Het slikcentrum bevindt zich in de hersenstam, met name in het verlengde merg (medulla oblongata) en de pons. American Physiological Society Journal +1
De slikbewegingen worden aangestuurd door een centrale patroongenerator in de medulla oblongata .
Slikproblemen (dysfagie) kunnen een vroeg teken zijn van neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, Multiple Sclerose (MS), ALS en dementie, maar ook ontstaan na een beroerte of door spierziekten of kanker. Deze ziektes beïnvloeden de spieren, zenuwen en coördinatie die nodig zijn om te slikken, waardoor het eten en drinken bemoeilijkt wordt.
Dysfagie, met een frequentie van ongeveer 63%, is ook een veelvoorkomend symptoom bij patiënten met hersentumoren [1]. Dysfagie bij patiënten met hersentumoren is een risicofactor voor complicaties zoals aspiratiepneumonie, uitdroging en ondervoeding, die de kwaliteit van leven en de langetermijnprognose in deze gevallen beïnvloeden [3].
Zowel slikken als tongverheffing activeerden 1) de linker laterale pericentrale en anterieure pariëtale cortex , en 2) de anterieure cingulate cortex (ACC) en het aangrenzende supplementaire motorische gebied (SMA), wat suggereert dat deze hersengebieden processen mediëren die gemeenschappelijk zijn voor slikken en tongbeweging.
Belangrijke hersenzenuwen voor het slikken zijn onder andere de CN V (trigeminuszenuw), VII (gezichtszenuw), IX (glossopharyngeale zenuw), X (vaguszenuw), XI (accessoirezenuw) en XII (hyoglossuszenuw) .
Bepaalde aandoeningen, zoals multiple sclerose, spierdystrofie en de ziekte van Parkinson, kunnen slikproblemen veroorzaken. Neurologische schade. Plotselinge neurologische schade, bijvoorbeeld door een beroerte of een hersen- of ruggenmergletsel, kan het slikvermogen beïnvloeden .
Alarmsignalen. Elke vorm van slikproblemen is zorgwekkend, maar bepaalde bevindingen zijn urgenter: Symptomen van een volledige obstructie (bijv. kwijlen, onvermogen om iets door te slikken) Nieuwe focale neurologische afwijkingen, met name objectieve zwakte.
U herkent een slikstoornis aan de volgende verschijnselen:
U heeft het gevoel dat er eten, drinken of medicijnen in uw keel of slokdarm blijft steken. Er blijven voedselresten achter in uw mond. Kauwen of slikken doet pijn. Uw stem klinkt na het eten en/of drinken borrelig (nat).
Vroege symptomen van een hersentumor zijn vaak vaag en omvatten hoofdpijn (vooral 's ochtends, erger bij bukken/niezen), misselijkheid/braken (vaak 's ochtends), epileptische aanvallen, en geleidelijke veranderingen in persoonlijkheid, gedrag, geheugen, of concentratie, maar ook uitvalsverschijnselen zoals zwakte in een ledemaat, problemen met zicht/zicht, spraak, gehoor, of evenwicht. De symptomen hangen sterk af van de locatie, grootte en groeisnelheid van de tumor.
Als slikken moeilijk gaat, kunt u zich verslikken. Dat kan gevaarlijk zijn, want er kan eten of drinken in de longen komen. Ook kunt u te weinig eten of drinken, waardoor u afvalt of uitdroogt.
Dysfagie is een slikprobleem. Het komt vaak voor dat mensen met dementie moeite hebben met eten, drinken en slikken . De klachten zullen waarschijnlijk verergeren naarmate de dementie vordert.
Sommige medicijnen zoals neuroleptica, opiaten, diuretica, NSAID en antidepres- siva kunnen als bijwerking zorgen voor verminderde aandacht en concentratie en op die manier leiden tot slikstoornissen.
De hersenstam stimuleert via de motorische nervus hypoglossus (XII) de intrinsieke en extrinsieke tongspieren. De andere slikspieren, evenals de spieren die betrokken zijn bij de faryngeale fase, worden gestimuleerd door motorische vezels van de viscerale efferente zenuwen (V, VII, IX, X en XI).
[17] De longitudinale faryngeale spieren hebben als functie het vernauwen en uitzetten van de farynx en helpen tevens bij het omhoogbrengen van de farynx en larynx tijdens het slikken. Tot deze spieren behoren de stylopharyngeus (CN IX), de salpingopharyngeus (CN X) en de palatopharyngeus (CN X).
Het slikken wordt vaak beschreven als bestaande uit vier fasen: (1) de orale voorbereidingsfase, (2) de orale voortstuwende fase, (3) de faryngeale fase en (4) de oesofageale fase . De orale fasen verschillen afhankelijk van of we vloeistoffen drinken of vast voedsel eten.
Drinken: Om verslikken te voorkomen, kunt u drinken dikker maken met verdikkingsmiddel. Doe dit vooral als u moeite heeft met het doorslikken van 'dunne' dranken, zoals water, thee, koffie en frisdrank. Voor het drinken van deze dunne vloeistoffen moet u uw mondspieren namelijk goed kunnen aansturen.
Vermijd voedsel dat verstikkingsgevaar kan opleveren ( noten, popcorn, chips, rauwe groenten) . Vermijd droog, vezelig vlees dat moeilijk te kauwen is en voeg sauzen en jus toe om droog voedsel te bevochtigen. Vermijd al het voedsel waarvan u weet dat u er moeite mee heeft.
Oorzaken van slikproblemen
Symptomen van slikproblemen zijn onder andere: hoesten of stikken tijdens het eten of drinken ; voedsel teruggeven, soms via de neus; het gevoel dat er voedsel vastzit in de keel of borst.
Stress en angst kunnen ook leiden tot problemen met slikken.
Oorzaken en signalen
Meestal krijgen mensen slikproblemen als gevolg van hersenletsel. Denk bijvoorbeeld aan een beroerte (CVA), een hersentumor, dementie, MS of ALS. Slikproblemen worden duidelijk doordat mensen niet goed of te weinig eten en daardoor afvallen.
Dit kan leiden tot slikproblemen (dysfagie). Enkele neurologische oorzaken van dysfagie zijn: een beroerte; neurologische aandoeningen die na verloop van tijd schade aan de hersenen en het zenuwstelsel veroorzaken, zoals de ziekte van Parkinson, multiple sclerose, dementie en ALS .
De behandeling van slikproblemen bij neurologische aandoeningen vereist een multidisciplinair team: logopedist: voert slikonderzoeken en -interventies uit. Neuroloog: stelt de diagnose en behandelt de onderliggende aandoening .
Het is niet ongebruikelijk om moeite te hebben met slikken als we ons angstig voelen . Dit kan gebeuren omdat we overgevoelig worden voor de automatische lichaamsfuncties die normaal gesproken worden aangestuurd door het autonome zenuwstelsel. Slikken is bijvoorbeeld een natuurlijke reflex.