Maria, de moeder van Jezus, had geen achternaam in de moderne, erfelijke zin. In Bijbelse tijden werden mensen aangeduid met hun herkomst of relatie, waardoor zij vaak wordt aangeduid als Maria van Nazareth. Haar Hebreeuwse naam is Mirjam (מרים). Wikipedia +3
Of de vrouw echt Maria – of Maryam (Mirjam in het Hebreeuws) – heette, is echter de vraag. Die naam kwam veel voor, en de enige bronnen voor haar naam en leven zijn religieuze teksten.
Maria Magdalena of Maria van Magdala (Hebreeuws: מרים המגדלית, Oudgrieks: Μαρία Μαγδαληνή) was volgens het Nieuwe Testament een leerling van Jezus. Lucas 8:2 introduceert haar als "Maria, genaamd Magdalena" (Statenvertaling) of "Maria uit Magdala" (NBV).
Maria Magdalena is misschien wel de bekendste vrouw uit de Bijbel, op Jezus' moeder na. En dat terwijl ze maar heel weinig wordt genoemd.
De Hebreeuwse naam "Miriam" werd Miryam of Maryam in het Aramees . Jezus en zijn tijdgenoten spraken Aramees, een taal die nauw verwant is aan het Hebreeuws. In de evangeliën wordt de vorm Maria gebruikt, die vervolgens in het Engels Mary werd. Omdat Griekse vrouwelijke namen vaak eindigen op -a/-ah, is het waarschijnlijk dat Maryam op die manier Marya is geworden.
Namen en titels
In die tijd bestonden in Palestina geen familienamen. Volgens de Joodse conventies van toentertijd was hij wellicht oorspronkelijk bekend als Jesjoea ben Josef (Jezus de zoon van Jozef). In de evangeliën staat soms ook zijn plaats van herkomst bij de naam Jezus: Jezus van Nazareth of Jezus de Nazarener.
Zoals Pearson opmerkt, is er geen substantieel bewijs voor een van beide theorieën. Wat betreft haar vermelding in het Nieuwe Testament: geen enkel evangelie wijst erop dat zij Maria Magdalena, de vrouw van Jezus, zou zijn . Drie evangeliën noemen haar slechts als getuige van zijn kruisiging en/of begrafenis.
Daar zou ook een Bethlehem hebben gelegen. Jozef en Maria waren lid van deze Esseense gemeenschap. Jezus trouwde later met Maria Magdalena. Ze kregen een dochter en na de kruisiging twee zoons.
Maria Magdalena wordt door gelovigen beschouwd als een historische figuur, mogelijk afkomstig uit Magdala. Zij wordt gezien als een prominente volgelinge van Jezus, van wie men gelooft dat zij door hem genezen is, zijn bediening financieel ondersteunde en aanwezig was bij zijn kruisiging en begrafenis.
Jozef van Nazaret, zoon van een verder onbekende Jakob of Heli en waarschijnlijk van het geslacht van David, was een onbemiddelde timmerman ('teknoon') in Nazaret, waar ook Maria woonde. Hij was de vader van Jezus van Nazaret. Al voor Maria met haar verloofde Jozef ging samenwonen bleek zij zwanger.
De gevierde sopraan Maria Callas is op 53- jarige leeftijd in Parijs overleden. Callas, geboren in 1923 in New York als dochter van Griekse immigranten, toonde al op jonge leeftijd haar zangtalent.
Je mag je kind geen naam geven die bespottelijk, beledigend, aanstootgevend is, te veel uit losse namen bestaat, of een bestaande achternaam is (tenzij het ook een gewone voornaam is, zoals 'Roos'). Voorbeelden van geweigerde namen zijn 'Urine', 'Dienaar van God', 'Maastricht', 'Tsjakkalotte', 'Frans Rolls Royce', 'Nutella' en 'Facebook'.
Men denkt dat Maria rond de 16 was en Jozef rond de 18 toen ze trouwden, dat was in die tijd de norm voor joodse pasgetrouwden.
Jezus had geen broers of zussen. Nergens in de Bijbel wordt iemand anders dan Christus de Zoon van Maria genoemd.
Bijgevolg ontving Jezus zijn DNA van de Heilige Moeder Maria en, bij uitbreiding, van haar directe voorouders . Het is biologisch correct dat Maria geen Y-chromosoom kon hebben geleverd voor de conceptie van Jezus.
Opvallend in dit geslachtsregister is dat er naast Jezus' moeder nog vier vrouwen genoemd worden: Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. Deze laatste wordt in vers 6 genoemd als 'die de vrouw van Uria was'.
Melchior, Caspar en Balthasar
De Europese, oude koning Melchior, de Ethiopische, jonge koning Caspar en de Aziatische koning Balthasar danken hun namen aan een Grieks verhaal uit ongeveer 500 n. Chr. Ze brachten goud, mirre en wierook met zich mee; wat kostbaar was voor die tijd.
Geleerden geloven dat Maria tussen de 12 en 16 jaar oud was toen ze Jezus kreeg (Ibid.). Gezien het bijbelse verslag en de Joodse culturele praktijken in Maria's tijd, is de meest waarschijnlijke leeftijd waarop Maria Jezus kreeg, waarschijnlijk 15 of 16 jaar oud.
Zij zou daar dertig jaar in een grot nabij Plan-d'Aups-Sainte-Baume in het massief van la-Sainte-Baume hebben geleefd. Na haar overlijden zou zij in Aix-en-Provence of in Saint-Maximin zijn begraven. In de basiliek van Maria Magdalena in Saint Maximin is een graftombe waar zich haar stoffelijke resten zouden bevinden.
' roept ze uit. Zo luidt het verhaal van het grootste wonder van het christendom – de opstanding van Jezus op paaszondag. Maar hoewel Maria Magdalena een ooggetuige was, vertelt de Bijbel ons niets over haar en haar relatie met Jezus.
Over de vrouw in Lucas 7 lezen we dat zij in haar stad als zondares bekendstond en daarmee bedoelt Lucas mogelijk prostitutie. Ook lezen we dat Jezus deze vrouw vergeeft nadat zij berouw heeft getoond. Maar de naam van deze vrouw wordt niet genoemd en er is geen reden om te denken dat zij Maria Magdalena is.
Zijn er wel directe bewijzen van Jezus' leven? Verreweg de meeste historici die zich in de tijd van Jezus hebben gespecialiseerd, zijn het met elkaar eens: directe bewijzen voor Jezus' leven zijn er niet. De evangeliën zijn namelijk decennia na zijn veronderstelde dood geschreven.
Het aanbidden van een boom is duidelijk verboden volgens Jeremia 10 , en dat is een waarheid die tot op de dag van vandaag geldt. Niemand zou ooit een kerstboom, een kerstkrans of iets anders dan de Heer mogen aanbidden. Het aanbidden van afgoden is (en is altijd geweest) een zonde en een directe schending van de Bijbelse leer.
Gods "echte" naam, vooral in het jodendom en christendom, wordt vaak weergegeven als Jahweh (of Jehovah), afgeleid van de Hebreeuwse letters YHWH (het tetragrammaton), wat verwijst naar "Ik ben die Ik ben" en Gods eeuwige, persoonlijke bestaan benadrukt. Vanwege heiligheid spraken Joden deze naam niet uit en gebruikten ze liever titels zoals Adonai (Heer), wat in veel Bijbelvertalingen als "Heere" (met hoofdletters) is overgezet.