Allergenen in het binnenmilieu kunnen afkomstig zijn van onder andere huisstofmijten, dieren, schimmels en pollen. Huisstofmijten bevinden zich vooral in (oudere) matrassen, gestoffeerd meubilair, vloerbedekking en op beschimmelde muren. De ontlasting van de huisstofmijt bevat allergenen.
Veel mensen met allergieën blijven binnen als pollen en schimmels hoog zijn. Maar huisstofmijt, huidschilfers van huisdieren en zelfs kakkerlakken kunnen binnenshuis problemen veroorzaken.
Heb je last van tranende en rode ogen in de ochtend?Of krijg je niesbuien en een verstopte neus in een ruimte met tapijt en gordijnen?Wellicht heb je last van je ademhaling in de nacht? Dit kan allemaal betekenen dat je een allergie hebt voor huisstofmijt of huismijt.
Als u veel moet niezen wanneer u binnen bent, kan het zijn dat u last heeft van een huisstofmijtallergie. U bent dan allergisch voor de huisstofmijt zelf of de uitwerpselen van huisstofmijten. Deze kleine beestjes kunt u niet zien met het blote oog. Ze wonen vaak in matrassen, kussens, gordijnen en tapijten.
Huisstofmijten overleven een temperatuur van 60º niet. Door textiel (bijvoorbeeld beddengoed) op deze temperatuur te wassen worden de mijten gedood én de allergenen uitgespoeld. Het is voldoende om een keer in de zes weken op deze manier te wassen.
In het geval van symptomen van een verwarmingsallergie, is het te wijten aan zwevende deeltjes in de lucht en gaat het vaak gepaard met verstopte sinussen . Hoesten: deeltjes en allergenen kunnen in uw keel terechtkomen en droogheid veroorzaken. In combinatie met de aanwezigheid van irriterende stoffen kan dit veel ongemak veroorzaken.
Allergie testen: de mogelijkheden
kiezen voor een huidpriktest en/of een allergietest waarbij je bloed wordt onderzocht. Deze allergietesten zijn het meest gebruikelijk. Bij een contactallergie wordt vaak een epicutaantest gedaan. In beperkte mate komt soms nog wel eens een provocatietest voor.
Huidpriktesten (krastests) kunnen de allergenen identificeren die uw allergiesymptomen veroorzaken. Een allergoloog gebruikt een dunne naald om uw huid te prikken met een kleine hoeveelheid verschillende mogelijke allergenen. Vervolgens controleren ze of uw huid reageert op het allergeen. Bloedtesten (IgE) kunnen ook allergieën identificeren.
Een zeer heftige allergische reactie noemen we anafylaxie. Die kan bijvoorbeeld optreden na een wespensteek of wanneer je bepaalde voedingsmiddelen helemaal niet verdraagt. Daarbij kunnen je tong, lippen en oogleden opzwellen en kan je het benauwd krijgen. Dit kan levensbedreigend zijn.
Was je beddengoed minimaal eens per twee weken op 60 graden. Bij temperaturen lager dan 60 graden sterft de huisstofmijt niet. Kan je beddengoed niet zo heet gewassen worden? Dan kun je het ook minimaal 24 uur in de vriezer stoppen.
Een bedmijt is slechts 5 mm groot en heeft een plat roodbruin lijf dat opzwelt en verkleurt als er bloed wordt gezogen. Bedmijten kunnen alleen kruipen. Zie je iets springen of vliegen, dan is het zeker geen bedmijt. Check je lakens en dekens op uitwerpselen van bedmijten.
De meest moderne test waarmee huisstofmijtallergie wordt waargenomen is een huidtest. Dit is de zogenaamde Skin Prick Test en wordt alleen in het ziekenhuis uitgevoerd. Vaak moet je hiervoor naar de afdeling allergologie. Eerst brengt een verpleegkundige een druppel aan op je onderarm.
Klachten bij een allergie zijn bijvoorbeeld jeuk of vlekjes op de huid, dikke oogleden, tranende ogen, kriebel in de neus, tintelingen van de tong, hoesten en niezen.
Kan een allergie overgaan? Soms gaat een allergie vanzelf over; mensen groeien er overheen. Vaak wordt een allergie na je dertigste wel minder, maar blijf je er in lichte mate last van houden. In sommige gevallen kan een allergie sterk verminderd worden of zelfs volledig genezen met een hyposensibilisatiekuur.
Bij een allergische reactie reageert je immuunsysteem op iets onschadelijks waarmee je in aanraking komt. Je lichaam denkt dat een bepaalde stof gevaarlijk is en probeert die weg te krijgen. Daardoor ga je bijvoorbeeld niezen, krabben of overgeven.
Soms kan het heel lang duren voordat een allergie ontstaat. Mensen kunnen soms vele jaren zonder problemen in contact komen met een bepaalde stof en dan plotseling een allergie ontwikkelen. Hierover zijn verschillende theorieën, maar feitelijk is het nog onbekend.
Om welke allergenen gaat het? De 14 allergenen waar u de consument over moet informeren op basis van de Europese verordening 1169/2011 zijn glutenbevattende granen, ei, vis, pinda, noten, soja, melk, inclusief lactose, schaaldieren, weekdieren, selderij, mosterd, sesamzaad, sulfiet en lupine.
Om vast te stellen of u allergisch bent voor huisstofmijt, doet de huisarts of specialist een allergieonderzoek.Dit gebeurt met behulp van bloedonderzoek of een huidpriktest.
Direct contact met allergene planten zoals Ficus benjamina, Hoya Carnosa, Lepelplant (Spathiphyllum), Yucca, Varen, Dieffenbachia, en mannelijke palmen kan leiden tot allergische reacties. Draag handschoenen wanneer je deze planten verzorgt om contact met het blad en sap te vermijden.
Ook thuis kunt u een allergietest uitvoeren, bijvoorbeeld met de zelftests® van cerascreen. De tests zijn gericht op verschillende soorten allergieën: oa voedselallergieën, dierhaarallergieën, huisstofallergie en latexallergie. Voor de allergietest neemt u door een klein prikje in uw vinger een bloedmonster.
Bij traditionele verwarmingssystemen zoals radiatoren en convectieverwarming wordt de lucht opgewarmd en vervolgens door de kamer verspreid. Dit kan stof, pollen en andere allergenen in de lucht verplaatsen en leiden tot allergische reacties.
Bij inhalatieallergie reageren de luchtwegen van allergische mensen verkeerd op blootstelling aan onschadelijke deeltjes, zoals stuifmeel en huidschilfers van dieren, in de ingeademde lucht. Vaak gaat dit samen met aanleg voor overgevoelige luchtwegen.
Koude-intolerantie betekent overgevoeligheid voor koude. Het is een pijnlijke reactie van met name de vingers op een temperatuur die normaal niet pijnlijk is. Koude-intolerantie komt vaak voor bij mensen die een ongeval of operatie van de arm of hand hebben gehad, waarbij een zenuw of een bloedvat is beschadigd.