Gemiddeld zijn de totale loonkosten van een medewerker zo'n 130% van het brutoloon. De kosten die zichtbaar zijn op het loonstrookje, zoals vakantiegeld en loonheffing, zijn hierin meegenomen. Dit betekent dat de personeelskosten uitkomen op zo'n € 5.200,-. Hier komen nog de overige personeelskosten bij.
Dit omvat niet alleen het bruto salaris van de werknemer, maar ook alle andere kosten die de werkgever betaalt, zoals werkgeversbijdragen voor sociale verzekeringen, pensioenbijdragen, vakantiegeld, reiskostenvergoedingen en andere vergoedingen en bonussen.
De 'loonkost' is de totale kost die een werkgever betaalt wanneer hij jou je maandelijks loon uitkeert. Dit is niet hetzelfde als het brutoloon dat je iedere maand ontvangt. Op jouw bruto maandloon moet de werkgever immers sociale zekerheidsbijdragen betalen (in de volksmond 'patronale bijdragen').
De loonkosten bestaan uit de volgende elementen: lonen en salarissen (inclusief de ingehouden loonbelasting en sociale premies), bijzondere beloningen (zoals vakantietoeslag), loon in natura, onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals kosten woon-werkverkeer) en sociale premies ten laste van de ...
De loonkosten zijn voor een werkgever circa 30% hoger dan het brutoloon dat een werknemer ontvangt. U betaalt immers ook een deel van de werknemersverzekeringen. Bovendien kunnen er nog andere kosten zijn, bijvoorbeeld voor het pensioen. Een werknemer heeft altijd recht op vakantiegeld, meestal 8% van het brutoloon.
De loonkosten per gewerkt uur stegen met 5,3 procent.De loonkosten zijn de optelsom van de lonen, sociale premies ten laste van werkgevers en eindheffingen minus loonkostensubsidies. De loonontwikkeling van werknemers die niet onder een cao vallen is ook meegenomen in deze cijfers.
Naast de directe loonkosten zijn er ook indirecte loonkosten. Dit zijn pensioenopbouw, tegemoetkoming woon-werkverkeer, waaronder kosten van leaseauto's, overwerkvergoedingen, kinderopvang, ambtsjubilea, andere onkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden.
De loonkost bestaat enerzijds uit het brutoloon, verschuldigd door de werkgever aan de werknemer, en anderzijds de patronale bijdragen voor de sociale zekerheid die de werkgever rechtstreeks verschuldigd is aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
De loonkosten per werknemer bestaan uit het brutoloon van de werknemer én enkele sociale premies die de werkgever moet betalen voor deze werknemer. Soms moet de werkgever ook een deel van de pensioenpremie betalen.
De wig is het verschil tussen de loonkosten en het nettoloon. Oftewel het verschil tussen wat een werkgever betaalt om een werknemer in dienst te hebben en het bedrag dat de werknemer daarvan ontvangt.
Personeelskosten mogen maximaal 28 procent zijn
Personeel kost maximaal 28 procent van je omzet, zo leerde Cees Helder ons al eerder.
De kosten aan werkgeverslasten zijn ongeveer 30% van het brutoloon van de medewerker. Deze lasten bestaan uit vaste en aanvullende lasten. Naast deze lasten is het belangrijk om als werkgever rekening te houden met overige kosten voor je medewerker, zoals kosten voor een werkplek, werkkleding en de Arbo voorzieningen.
Van je brutoloon worden loonbelasting en premies ingehouden. Hoe meer je verdient, hoe meer belasting je betaalt. Ook zijn er 3 verplichte premies: AOW, Anw en Wlz. Soms worden ook premies zoals WW, WAO, WIA en ZW ingehouden.
Voor bedienden bedraagt de patronale bijdrage 13,07% van het brutoloon.Bij arbeiders wordt die 13,07% berekend op 108% van het brutoloon. Het loon dat overblijft is het belastbaar loon.
De personeelskosten voor de werkgever bedragen gemiddeld 65 tot 82% van de totale kosten en 15 tot 36% van de omzet. Onderdeel van de personeelskosten zijn de premies werkgeverslasten. Deze bedragen ongeveer 25 tot 35 procent van het bruto uurloon van een medewerker.
Voor kleine werkgevers (tot 25 keer de gemiddelde premieplichtige loonsom) geldt een laag tarief, namelijk: 6,28 procent (in 2024 was dat 6,18 procent). Grote werkgevers betalen 7,64 procent in 2025 (over 2024: 7,54 procent).
U houdt loonheffingen in op het salaris van uw personeel. U draagt deze heffingen af aan de Belastingdienst. Het gaat om verschillende verplichte premies en bijdragen. Bijvoorbeeld de loonbelasting, premies voor volksverzekeringen en werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
Hoe bereken je loonkosten? Je berekent je loonkosten door alle kosten voor je medewerkers bij elkaar op te tellen. De totale loonkosten bestaan dan uit: Het loon (de verplichte loonkosten)
Werkgevers moeten loonheffing aangeven en betalen over al het loon van werknemers. Loon is onder meer: salaris, vakantiegeld, overwerk, 13e maand en loon in natura: zoals auto van de zaak. Enkel mag je via de werkkostenregeling wel bepaalde zaken onbelast vergoeden.
De kosten voor het loon boek je op een kostenrekening op de winst-en-verliesrekening, en met tussenrekeningen op de balans onder 'passiva - kortlopende schulden' registreer je de te betalen loonkosten.
Gemiddeld bedragen patronale lasten 25% van het brutoloon, al varieert dat percentage van sector tot sector. Je betaalt ze bovenop het brutoloon. Wil je een werknemer bijvoorbeeld een brutoloon van € 3.500 uitkeren? Dan betaal je zelf alvast € 4.375.
Personeelskosten kun je verdelen in vier categorieën: Je hebt (1) directe loonkosten, zoals het salaris en vakantiegeld, (2) indirecte loonkosten, zoals onkostenvergoedingen en pensioen, (3) verplichte premies en bijdragen, ook wel loonheffingen genoemd en (4) overige personeelskosten, zoals kosten voor de werkplek en ...
Als aannemer kunt u ook uw werkelijke eenheidsprijs berekenen om een nauwkeurigere schatting te maken. Vermenigvuldig het directe uurtarief voor arbeid met de tijd die nodig is om de assemblage te voltooien om uw totale arbeidskosten te krijgen . Bereken de materiaalkosten afzonderlijk en tel deze op bij de totale arbeidskosten om uw totale directe kosten te krijgen.