Een heel belangrijke oorzaak zit in je genen (erfelijkheid). Als een van de ouders of beide ouders dyslexie hebben, dan is de kans veel groter dat een kind ermee geboren wordt. Maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. Ook de vroege ontwikkeling van een kind kan een rol spelen.
Als je daar onvoldoende aandacht aan besteedt, kan dat probleem in de loop van de tijd steeds erger worden en kan het kind op meerdere gebieden vastlopen. Als je er wél aandacht aan besteedt, kun je de negatieve spiraal doorbreken.
Jeugdigen met dyslexie hebben vooral moeite met de spelling, het aanleren en toepassen van grammaticale regels en structuren en het zien van overeenkomsten en verschillen tussen de eigen taal en de vreemde taal.
Braams (2002) geeft aan dat oudere kinderen en volwassenen die al langer beperkingen ervaren ten gevolge van hun dyslexie dikwijls een sterke faalangst ontwikkelen voor alles wat met lezen en schrijven te maken heeft.
De stress en spanning die daaruit voortvloeien, zorgen er ook weer voor dat de verwerking van de taal geblokkeerd raakt en de dyslexie verergert.
Het is natuurlijk mogelijk dat iemand beide heeft. Bijvoorbeeld, iemand met een kindergeschiedenis van dyslexie kan een ziekte of verwonding ervaren die de zaken erger maakt . Deze situatie komt vrij vaak voor bij hoofdletsel zoals een hersenschudding.
Dyslexie is een psychisch probleem. Artikel 2.3 van de Jeugdwet beperkt de voorzieningenplicht niet tot problemen vanwege EED en sluit andere vormen van dyslexie ook niet uit. In artikel 1.1 van de Jeugdwet wordt een definitiebepaling van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen gegeven.
Zoals eerder benoemd is dyslexie vooral gerelateerd aan leestaken en heeft het geen bewezen invloed op intelligentie.
Het NHS-rapport toont aan dat mannen met een leerstoornis een levensverwachting bij de geboorte hebben van 66 jaar . Dit is 14 jaar lager dan voor mannen in de algemene bevolking. Vrouwen met een leerstoornis hebben een levensverwachting van 67 jaar. Dit is 17 jaar lager dan voor vrouwen in de algemene bevolking.
Er is niet één enkel "dyslexie-gen"; momenteel zijn er meer dan 40 genen gekoppeld aan dyslexie, elk waarschijnlijk met een klein effect op zichzelf. Er is in geval van dyslexie geen enkel "dominant" of "recessief" gen.
Dyslectici maken meer spelfouten dan leeftijdsgenoten: 'luisterfouten', (bijv.verspeken in plaats van verspreken), 'onthoudfouten' (bijv.ou-au of ei-ij) of regelgebaseerde fouten (bijv.dt-fouten).
Verwarrende letters en woorden die op elkaar lijken
Veelvoorkomende fouten bij het lezen en spellen zijn het door elkaar halen van b's en d's, of woorden die op elkaar lijken, zoals 'was' en 'saw', 'how' en 'who'. Letters en cijfers kunnen achterstevoren of ondersteboven worden geschreven. De meest voorkomende cijfers die visueel dyslectici omdraaien zijn 9, 5 en 7.
Gelukkig zijn er ook vaardigheden waar dyslectische mensen meestal juist erg goed in zijn, zelfs beter dan de meeste mensen zonder dyslexie. Het gaat dan om visuele, visueel-analytische en ruimtelijke vaardigheden.
Dyslectische mensen moeten echter harder werken dan anderen om dagelijkse uitdagingen te overwinnen. Onze hersenen werken harder als ze al een verminderd verwerkingsvermogen hebben en dit kan ons fysiek en mentaal uitgeput achterlaten .
Mensen die hoogbegaafd zijn, hebben een verhoogde kans om ook dyslexie, AD(H)D, dyscalculie of autisme te hebben. Het huidige onderwijssysteem - dat lineair is ingesteld - zorgt er voor dat veel hoogbegaafde kinderen problemen hebben op school of zelfs gaan onderpresteren.
Bij mensen met dyslexie kan er een 'stoornis' (zo noemen we dit in het medische model) zijn met het automatisch verwerken van informatie die via de kanalen van de ogen en oren naar de hersenen gaat. Dit wordt het automatiseringstekort genoemd en heeft betrekking op verwerkingsprocessen in de hersenen.
Uit zorgvuldig neuropsychologisch onderzoek is gebleken dat de meeste dyslectische kinderen dyslectische volwassenen worden, en omgekeerd. Veroudering lijkt de cerebrale en/of onderling verbonden cerebellaire werking te verminderen , wat zowel dyslectische als onhandige intensivering of creatie verklaart.
Je hebt bij dyslexie en dyscalculie zó veel moeite met lezen, schrijven of rekenen dat lezen of rekenen moeilijker gaat dan voor andere mensen. De problemen zijn zo erg dat bijles of andere begeleiding met lezen of rekenen vaak niet helpt. Dit zorgt ervoor dat veel dagelijkse dingen je meer tijd en energie kosten.
In werkelijkheid kan dyslexie het geheugen, de organisatie, de tijdsregistratie, de concentratie, multitasking en communicatie beïnvloeden. Allemaal hebben ze invloed op het dagelijks leven. Als je een relatie hebt met iemand wiens hersenen anders werken dan die van jou, kan dat verwarrend en frustrerend zijn.
In werkelijkheid zijn de twee – dyslexie en intelligentie – niet gerelateerd . De misvatting dat kinderen met dyslexie niet intelligent zijn, komt voort uit een paar factoren: Misinterpretatie van prestaties: aangezien dyslexie voornamelijk lezen en schrijven beïnvloedt, kunnen kinderen met dyslexie moeite hebben met academische taken.
Hoewel we de precieze oorzaak dus niet weten, is wel duidelijk dat dyslexie een neurologische basis heeft. Dit houdt in dat afwijkingen in de hersenen leiden tot verstoringen in het opnemen van talige informatie. Het gaat dan vooral om de verwerking van klanken en letters, dat zich uit in moeite met lezen en spellen.
Personen met leerproblemen zijn over het algemeen (maar niet noodzakelijkerwijs) bovengemiddeld intelligent. Er ontstaat altijd een discrepantie tussen het gemeten IQ van het individu en het prestatie-IQ. Bijvoorbeeld, het individu kan een gemeten IQ van 125 hebben, maar als gevolg van dyslexie, leesvaardigheden die onder het gemiddelde liggen .
Kinderen met dyslexie lukt het vaak niet om het leesproces volledig te automatiseren. Dit heeft verschillende gevolgen: denk aan een traag leestempo, moeite met het lezen van onbekende woorden, leesfouten, moeite met hardop lezen. Mensen met dyslexie kunnen lezen altijd als een inspanning blijven ervaren.
Veel van de emotionele problemen die door dyslexie worden veroorzaakt, ontstaan door frustratie over school of sociale situaties . Sociale wetenschappers hebben vaak waargenomen dat frustratie woede produceert. Dit is duidelijk te zien bij veel kinderen met dyslexie. Woede is ook een veelvoorkomende uiting van angst en depressie.
Bij dyslexie gaat het vaak om beelddenken of conceptueel denken: denken via plaatjes, beelden of filmpjes in je hoofd die soms razendsnel leiden tot een idee, een conclusie, een ontwerp. Oplossingen vóór je zien, terwijl anderen nog over het probleem praten.