De maximale nominale aanspreekstroom (lekstroom) voor een standaard aardlekschakelaar in woningen is 30 mA (milliampère). Dit is de norm voor persoonlijke bescherming, omdat een stroomsterkte hoger dan 30 mA bij langere blootstelling gevaarlijk kan zijn voor mens en dier. Ausinet +2
Er geldt een maximaal aantal installatieautomaten (groepen) die achter de Aardlek mogen. Er mogen maximaal vier groepen worden beveiligd door één aardlekschakelaar.
Aardlekschakelaars die niet meer mogen, zijn met name type AC (alleen voor sinusvormige wisselstromen) en 500 mA (0,5 A), omdat deze niet meer voldoen aan de huidige veiligheidsnormen (NEN 1010) die ook gelijkstroomcomponenten en andere moderne elektronica beschermen. Ook zijn 4-polige aardlekschakelaars voor 230V-groepen niet meer toegestaan sinds de NEN 1010:2015, en moeten er bij meer dan twee eindgroepen minimaal twee 30mA aardlekschakelaars toegepast worden in nieuwe installaties en bij aanpassingen.
Knaagschade aan leidingen en kabels in de agrarische sector verhoogt het risico op brand aanzienlijk. Vooral in ruimtes met verhoogd brandrisico, zoals stallen en opslagplaatsen voor voer, kan een 300mA aardlekschakelaar helpen bij het vroegtijdig detecteren van lekstromen en zo het risico op brand verminderen.
Sinds de invoering van deze beveiliging is de techniek verbeterd en dus ook de toepassing van aardlekschakelaars. Een aardlekschakelaar beperkt de foutstroom in een installatie tot maximaal 30 milli Ampère (mA) bij 300 milli seconden (ms), een stroom die mens en dier nog veilig kan verdragen.
Alle stopcontacten moeten verplicht beveiligd worden door een aardlekschakelaar. Achter één aardlekschakelaar mogen maximaal 4 groepen geplaatst worden. Apparaten met een vermogen hoger dan 2000 Watt dienen achter een aparte installatieautomaat geplaatst te worden.
De bedradingsnorm schrijft voor dat aardlekschakelaars strikt tussen de 15 en 30 mA moeten uitschakelen. Als kwaliteitsfabrikant hanteert CBI een strenge veiligheidsmarge ten opzichte van deze limieten, dat wil zeggen dat de uitschakelstroom enkele milliampères lager zal zijn dan 30 mA. Onder normale omstandigheden is er in de meeste systemen al sprake van een lekstroom.
Alleen vaste toestellen (inbouwkookplaat, inbouwoven, rolluik...) mogen nog worden beschermd door een differentieel van 300mA.
30 mA: De standaardwaarde, geschikt voor de meeste residentiële/commerciële toepassingen met verhoogde gevoeligheid. 100 mA: Gebruikt waar een waarde van 30 mA ongewenste uitschakelingen kan veroorzaken, zoals in sommige industriële installaties. 300 mA: Voor apparatuur/locaties met hoge lekstromen bij normaal gebruik.
Het grote verschil is dat een aardlekautomaat een combinatie is van een aardlekschakelaar (bescherming tegen lekstroom) en een installatieautomaat (bescherming tegen kortsluiting/overbelasting) in één apparaat, terwijl een losse aardlekschakelaar alleen lekstroom detecteert en alle groepen uitschakelt. Een aardlekautomaat schakelt bij een storing alleen de betreffende groep uit, waardoor de rest van de installatie blijft werken, wat de aardlekautomaat veel praktischer maakt.
Volgens de NEN 1010:2015 mogen installatieautomaten enkel nog op een 2-polige aardlekschakelaar worden aangesloten. De regel blijft nog steeds dat er maximaal vier installatieautomaten op één aardlekschakelaar mogen worden aangesloten.
Een aardlekschakelaar kan WEL werken als er geen aarde aanwezig is. Vanaf het moment dat de lekstroom zijn weg vindt naar de aarde zal die uitslaan. In de meeste gevallen is het menselijk lichaam dan de weg naar de aarde.
De beste manier om dit aan te pakken is met een aardlekstroomtang, zoals de Megger DCM305E . Deze wordt om de fase- en nulgeleider geklemd (maar NIET om de aardingsgeleider!) en meet de aardlekstroom.
De term "aardlekstroom" wordt geassocieerd met een reststroom van geringe omvang en wordt doorgaans gemeten in de orde van milliampère (mA). Reststromen van grotere omvang, gemeten in % van de nominale belastingsstroom, worden gewoonlijk aangeduid als aardfoutstroom.
Waarom 40A standaard? De reden dat E-TECH kiest voor een aardlekschakelaar van 40A, is omdat deze ruim binnen de maximale stroomcapaciteit valt die in Nederlandse huishoudens wordt geleverd. Bij een 1-fase aansluiting is de hoofdzekering doorgaans 1x35A, en bij een 3-fase aansluiting meestal 3x25A.
Het is niet verstandig om alle groepen achter één aardlekschakelaar te plaatsen. Dit, omdat dan de gehele installatie spanningloos raakt bij een aardlek. Het beste is dan ook om minimaal twee aardlekschakelaars toe te passen. Het is aan te raden om de groepen per verdieping te verdelen over beide aardlekschakelaars.
Aantal Groepen per Aardlekschakelaar (NEN 1010 Richtlijnen)
ANTWOORD: Volgens de huidige NEN1010 mogen er MAXIMAAL 4 groepen achter één aardlekschakelaar 30mA. TOELICHTING: Bij een te hoge lekstroom wordt de aardlekschakelaar aangesproken.
Volgens IEC 60364‑4‑42:2024 (zie clausules 422.3.8 en 426) is het verplicht om aardlekschakelaars te installeren met een gevoeligheid van maximaal 300 mA ter bescherming tegen branden als gevolg van kruipstromen naar aarde .
ELCB werkt volgens het principe van "aardlekbeveiliging".
Wanneer dit verschil de vooraf ingestelde uitschakelstroom overschrijdt, meestal in het bereik van 25-100 mA , schakelt de aardlekschakelaar onmiddellijk uit en onderbreekt de stroomtoevoer om elektrische schokken te voorkomen.
De 300mA aardlekschakelaar is verplicht bij: Tijdelijke installaties in fabrieken. Aan boord van schepen. Ruimten met ontploffingsgevaar.
Doorgaans heb je verliesstroomschakelaars van 30mA of 300mA. Verliesstroomschakelaars met een gevoeligheid van 30mA zijn gevoeliger en zullen al in werking treden bij een kleiner lek.
In België is een type verlengsnoer met penaarde verplicht.
Hoeveel groepen mogen er maximaal in een groepenkast? Bij een 1-fase groepenkast mogen er maximaal 12 groepen geïnstalleerd worden. Daarnaast mogen er maximaal 4 groepen op één aardlekschakelaar aangesloten worden.
Een aardlekschakelaar van 30 mA is de maximale lekstroom die een mens kan verdragen zonder ernstige schade op te lopen. Deze wordt aanbevolen voor woningen, kantoren en ruimtes zoals badkamers of keukens. Een aardlekschakelaar van 100 mA is minder gevoelig en daardoor geschikt voor circuits met veel apparatuur waar achtergrondlekstromen normaal zijn.
Een bepaalde lekstroom wordt over het algemeen als acceptabel beschouwd, maar een te hoge lekstroom van meer dan 30 mA kan een gevaar opleveren voor gebruikers van de apparatuur. In sommige toepassingen, bijvoorbeeld medische apparaten met patiëntcontact, kan de acceptabele lekstroom vrij laag zijn, minder dan 10 µA .