De hoofdregel van het bewijsrecht is eenvoudig: wie zich beroept op rechtsgevolgen van gestelde feiten of rechten moet die feiten of rechten bewijzen (bewijslast). Lukt dat niet, dan worden de effecten van het bewijsrisico ondervonden: de rechter wijst de vordering af.
Het civielrechtelijk bewijsrecht is het totaal van rechtsregels die ertoe dienen om de Nederlandse rechter in een civiele procedure een aantal instrumenten te bieden ter zake de door partijen gestelde feiten, opdat deze tot de overtuiging komt dat de feiten zijn aangetoond.
De bewijsregels definiëren kwalitatief bewijs.
Geldig – het heeft betrekking op de beoordeelde competentiestandaard. Voldoende – het voldoet aan alle competentievereisten. Actueel – het bewijst dat de kandidaat competent is (nu) Authentiek – het bewijs kan worden geverifieerd als zijnde het eigen werk van de kandidaat.
Wie stelt, bewijst
Wie moet dan wat bewijzen? Ook bij belastingzaken geldt de regel: 'wie stelt, moet bewijs leveren'. Dat betekent dat wanneer een aftrekpost het inkomen verlaagt (zoals hypotheekrente), u dat moet bewijzen. En omgekeerd: wij moeten bewijzen dat u meer inkomsten hebt ontvangen dan u hebt aangegeven.
150 Rv (Wie stelt moet bewijzen) De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.
De hoofdregel van het bewijsrecht is eenvoudig: wie zich beroept op rechtsgevolgen van gestelde feiten of rechten moet die feiten of rechten bewijzen (bewijslast). Lukt dat niet, dan worden de effecten van het bewijsrisico ondervonden: de rechter wijst de vordering af.
Het wettelijk vermoeden dat een wet met bepaalde rechtshandelingen of feiten verbindt, wijzigt het voorwerp van het bewijs of stelt, in voorkomend geval, degene ten voordele van wie het bestaat, ervan vrij het bewijs ervan te leveren.
Wie eist, bewijst. Als een slachtoffer stelt dat de tegenpartij aansprakelijk is voor zijn letselschade door een ongeval, dan zal het slachtoffer moeten bewijzen dat de tegenpartij onrechtmatig heeft gehandeld. Ook zal het slachtoffer moeten bewijzen dat hij door het ongeval schade heeft.
Een direct (of rechtstreeks) bewijs betreft een bewijs van een feit dat voor de beoogde juridische kwalificatie in aanmerking komt.
"Bij het bepalen of het bewijsmateriaal voldoende is om een veroordeling of een strafverzwarende omstandigheid te ondersteunen, is de relevante vraag of een rationele feitenrechter, na het bewijsmateriaal in het licht te hebben bekeken dat het meest gunstig is voor het Openbaar Ministerie, de essentiële elementen van het misdrijf buiten redelijke twijfel had kunnen vaststellen .
Om tot een bewezenverklaring te komen, moet er sprake van voldoende wettig en overtuigend bewijs. De eis dat er voldoende wettig bewijs is, houdt in dat er een minimum aan bewijs aanwezig moet zijn in het dossier om een verdachte te kunnen veroordelen.
Behalve in de gevallen waarin de wet anders bepaalt, kan het bewijs met alle bewijsmiddelen worden geleverd. Derhalve kan vanaf 01/11/2020 voor alle zaken met een waarde onder de 3.500 euro een SMS aangewend worden als bewijsmiddel.
Dat houdt in dat de bewijsconstructie die in geval van bewezenverklaring moet worden gebouwd, in beginsel logisch sluitend moet zijn en geen reële ruimte mag laten voor alternatieve verklaringen of scenario's, waarin de verdachte níet als dader valt aan te merken.
Het bewijs moet wettig en overtuigend zijn. Dat betekent dat de veroordeling niet alleen gebaseerd moet zijn op de wettige bewijsmiddelen, maar dat de rechter ook persoonlijk de overtuiging moet hebben dat de verdachte het misdrijf heeft gepleegd. De overtuiging moet worden afgeleid uit de bewijsmiddelen.
Bewijs is in het strafrecht de informatie die aantoont dat de verdachte datgene heeft gedaan waarvan hij beschuldigd wordt. De beschuldiging staat normaal gesproken in de tenlastelegging, opgesteld door de Officier van Justitie als vertegenwoordiger van de staat.
Geef duidelijk aan in een brief wat er is gebeurd en welke fouten de tegenpartij heeft gemaakt. Daarnaast vermeld je welke schade je hebt en of er getuigen aanwezig waren. Als dit laatste het geval is, stuur dan een getuigenverklaring mee. Maak gebruik van onze modelbrieven en het voorbeeld van een getuigenverklaring.
Bewijs van schade
Om de schadevergoeding te bewijzen, moet u doorgaans documentatie overleggen, zoals bonnetjes, getuigenissen van de eiser of andere getuigen over de impact van het onrechtmatige gedrag op het leven van de eiser en in sommige gevallen ook getuigenverklaringen van deskundigen .
Bewijsrecht regelt wanneer en hoe partijen in een civiele procedure bewijs mogen of moeten leveren van de feiten die door partijen worden gebruikt ter onderbouwing van hun vordering of verweer.
Bewijs kan bestaan uit getuigenissen, documenten, foto's, video's, geluidsopnames, DNA-testen of andere tastbare objecten .
Grofweg zijn er vier belangrijke bewijspijlers: reëel bewijs, demonstratief bewijs, documentair bewijs en getuigenbewijs .
Over het algemeen wordt het bewijs van mishandeling geleverd op basis van medische gegevens of vaststelling van letsel door de politie, getuigenverklaringen en de aangifte zelf. De aangifte moet altijd ondersteund worden door een ander bewijsmiddel.
Een verdenking is een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Het vermoeden is redelijk als voldaan is aan: het objectiviteitsvereiste; voor een objectieve buitenstaander moet het vermoeden dat iemand zich schuldig maakt aan een strafbaar feit niet onlogisch of absurd zijn.
Terugvorderen. Als erfgenaam hebt u dertig jaar tijd om een erfkeuze te maken. U moet alleen uw verwantschap met de overledene kunnen bewijzen en een attest van erfopvolging of akte van erfopvolging voorleggen. Als u de nalatenschap dan binnen die dertig jaar claimt, geven we de nalatenschap terug.
Krachtens artikel 8.1, 9°, Burgerlijk Wetboek wordt onder feitelijk vermoeden verstaan een bewijsmiddel waarbij de rechter het bestaan van één of meer onbekende feiten afleidt uit het voorhanden zijn van één of meer bekende feiten.