ADL-assistentie is gedurende het hele etmaal direct oproepbare persoonlijke assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) in en om de ADL-woning, waaronder alarmopvolging bij een noodoproep. De ADL-assistentie vindt plaats op verzoek en aanwijzing van de ADL-bewoner.
Geschikte hulpmiddelen bij ADL
Inmiddels zijn er een heleboel hulpmiddelen ontwikkeld die kunnen ondersteunen bij de Algemeen Dagelijkse levensverrichtingen. Denk bijvoorbeeld aan aangepast bestek, aankleedhulpen zoals een aankleedstok of ritsopener, een antislip vloermat of een telefoon met grote toetsen.
Lawton IADL-schaal
Met instrumentele activeiten bedoelen we activiteiten zoals koken, alledaags huishoudelijk werk, boodschappen doen, het openbaar vervoer gebruiken of autorijden.
De niveaus zijn aangegeven met een getal tussen 1 en 5: 1 voor acute problematiek. 2 voor niet zelfredzaam. 3 voor beperkt zelfredzaam.
De verzekerde mag in en om de ADL-woning alleen ADL-assistentie ontvangen van een daarvoor gesubsidieerde zorgaanbieder. Verzekerden die al aanspraak hadden op ADL-assistentie onder de AWBZ behouden dit recht zolang zij woonachtig zijn in een ADL-woning.
Simpel gezegd zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen de activiteiten die mensen in het dagelijks leven uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan boodschappen doen, aankleden of eten koken.
Dit begrip wordt vooral gebruikt in de zorg, als een soort meetinstrument om te bepalen in hoeverre iemand zichzelf kan redden. Er is een algemeen erkende lijst met algemeen dagelijkse levensverrichtingen. Deze zogenoemde lijst met ADL activiteiten is gebaseerd op de basisbehoeften die wij als mens nodig hebben.
De onafhankelijkheidsindex van de AVQ (ADL van Katz, gereviseerd in 1976) heeft als doel het lichamelijk functioneren van ouderen en mensen met een chronische ziekte te meten. De Katz-schaal wordt in het bijzonder gebruikt voor de functionele beoordeling van ouderen.
De meest voorkomende ADL activiteiten (algemene dagelijks levensverrich- tingen), waren zichzelf verplaatsen en eten en drinken. HDL activiteiten (huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen) zoals tafel dekken, brood smeren en planten water geven, werden zelden geobserveerd.
HDL staat voor 'Huishoudelijke Dagelijkse Levensverrichtingen', dus koken, wassen, strijken, poetsen etc. Allerlei bezigheden in huis die vanzelfsprekend zijn, tenzij je ze zelf niet (meer) kan uitvoeren vanwege ziekte of een lichamelijke beperking.
De taken van een zorgondersteuner variëren, maar kunnen onder andere bestaan uit: Helpen bij het wassen, aankleden en eten. Ondersteuning bij mobiliteit en transfers. Begeleiding bij activiteiten zoals koken, schoonmaken en boodschappen doen.
Dit zijn handelingen die u dagelijks verricht. Voorbeelden van ADL zijn in en uit bed komen, aan en uit kleden, eten (klaarmaken), drinken, douchen of in bad gaan, naar het toilet gaan, boodschappen doen en het huishouden doen.
Zowel matige als krachtige fysieke activiteit verbetert de gezondheid. Populaire manieren om actief te zijn zijn wandelen, fietsen, wielrennen, sporten, actieve recreatie en spelen , en kunnen op elk niveau van vaardigheid worden gedaan en voor iedereen leuk zijn.
► Deze categorieën zijn: ◦ Basis/Primair: Deze ADL richten zich op de eenvoudigste taken die nodig zijn om te kunnen functioneren, zoals baden, aankleden en naar het toilet gaan.
ADL hulpmiddelen zijn producten voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen.
Douchen en baden
In uw zorgplan staat hoe vaak u wilt douchen. De zorgaanbieder zal hierbij ook rekening moeten houden met de beschikbaarheid van het zorgpersoneel. Wanneer u zich niet of erg weinig wilt wassen, kunnen de hulpverleners u vragen om dat toch te doen.
De Barthel-index moet een registratie zijn van wat de patiënt doet en geen registratie van wat de patiënt zou kunnen. Het belangrijkste doel is het vaststellen van de mate van onafhankelijkheid van hulp (lichamelijk of met woorden), hoe weinig dan ook en ongeacht de oorzaak.
De MMSE kan in de praktijk worden afgenomen door de huisarts of een praktijkondersteuner, en vaak gebeurt dit in combinatie met een gesprek om een completer beeld te krijgen van de cognitieve toestand van de patiënt.
U heeft bijvoorbeeld naast lichamelijke klachten ook psychische klachten, zoals geheugenproblemen, somberheid of angst. De klachten hebben ook invloed op elkaar. Uw psychische klachten kunnen zorgen voor lichamelijke klachten, zoals minder eten en slecht slapen.