De Romeinen dronken vooral water en wijn.
De meeste oude Romeinen dronken wijn (Latijn: vinum) gemengd met water en specerijen, maar soldaten en slaven dronken posca, wat een verdunde azijndrank was . Hoewel bier destijds werd uitgevonden, weigerden de oude Romeinen het te drinken omdat ze het als een barbaarse drank beschouwden.
Wijn was atrum (rood), candidus (wit) of rosatum (rosé) en er waren vele verschillende wijnen verkrijgbaar. Een leuke vaststelling is dat de Romeinen reeds een sterke notie hadden van terroir, of ze vonden althans dat wijn uit de ene streek beter was dan uit de andere.
Voor de Romeinen was identiteit gebonden aan het soort water dat je dronk, de bronnen in jouw buurt of de rivier waarlangs je leefde. Met andere woorden: je bent wat je drinkt!
Voor de oude Grieken en later de Romeinen had de roes iets magisch en goddelijks. Zo sterk zelfs dat ze een speciale god van de wijn vereerden; bij de Grieken Dionysos en bij de Romeinen Bacchus genaamd. Ook in het vroege Christendom speelde wijn een belangrijke rol in de rituelen.
De Romeinen dronken vooral water en wijn.
De 12 goden hebben misschien wel Nectar gedronken, maar gewone oude Grieken dronken water, wijn, melk en vruchtensap . Gekoelde vruchtensappen samen met melk en honing werden gedronken tijdens de regering van Alexander de Grote (4e eeuw v.Chr.).
Voor veel Romeinen begon de dag met wijn. Hoewel Rome een state-of-the-art systeem van aquaducten had dat door het hele rijk liep, was drinkwater niet altijd veilig. Daarom was wijn, waarvan het alcoholgehalte schadelijke bacteriën kon doden, een gemakkelijk alternatief .
Het bier was vooral bestemd voor het gewone volk. De Romeinse historicus Tacitus (ca. 56-117) schreef kort na Christus over de Germanen en zei: 'De Germanen hebben een vreselijk brouwsel gemaakt van gerst of tarwe, een brouwsel dat slechts in de verte lijkt op wijn.
'Mede' gemaakt van honing is waarschijnlijk het oudste alcoholische drankje dat we kennen. Het werd 8000 jaar geleden al gedronken. Het is waarschijnlijk toevallig ontstaan doordat honing en water op een warme plek met gist in aanraking kwam. Bier was 5400 jaar voor Christus al bekend.
De duurste en meest luxueuze wijn van Rome was de Falernian wijn (uit de regio Falernum), … die tientallen jaren goed kon rijpen… Falernian zou amberkleurig en zeer alcoholisch zijn. Het werd gemaakt van de witte druivensoort Aminea.
Vaste onderdelen waren met olie en azijn aangemaakte groenten, olijven, eieren en gezouten vis. Het hoofdgerecht bestond uit vlees en/of vis, vaak met een begeleidende groente en tijdens de hele maaltijd werd brood gegeten. Romeinen waren ook dol op zoetigheid en aten fruit en gebak als nagerecht.
Als je iedere dag wijn – of elke andere soort alcohol – drinkt, zal het risico op veel soorten kanker toenemen, waaronder borst-, darm-, long-, keel-, en slokdarmkanker. Op de lange termijn kan alcohol ook leiden tot hart- en vaatziekten, hersenschade, een beroerte, geheugenverlies en verminderde vruchtbaarheid.
Oude en jonge mensen dronken dagelijks een dun bier met een laag alcoholgehalte. Water werd niet veel gedronken: mensen in de middeleeuwen vonden dat water bedoeld was voor dieren.
Er was een grote variatie per sociale klasse. De levensverwachting bij geboorte zal voor leden van de elite in de Romeinse keizertijd boven de 30 jaar hebben gelegen, terwijl die voor een slaaf onder de 20 jaar lag.
De rijken kozen overigens liever voor wijn. Voor de mensen uit de middenklasse was bier het betaalbaardere alternatief, dat op dagelijkse basis werd gedronken. Vooral mannen waren niet vies van een biertje. Vrouwen en kinderen dronken water.
Naast bier dronken de Vikingen ook mede (honingwijn). Er werd gedronken en gegeten uit kommen gemaakt van hout of speksteen en met houten lepels.
“Echte Romeinen dronken wijn, maar de 'ander' consumeert bier.” Toen de Romeinen verschillende delen van de wereld veroverden, brachten ze die ideologie met zich mee. Plinius was niet de eerste wijnsnob in de oudheid.
Caesar en Tacitus weten te melden dat de Kelten en Germanen (aan het einde van de ijzertijd, dus) veel bier en mede dronken. De Romeinen dronken zelf liever wijn. Voor het brouwen van bier zijn slechts weinig ingrediënten nodig: graan, water, grote potten of bakken, brandstof en eventueel kruiden, vruchten of honing.
Alleen op speciale gelegenheden, zoals dorpsfeesten, dronken de Grieken de wijn puur. Maar als men in een heldere staat moest verkeren, lengde ze het aan met water. Deze aangelengde wijn was overigens niet alleen voor mannen, maar ook voor vrouwen en kinderen. Ze gisten de wijn in amphoren onder water in de zee.
Regenwateropvang in cisternen werd eerst gebruikt voor algemene huishoudelijke doeleinden, terwijl grondwater werd gereserveerd voor drinkwater . Elke stad in Griekenland bestond uit vele cisternen en putten als hun belangrijkste middelen van watervoorziening.
Het meest gebruikte argument voor christenen om te drinken is het feit dat de Here Jezus water in wijn veranderde (Johannes 2). In Prediker 9 staat dat je wijn met een vrolijk hart moet drinken. Ook Paulus adviseerde Timotheüs om een weinig wijn te drinken (1 Timotheüs 5).
Net als wij hadden de oude Romeinen drie hoofdmaaltijden: ontbijt, lunch en diner. De ochtendmaaltijd, die ientaculum werd genoemd, was doorgaans een bescheiden aangelegenheid. Het bestond uit brood met zout, honing of olijfolie, vergezeld door een zwakke wijn of water .
In de Griekse mythologie is nectar de drank van de goden en ambrozijn de spijs van de goden. Volgens sommige interpretaties zijn beide gemaakt van honing. De kracht om onsterfelijkheid te geven wordt afgeleid uit de helende en zuiverende werking van honing.
Dionysus, zoon van Zeus, staat wereldwijd bekend als de brenger van wijn . Zijn gezicht is vandaag de dag te zien op de Sommelier's pin, een symbool van respect voor de bijdrage van wijn door de geschiedenis heen.