Een 3/2 ventiel heeft drie poorten voor respectievelijk de voeding (1), arbeid (2) en ontluchting (3) gecombineerd met twee schakelstanden. Omdat er maar één arbeidsuitgang beschikbaar is, kan met dit ventiel maar één kamer met perslucht worden gevuld.
Een 3/2-wegklep heeft drie poorten en twee standen die pneumatisch, mechanisch, handmatig of elektrisch via een magneetventiel bediend kunnen worden. 3/2-kleppen kunnen worden gebruikt voor: het aansturen van een enkelwerkende cilinder. het bedienen van pneumatische actuatoren.
Het OF ventiel - ook wel wisselventiel genoemd - (pneumatisch symbool fig. 4) werkt precies andersom. Deze geeft alleen een stuursignaal als een van beide stuursignalen aanwezig is. Hiermee kun je bijvoorbeeld een cilinder vanaf meer plaatsen aansturen.
Een 5/2-ventiel kan echter, met zijn extra uitlaatpoort, onafhankelijk de uitlaatsnelheid in beide richtingen regelen, terwijl een 4/2-wegventiel beide richtingen dezelfde uitlaatsnelheid laat delen.
Dubbelwerkende hydrauliek cilinder
In tegenstelling tot een enkelwerkende cilinder heeft de dubbelwerkende variant dus twee poorten. De cilinder levert op die manier niet alleen (duw)kracht maar ook op de terugweg via de olie een (trekkende) kracht en niet via externe krachten zoals bij enkelwerkende cilinders.
Enkelwerkende cilinders hebben één poort waar perslucht binnenkomt, terwijl dubbelwerkende cilinders twee poorten gebruiken om te werken . Dit eenvoudige ontwerpverschil onderscheidt beide cilinders in termen van beweging en snelheid.
Het korte antwoord is eigenlijk: een enkelwerkende cilinder kan maar één kant op kracht uitoefenen en de dubbelwerkende twee kanten op. Enkelwerkende en dubbelwerkende cilinders zijn leverbaar in verschillende uitvoeringen. Welke pneumatische cilinder u nodig heeft is afhankelijk van uw toepassing.
Middenstand gesloten
In de middenstand zijn de beide uitgangspoorten gesloten. Lucht kan er niet in en uit. Hierdoor blijft de cilinder in zijn positie staan. Nadeel: na lange tijd komt de cilinder echter wel drukloos te staan door interne lekkage van de ventielschuif.
Een 5/2-weg solenoïdeklep heeft vijf poorten en twee standen. Hij kan normaal gesloten of normaal open zijn. Wanneer de klep onder spanning staat, schakelt hij van de ene naar de andere stand, waardoor vloeistof door de verschillende poorten kan stromen . Een 5/3-weg solenoïdeklep heeft daarentegen vijf poorten en drie standen.
Bistabiele ventielen kunnen door een kort stuursignaal blijvend omgeschakeld worden. Valt dit signaal weg dan blijft het ventiel in zijn stand staan. Het ventiel schakelt weer om door een stuursignaal aan de ander zijde. Voor elke stand is dus een aparte bediening nodig.
Het doel van terugslagventielen is om de doorstroming van lucht in één richting door te laten en in een andere richting te blokkeren. Bij terugslagventielen onderscheiden we de terugslagkleppen, het wisselventiel, het tweedrukventiel en het snelontluchtingsventiel.
Wat betekent het woord 'pneumatiek'? Het Nederlandse woord 'pneumatiek' komt van het Grieks woord 'pneumatikos', dat 'van de wind komend' betekent Tegenwoordig duiden we met het woord 'pneumatiek' het gebruik aan van samengeperste lucht om arbeid te verrichten. Pneumatische machines zijn al eeuwen in gebruik.
Expansieventiel voor auto-airconditioning compressor
De expansieklep heeft meerdere taken: Hij regelt de drukdaling zodat het koudemiddel kan verdampen en koude kan worden geproduceerd. Hij regelt de doorstroomsnelheid van het koudemiddel in de verdamper.
Een 3/2-richtingsregelklep, ook bekend als een 3-weg-2-standenklep, wordt gebruikt om de lucht- of vloeistofstroom in pneumatische en hydraulische systemen te regelen .
Deze klep heb je bijvoorbeeld ook in een kogelkraan met drie aansluitingen en twee standen. De 3/2 klep wordt bijvoorbeeld gebruikt om de oliestroom van verbruiker te kunnen wisselen. Dan gaan we nu door naar het 4/2 ventiel het 4/2 ventiel heeft 4 aansluitingen en 2 standen een voorbeeld is het NG6 4/2 ventiel.
3-weg normaal-open magneetventielen
Het heeft twee openingen, de body-opening en de stop-opening, die altijd open blijven, waardoor er twee stromingspaden ontstaan. Wanneer de stroom uitvalt, wordt de plunjer omhoog gebracht, waardoor de stop-opening wordt afgesloten en er stroming van de body-openingspoort naar de holtepoort mogelijk is .
Het belangrijkste verschil tussen 5/2-weg en 3/2-weg solenoïde kleppen is het aantal poorten dat ze hebben. Een 5/2-weg klep heeft vijf poorten, terwijl een 3/2-weg klep er maar drie heeft .
Tweewegkleppen hebben twee poorten: een uitlaat en een inlaat die functioneren als een eenvoudige aan/uit-schakelaar. Driewegkleppen hebben drie poorten: een gemeenschappelijke poort, een uitgang en een ingang, waardoor een complexere stroomregeling mogelijk is.
Bij een 5/2 ventiel stroomt er - als poort 1 is belucht - altijd lucht uit een van de 2 uitgangspoorten. In tegenstelling tot een 3/2 ventiel is er bij een 5/2 ventiel dus geen sprake van normaal gesloten of normaal geopend. Zoals je in de onderstaande afbeelding kunt zien is poort 1 met poort 2 verbonden.
Een ventiel moet altijd een ventieldopje hebben om luchtverlies te voorkomen.
Wanneer u kracht gaat uitoefenen in één richting, kunt u het beste gebruik maken van een enkelwerkende cilinder. Het maakt niet uit of u te maken heeft met een uitgaande of ingaande slag. Dankzij een veer of externe kracht zal de cilinder namelijk altijd terugkeren naar de oorspronkelijke staat.
Een dubbelwerkende cilinder heeft 2 hydrauliek aansluitingen.
Het verschil tussen de twee sterktes is de cilinder. Bij een sterkte van - 5.00 met een cylinder van -0.5 is het glas in een bepaalde richting dus -5,50 en in de andere richting -5,00. (Of bij een + cylinder -4,50 en -5.00.) Je kunt het dus niet omrekenen naar 1 sterkte.