Onderzoek laat zien dat de oermens een alleseter was en in die tijd moest eten wat voorhanden was; fruit, vis, vlees en noten. Maar het voedsel waarop al onze voorouders konden terugvallen waren knollen en wortels, die net als granen, veel zetmeel bevatten en daarmee energie leveren.
Onze prehistorische voorouders aten vroeger veel groenten en fruit, noten en zaden en vlees en vis. Dit 'oervoer' was rijk aan eiwitten en vezels en bevatte amper koolhydraten en verzadigde vetten. Het voedsel was puur en onbewerkt en volgens wetenschappers aten onze voorouders erg gezond.
Jager-verzamelaars aten rauw vlees . Jager-verzamelaars aten ook planten die in het wild te vinden waren, zoals zaden, noten en bessen. Tegen het einde van de Steentijd begonnen mensen hun eigen gewassen te verbouwen, dieren te domesticeren en vuur te gebruiken om voedsel te koken.
Als ontbijt aten ze pap, pannenkoek, aardappel of brood met reuzel, stroop en af en toe jam. Als hoofdmaaltijd aten ze meestal een stamppot met veel aardappelen of een gerecht van peulvruchten, zoals bruine bonen en erwtensoep. Rijke mensen konden vaker vlees, vis en zuivel kopen.
Ze verzamelden plantaardig voedsel en jaagden op dieren. Ze leefden niet in een huis, maar woonden in grotten of hutten. Ze deden ook belangrijke uitvindingen. Zo ontdekten ze het vuur en leerden ze vuursteen bewerken.
In de herfst naar wilde vruchten, in het voorjaar verzamelden ze bladgroenten en knollen. Als de mannen terugkwamen van de jacht werden de dieren die ze hadden gevangen, geslacht. Alles van het dier werd gebruikt. Het vlees om te eten, huiden voor de kleding, en zelfs de ingewanden werden schoongemaakt.
Het voedsel dat de boeren aten was doorgaans eenzijdig: graan en peulvruchten, samen met melk en eieren. Er werd wel eens vlees gegeten, maar eigenlijk gebeurde dat alleen in de slachtmaand. In die maand werd een aantal dieren geslacht en opgegeten. Wat over was van het vlees (en ook vis) werd gepekeld.
In het oude Egypte bestond het ontbijt bijvoorbeeld uit brood, fruit en bier . De oude Grieken hadden ook hun eigen versie van het ontbijt, genaamd 'akratisma', dat brood, kaas en olijven bevatte. Op dezelfde manier hadden de Romeinen een ochtendmaaltijd genaamd 'Ientaculum', die doorgaans brood, kaas en honing bevatte.
Brood, braadvet, pap en misschien wat vis (een relatief goedkope bron van eiwitten) vormden een typisch ontbijt voor werkende mensen.
De rijken kozen overigens liever voor wijn. Voor de mensen uit de middenklasse was bier het betaalbaardere alternatief, dat op dagelijkse basis werd gedronken. Vooral mannen waren niet vies van een biertje. Vrouwen en kinderen dronken water.
Het dieet van de vroegste mensachtigen leek waarschijnlijk enigszins op het dieet van moderne chimpansees: alleseters, waaronder grote hoeveelheden fruit, bladeren, bloemen, schors, insecten en vlees (zie bijvoorbeeld Andrews & Martin 1991; Milton 1999; Watts 2008).
Onderzoek toont aan dat veel gezondheidsproblemen waar de moderne samenleving mee te kampen heeft, zoals hart- en vaatziekten en een slechte geestelijke gezondheid, zeer weinig voorkomen in jager-verzamelaarsgemeenschappen van vroeger en nu.
Hoofdmaaltijd. Bij de hoofdmaaltijd hoort als het even kan vet vlees, zoals klapstuk of doorregen spek. Vis is goedkoper dan vlees. Vooral armere mensen eten haring uit de Noordzee, paling en snoekbaars uit het IJsselmeer en mosselen uit Zeeland.
Vroeger at de gemiddelde Nederlander steevast elke avond aardappelen, vlees (bijvoorbeeld draadjesvlees) en groente. Velen herinneren zich de griesmeelpap met vel en de tot snot gekookte andijvie. Bovendien was het gebruikelijk om tussen de middag warm te eten.
In de warmere landen van Eurazië leefden de neanderthalers vooral van planten. In koudere gebieden, zoals de mammoetsteppe, zouden vooral vlees hebben gegeten van grote wilde dieren, waaronder mammoeten. De eenzijdigheid van hun menu zou bijgedragen hebben aan hun verdwijning uit de evolutie.
De invoering van drie maaltijden per dag
In de Gouden Eeuw werd het ontbijt pas aan het eetpatroon toegevoegd. Het bestond uit brood en een warme drank. Op het platteland vond men dat maar onzin, daar at men nog gewoon pap, brij en de pannenkoeken.
Naast koffie of thee bestond het ontbijt uit iets warms, zoals maïsmeelpap, maïsmeelcakes ("Johnny Cakes") of een kom rijst . Er was meestal versgebakken brood of biscuits. Om het brood te bakken, werd het deeg in een Dutch oven geplaatst.
In de middeleeuwen meden mensen het eten in de ochtend grotendeels omdat het werd gezien als vraatzucht en daarom zondig. De wortels van het moderne concept van ontbijt gaan terug tot de Industriële Revolutie . In deze tijd gingen meer mensen de arbeidsmarkt op en werkten ze een dag hard.
In de middeleeuwen bestond het ontbijt meestal uit niet veel meer dan een beetje brood, kaas en een klein biertje – een bier met een laag alcoholpercentage dat niet veel verschilde van de huidige Amerikaanse ‘Light’-lagers.
De allervroegste voorouders van de mens aten waarschijnlijk alleen planten. Net als de planteneters die er vandaag de dag rondlopen hadden ze grote, brede kaken. Dat begon te veranderen toen de eerste oermens met het predikaat homo – homo habilis – ten tonele verscheen.
Het eten was destijds goedkoop en simpel. De warme maaltijd bestond voornamelijk uit aardappelen, groente en (een klein beetje) vlees. Gerechten als stamppot, bruine bonensoep, watergruwel, hangop en rijstebrij waren aan de orde van de dag.
Brood vormde het hoofdvoedsel, gevolgd door andere graanproducten, zoals pap. Vlees was prestigieuzer en duurder dan graan of groente. De adel liet bij speciale gelegenheden een beer (mannelijk varken) slachten. Als smaakmakers werden verjus, wijn en azijn gebruikt.
Door het analyseren van de skeletten zijn de onderzoekers erachter gekomen dat zowel de Hunnen als de Romeinen hetzelfde aten, een mix van een soort graan, groente en wat vlees. Archeologie Online is van de makers van Archeologie Magazine. Meer weten over dit prachtige magazine? Ja graag!
Veel kinderen verzamelen iets. Zoals: schelpen, schedeltjes van vogels, sneeuwbollen, postzegels of lucifersdoosje. Je kunt je verzameling bewaren in een vitrine, dat is een glazen kast. Er zijn kleine verzamelingen, maar ook hele grote.