De schaal 1 op 500.000 (1:500.000) betekent dat 1 centimeter op de kaart gelijk staat aan 500.000 centimeter in de werkelijkheid. Omgezet naar bruikbare eenheden is dit gelijk aan 1 centimeter op de kaart = 5 kilometer in het echt. Het is een kleinschalige kaart, vaak gebruikt voor wegenkaarten van provincies of landen.
Een schaal van 1 : 5 betekent dat de afmetingen van het origineel 5x zo groot zijn als het beeld. Dus stel je ziet een schatkaart met een schaal van 1:500, dan weet je dat iedere afstand die je meet op de schatkaart in het echt 500 keer zo groot is.
Om de schaal te berekenen als deze niet gegeven is, meet je eerst een bekend object zowel op de tekening als in werkelijkheid. Deel vervolgens de maat op de tekening door de werkelijke maat. Als een gebouw in werkelijkheid 15 meter is en op de tekening 3 cm, dan is de schaal 3 cm : 1500 cm = 1 : 500.
Dan kijk je wat de schaal van de kaart is. In dit geval: 1:200.000. Je streept ALTIJD 5 nullen weg: 1 cm is dus 2 kilometer in het echt. Stel plaats A en B liggen 5 centimeter uit elkaar op de kaart dan is dat in werkelijkheid 5 x 2 km.
Coördinaten op de kaart bepalen
Veelal wordt binnen Scouting gebruik gemaakt van de schaal 1:25000. Dat wil zeggen dat 1 centimeter op de kaart in werkelijkheid 25000 centimeter, dus 250 meter is. Ieder vakje op de kaart is vier centimeter breed: precies één kilometer dus (bij iedere schaal).
Een belangrijk getal dat in het begin voor verwarring kan zorgen, is de schaal. Het geeft aan, in welke verhouding de kaartafstand tot de aardafstand staat. Wat eerst ingewikkeld lijkt, betekent dat op een schaal van 1:50.000, één centimeter op de kaart overeenkomt met 50.000 cm in de natuur.
Op de kaart is te lezen dat de schaal 1 tot 200.000 is. Dat betekent dus dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 200.000 cm is.
Schaal is dus eigenlijk een verhouding. Schaal 1: 10.000 wil zeggen dat de werkelijkheid 10.000 keer verkleind is getekend. Je kunt ook zeggen: 1 centimeter op de kaart is in werkelijkheid 10.000 centimeter, oftewel 100 meter.
Hoe bereken je de schaal of verhouding? Voor het berekenen van de schaal of verhouding heb je twee getallen nodig, de grootte van het schaalmodel en de werkelijke grootte. De grootte van het schaalmodel deel je door de werkelijke grootte. Zo bekom je de schaal.
Als je bijvoorbeeld een tekening hebt op schaal 1:100 en je meet een lengte van 5 cm op de liniaal, betekent dit dat het werkelijke object 500 cm (5 meter) lang is. Schaal omrekenen: Gebruik de schaalverdeling om afstanden om te rekenen naar de werkelijke grootte of omgekeerd.
De schaal 1:1000 betekent dat 1 cm op de kaart overeenkomt met 1000 cm, dat is 10 m. Daarom betekent 10 cm op een kaart 100 m op de grond.
De verhouding 1:100 geeft de verhouding aan van de opgeloste stof (de stof die wordt opgelost) tot het oplosmiddel (de vloeistof waarin de opgeloste stof is opgelost). Bijvoorbeeld: Als u een 1:100 oplossing van een chemische stof in water maakt, kunt u 1 milliliter (mL) van de chemische stof mengen met 99 mL water.
De schaal is 1 op 5, dus betekent: 1 cm is in werkelijkheid 5 cm. Op de tekening is de tafel 15 cm getekend. De schaal was 1:5, dus 15 cm = 15 x 5 cm = 75 cm in werkelijkheid.
'k' of de vergrotingsfactor kan berekend worden door de afmeting van het beeld te delen door de afmeting van het origineel. Stel dat het origineel een diameter heeft van 2,5 cm en het beeld een diameter van 4,1 cm. Als je deze twee cijfers door elkaar deelt (4,1 gedeeld door 2,5), krijg je 'k', wat afgerond 1,6 is.
betekent productie op grotere schaal, met voor de onderneming vaak grote kostenvoordelen (positieve schaalopbrengsten) als gevolg van productievere machines.
Een schaal van 1 : 50 betekent bijvoorbeeld dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 50 cm is en 27,7 cm (de breedte van A4-papier) 13,85 m. Bouwplannen worden vaak op schaal 1:50 getekend, wat betekent dat 1 cm op de plattegrond eigenlijk 50 cm is.
Als het model 10 maal zo klein is als het origineel, is de vergrotingsfactor 0,1, of anders geschreven 1 : 10 (uitgesproken als: een op tien). Dit geeft dus aan dat 1 cm van het model 10 cm van het origineel betreft.
Vuistregels. Een schaal van 1 : 30 betekent dat 1 lengte-eenheid van het model in het echt 30x zo groot is.
Mengverhouding berekenen
1:10 betekent 1 deel product op 10 delen water. 1:4 betekent 1 deel product op 4 delen water. 1:1 betekent gelijke delen product en water.
Een 1:12 modelauto is exact twaalf keer kleiner dan het originele voertuig. Dat betekent dat een sportwagen van 4,20 meter in het echt, in schaal 1:12 ongeveer 35 cm lang is. Hierdoor behoren deze modellen tot de grootste gangbare formaten op de verzamelmarkt — groter dan de bekende 1:18 en 1:43 modellen.
De schaal bij bouwtechnisch tekenen de maat waarin een afgebeelde voorstelling overeenkomt met de werkelijkheid. Een schaal van 1:100 wil zeggen dat 1 cm op de tekening in werkelijkheid 100 cm is.
Een kaart met schaal 1:100000 betekent dat 1 meter op de kaart overeenkomt met (of "wordt") 100000 meter in het echt. Of ook, 1 centimeter op de kaart komt overeen met 100000 centimeter in het echt.
Promille berekenen
Maar omdat je kind het soms toch tegenkomt in teksten: een promille is 1/1000 deel. 'Pro' betekent 'per', en 'mille' betekent '1000'. Per duizend dus. Als je 1 promille wilt berekenen, moet je dus delen door 1000.
De kaartschaal, kortweg vaak schaal, is de verhouding tussen een afstand op de kaart en de overeenkomstige afstand in werkelijkheid. De schaal kan worden weergegeven in een verhouding zoals 1 : 25.000. De schaal 1 : 25.000 is een grotere schaal dan 1 : 50.000, omdat 1 / 25.000 groter is dan 1 / 50.000.