Heeft je kind moeite om op het potje of op de wc te gaan zitten, ga dan vooral niet pushen.Hou het leuk en begeleid hem op een respectvolle en liefdevolle manier naar de wc of het potje. Blijf erbij als hij zijn behoefte doet. Geef duidelijk aan wat je van hem verwacht en zorg dat het leuk is.
Tips voor als je kind niet op het potje wil plassen
De volgende tips kunnen je hierbij helpen: Praat met je kind en probeer te achterhalen hoe het komt dat hij of zij niet kan plassen op de wc of het potje. Gebruik hulpmiddelen zoals een wc-brilverkleiner en een opstapje om je kind een veiliger gevoel te geven op de wc.
Zet je kind regelmatig op het potje, bijvoorbeeld als je merkt dat het nodig moet, of 's ochtends na het wakker worden, na het eten, voordat je weggaat en als je thuiskomt. Laat je peuter niet te lang op het potje zitten. Enkele minuten is voldoende. Laat je kind niet zitten tot het wat 'gedaan' heeft.
De meeste kinderen beginnen tussen de twee en drie jaar met zindelijk worden.
Sommige kinderen zijn bang om te poepen of voor het potje of de wc omdat ze het eng vinden de poep bewust te moeten afstaan. Vaak heeft dit ermee te maken dat kinderen poep als een deel van zichzelf beschouwen.
Een veel voorkomende specifieke angst is “poepangst”. Niet durven poepen op de WC komt voor bij ongeveer 1 van de 4 peuters tussen de 18 en 30 maanden. Kinderen met poepangst gaan wel naar de WC om te plassen, maar willen een luier om in te poepen.
Je begint met het aanbieden van het potje als je kind interesse krijgt in zijn eigen plas en poep. Het heeft dan zelf in de gaten dat het poept en plast en het begint het naar de wc gaan van anderen te bekijken en na te doen. Begin met oefenen in een rustige periode, niet vlak voor bijvoorbeeld spannende (feest)dagen.
Vaak komt dat doordat een kind zich (on)bewust verkeerde plas-, of poepgewoontes heeft aangewend. Veel kinderen houden te lang op, bijvoorbeeld omdat het poepen een keer pijn heeft gedaan en ze daar nu bang voor zijn. Of ze houden te lang op omdat ze geen tijd willen nemen om te gaan plassen.
Geen tijd/aandacht: ouders die geen of minder tijd/geduld hebben voor de zindelijkheid van hun kind. Uit de routine: als de vaste routine (na elk slaapje en elk hapje/drankje op het potje) erbij ingeschoten is. Bijvoorbeeld tijdens een vakantie of verhuizing. Stress: kinderen voelen de stress van hun ouders.
Wc bril verkleiner omdat het veel sneller schoon te maken is dan een potje. maar een potje is wel eens handig om mee te nemen in de auto. Of voor later naast het bed als ze zonder luier gaan slapen en als ze ver moeten lopen naar de wc.
Introduceer het potje
Zet het potje bijvoorbeeld bij zijn speelgoed of op een andere vertrouwde plek, zodat hij eraan kan wennen. Laat je kind ook af en toe op het potje zitten, in eerste instantie kan dit met kleren aan. Probeer dit zo ongedwongen mogelijk te laten verlopen, dwing hem in ieder geval niet.
Alle kinderen hebben ongelukjes tijdens zindelijkheidstraining en het hoort er echt bij. Op die eerste dag dat je de luiers uitdoet: meer dan een derde van de kinderen (31%) heeft 3-4 ongelukjes . 12% heeft 5-7 ongelukjes .
Een terugval bij zindelijkheid, vooral in een nieuwe omgeving zoals school of de crèche, is volkomen normaal. Het betekent niet dat je kind “terug bij af” is, maar wel dat hij even moet wennen aan nieuwe routines, prikkels en verwachtingen.
Dit kan zijn: angst voor het toilet door een eerder opgedane negatieve ervaring, bijvoorbeeld plotseling doortrekken of pijn bij het plassen of poepen. Algemene angst voor de wc omdat het kind fantasieën zou hebben dat er een krokodil in het toilet zit, komt minder vaak voor dan wij denken.
Ook de duur van de zindelijkheidstraining verschilt heel erg per kind. Sommigen hebben het opeens te pakken en zijn dan binnen twee dagen zindelijk, maar soms duurt het ook maanden. Meestal gaan we uit van drie tot vier weken voordat een kindje overdag zindelijk is.
Meestal tussen 2 en 3 jaar merken kinderen ook dat ze willekeurig met plassen kunnen beginnen en de plas ook kunnen ophouden. Echt zindelijk zijn gebeurt tussen 1,5 en 5 jaar oud. Een groot deel van de kinderen kan voor de leeftijd van 2,5 jaar zindelijk zijn.
Bij angst voor poepen kunt u structuur bieden door na ieder eetmoment het kind minimaal vijf minuten op de wc te laten zitten. Op deze manier wordt het normaal. Als uw kind wel aangeeft dat het moet poepen maar het niet durft op de wc kunt u afspreken dat het dan tijdelijk een luier om mag tijdens het poepen.
Ze doen er alles aan om niet in contact te komen met ontlasting of soms zelfs ontlasting te zien. Angst voor ontlasting wordt "coprofobie" genoemd, een woord dat is afgeleid van het Griekse "kopros" (mest) en "phobos" (angst). Alternatieve namen: Koprofobie, scatofobie .
In de dikke darm kan zich veel ontlasting ophopen, soms loost een kind in één keer heel veel ontlasting, dat wordt een olifantendrol genoemd.
Stel een routine in. U kunt bijvoorbeeld beginnen met uw kind op het potje te laten zitten nadat hij of zij wakker is geworden met een droge luier, of 45 minuten tot een uur nadat hij of zij veel vocht heeft gedronken . Zet uw kind slechts een paar minuten op het potje, een paar keer per dag, en laat uw kind opstaan als hij of zij dat wil.
Weinig lichaamsbeweging (de darmen worden sloom en lui). Niet durven poepen (het kind kan bang zijn om naar de wc te gaan of bang zijn om te poepen. Ook als er een klein scheurtje bij de anus zit en het poepen pijn doet, kunnen kinderen hun poep gaan ophouden). Veel onrust en weinig regelmaat in het dagelijks leven.
Toiletangst, toiletfobie of paruresis kan worden veroorzaakt door een onaangename ervaring, zoals een lawaaierig of stinkend toilet . Kinderen kunnen zich dit elke keer herinneren als ze naar het toilet gaan, wat leidt tot een associatie van angst met naar het toilet gaan. Ze kunnen ook beginnen met het ophouden van plas of ontlasting om niet naar het toilet te hoeven.