse.
Zeg gewoon: "Goed gegaan!En met jou?" En als je zin hebt om een gesprek te beginnen, zeg dan: "Meestal goed.
Negatieve vraag is de behoefte aan een product waaraan een negatieve associate kleeft. Het product is waardevol en er is vraag naar, maar die vraag is niet vrijwillig. De klanten willen het product liever niet aanschaffen of het wordt zelfs vermeden.
Wie, Wat, Waar, Waarom, Wanneer, Waarvoor en Waartoe ontsluiten de tekst en maken het praktisch.
Een retorische vraag is een stijlfiguur. Een retorische vraag wordt gesteld als een vraag, maar heeft vaak de intonatie van een mededeling. De steller van een retorische vraag verwacht geen antwoord op zijn vraag, maar wil graag dat de ontvanger van de vraag zich aangesproken voelt.