Algemene informatie. Bij een longembolie zit een bloedvat naar uw longen verstopt. Hierdoor komt er minder zuurstof in uw bloed. Hierdoor krijgt u het benauwd, wat een angstig gevoel kan geven.
Bij een longembolie raakt een longbloedvat verstopt, waardoor er minder zuurstof in uw bloed terechtkomt. U kunt dan benauwd worden of pijn krijgen bij het ademhalen.
In de beginfase van een longembolie kan het zuurstofgehalte in uw bloed te laag zijn. Om dit te verhelpen, kan het nodig zijn tijdelijk zuurstof toe te dienen via een slangetje in uw neus. Een longembolie kan erg pijnlijk zijn door prikkeling van de longvliezen. U kunt hiervoor pijnstilling krijgen.
Hoe hoger in de vertakking de longembolie zit, hoe groter dat deel is. Als de verstopping in de longslagader groot is, ontstaat er een tekort aan zuurstof. Daardoor krijg je het benauwd. Je hart moet bij een longembolie veel moeite doen om genoeg bloed door de longen te pompen.
Bij langdurige (bed)rust, bijvoorbeeld na een operatie, ongeval of blessure, stroomt uw bloed trager.Uw kans op trombose wordt dan groter. Maar ook als u lange tijd stil zit, bijvoorbeeld tijdens de studie, kan een trombose ontstaan.
Hoewel bedrust vaak wordt onderwezen als onderdeel van de behandeling van acute DVT/PE, wordt bedrust geassocieerd met een langer ziekenhuisverblijf en heeft spierinactiviteit verschillende negatieve effecten . Huidige aanbevelingen maken doorgaans geen melding van bedrust of vroegtijdige ambulantie.
Wanneer meerdere vaten geblokkeerd of vernauwd blijven, heeft het bloed minder ruimte om door de longen te stromen. Vervolgens stijgt de bloeddruk in de longslagaders. Hierdoor kunnen klachten zoals benauwdheid en heftige vermoeidheid optreden.
Oorzaak longembolie
In de slagaders van de longen kunnen meerdere bloedstolsels zitten. Hierdoor is de doorbloeding van de longen slechter. Als er te weinig of geen bloed komt in het longweefsel, dan sterft het af. Dit noemen we een longinfarct en gebeurt bij 10% van de patiënten.
Klachten. Verschijnselen van een longembolie kunnen onder andere zijn: Benauwdheid. Pijn op borst, al dan niet vastzittend aan de ademhaling.
Het herstel van een longembolie kan even duren, vaak wel 3 maanden. In die periode blijft u onder controle van uw arts. Houd rekening met het feit dat u bloedverdunners gebruikt. Hierdoor kunnen sneller bloedingen ontstaan.
hebben aangetoond dat een pulsoximetrie-afkappunt van 94,5% zuurstofverzadiging in de kamerlucht op zeeniveau patiënten met longembolie effectief kan onderscheiden in groepen met een hoog risico (< 95% verzadiging) en een laag risico (≥ 95% verzadiging) (10).
U wordt in het ziekenhuis opgenomen Bij een longembolie moet u soms 2 tot 5 dagen worden opgenomen in het ziekenhuis. De behandeling bestaat meestal uit het geven van bloedverdunners, soms tijdelijk extra zuurstof (als uw zuurstofgehalte in uw bloed te laag is), zo nodig pijnstillers.
Onder de 90
'Een uitslag van 99 is niet beter dan van 96. Een saturatie van 91, 92 of 93 procent is lager dan normaal, maar nog geen directe reden tot zorg. Onder de 90 procent krijgen de weefsels en organen minder zuurstof. Als dat kort duurt, kan het geen kwaad.
Een chronisch stolsel zorgt ervoor dat er druk ontstaat in de slagaders van de longen , wat een vorm van pulmonale hypertensie is. Dit legt een grote druk op de rechterkant van het hart. Het maakt het moeilijker voor mensen om te ademen en zuurstof uit de lucht te halen.
Bij een longembolie zitten er 1 of meer bloedproppen in de bloedvaten van een long. Hierdoor kan het bloed er niet goed doorheen stromen. Een deel van de long krijgt dan geen bloed meer. Er kunnen cellen van de long kapot gaan.
U kunt kortademiger zijn in een liggende houding dan wanneer u zit of staat, omdat vocht in uw longen (stuwing) onderhevig is aan de zwaartekracht en dus een groter deel van uw longen vochtig wordt (vergelijkbaar met vloeistof in een fles die rechtop staat en vervolgens op zijn kant wordt gelegd).
Veelvoorkomende symptomen die horen bij een longembolie zijn een benauwd gevoel, pijn op de borst tijdens het ademhalen, een verhoogde hartslag en bloed ophoesten.
Een sterke klinische verdenking op longembolie
Voor de meeste D-dimeertests wordt een afkapwaarde gehanteerd van < 0,5 mg/l onder de voorwaarde dat deze klinisch is gevalideerd voor het veilig uitsluiten van een diepe veneuze trombose (DVT) of longembolie.
Hoest je en ben je vermoeid? Dat zijn vervelende symptomen die horen bij longontsteking. Gelukkig is een longontsteking vaak goed te behandelen. De ontsteking zelf doet geen pijn, maar de spieren rond de borst en rug kunnen pijn doen door het vele hoesten.
Ze worden aan hun lot overgelaten, met alle gevolgen van dien. 40 tot 50% van de longembolie patiënten heeft na drie maanden nog klachten, ofwel het post-longembolie syndroom. Veel voorkomende restproblemen zijn kortademigheid, vermoeidheid, concentratiestoornissen, depressieve klachten en arbeidsongeschiktheid.
Allereerst wordt er een d-dimeer waarde bepaald. Met deze waarde meten we de hoeveelheid afbraakproducten van de stolling in uw bloed. Als deze verhoogd zijn bestaat er een kans op een longembolie.
De symptomen van een longinfarct lijken op die van een longembolie: plotseling opkomende en onverklaarbare kortademigheid. pijn bij zuchten en hoesten. pijn bij ademhalen.
Als er geen oorzaak wordt gevonden, dan moet u de tabletten voor de rest van uw leven blijven gebruiken. Als u vaker een longembolie of trombosebeen krijgt, moet u de tabletten ook levenslang blijven innemen. In alle gevallen mag u niet stoppen met de bloedverdunners zonder overleg met uw arts.
De meest voorkomende symptomen zijn kortademigheid en vermoeidheid . Deze verbeteren geleidelijk, maar het kan enkele weken tot maanden duren voordat u weer normaal bent. De beste hulp bij herstel is om zo normaal mogelijk te leven en te sporten om uw conditie geleidelijk op te bouwen.
Herstel bij een longembolie
Meestal kunt u na zes maanden weer stoppen met de bloedverdunners. In sommige gevallen moet u de bloedverdunners altijd blijven gebruiken. Dit bijvoorbeeld wanneer u vaker longembolieën gehad heeft. Het stoppen van de bloedverdunners gebeurt altijd in overleg met uw arts.