Maar de Friezen geloven in
In de vroege middeleeuwen bewonen de Friezen het kustgebied van Nederland. Ze geloven in natuurgoden en zelfs in het brengen van mensenoffers.
Frisia is een klein gebied in het noorden van het huidige land dat bekend staat als Nederland. In de ijzertijd migreerden de voorouders van de moderne Friezen eerst vanuit het huidige Scandinavië naar het zuidwesten, waar ze zich langs de kust begonnen te vestigen .
Aantal gelovigen neemt af
Niet meer 47,7 procent (2010-2014) maar 42,8 procent van de Friezen gelooft. De regio waar de meeste mensen geloven is in Fryslân de Zuidwesthoek. De zuidoostkant van de provincie is minder gelovig. Fryslân zit ook onder het landelijk gemiddelde van 49,3 procent.
De eerste bewoners van de Fries-Groningse kleigebieden komen waarschijnlijk merendeels uit Noordwest Nedersaksen, namelijk uit het gebied tussen de benedenloop van de Eems en de Weser (Eems/Weser kolonisten 600 - 400 v.C.).
Maar de Friezen geloven in Wodan (oppergod), Donar (dondergod) en Freya (godin van de vruchtbaarheid). Dat is volgens de christenen niet het ware geloof. De Friezen worden daarom heidenen (ongelovigen) genoemd en het geloof in hun goden noemt de kerk bijgeloof.
Net als de in Duitsland gesproken Noord-Friese dialecten en het Saterfries, stamt het huidige Fries af van het Oudfries. Deze taal vertoonde sterke overeenkomsten met het Oudengels, waarvan sommige nog steeds zijn terug te vinden in het moderne Fries.
Meer dan de helft (54 procent) van de Nederlanders van 15 jaar of ouder rekent zich niet tot een levensbeschouwelijke stroming. In 2019 rekende 20 procent van de Nederlanders zich tot de katholieke kerk, 15 procent was protestants, 5 procent moslim en 6 procent behoorde tot een andere religieuze groep.
Friesland werd in 1581 een onafhankelijk lid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden . Tegenwoordig is het een Nederlandse provincie , die in 1996 de naam Fryslân kreeg.
Nederland. Het algemene geloof is dat de Nederlanders een mix zijn van Friezen, Saksen en Franken . Onderzoek heeft zelfs aannemelijk gemaakt dat de autochtone bewoners van de regio een mix waren van pre-Germaanse en Germaanse bevolkingsgroepen die in de loop van de tijd waren samengekomen op de belangrijkste delta…
Hoewel de Friezen traditioneel niet geassocieerd werden met de Vikingcultuur, heeft recent onderzoek uitgewezen dat ze nauwe banden hadden met de Noormannen . Er zijn bewijzen van Vikingnederzettingen en artefacten gevonden in de hele regio.
Friesland [of Fryslân] is een gebied dat wordt bewoond door een Germaanse etnische groep, de Friezen, die oorspronkelijk uit de kustgebieden van Nederland en Noordwest-Duitsland komen.
De Friese talen (Westerlauwers Fries: Frysk; Saterfries: Fräisk; Noord-Fries: Friisk, fresk, freesk, frasch, fräisch, freesch) zijn een groep van drie nauw verwante talen die behoren tot de Noordzeegermaanse tak van de West-Germaanse talen en gesproken worden langs delen van de Nederlandse en Duitse Noordzeekust.
Friezen worden vaak omschreven als een trots volk. Ze zijn eigenwijs en standvastig (blijven bij hun ideëen). Verder hebben ze vaak blond haar, een lichte oogkleur en zijn ze lang van gestalte.
Dat was van 1515 tot 1524. In 1581 werd Friesland weer zelfstandig en ging samenwerken in de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden. In 1795 werd Friesland een provincie van de Bataafse Republiek. Vanaf 1815 was het een provincie in het Koninkrijk der Nederlanden.
In 2019 leefde 6,2% van de Nederlandse bevolking in armoede. In Fryslân leefde 6,1 procent van de inwoners onder de lage- inkomensgrens, wat neerkomt op bijna 38.000 mensen (FSP, 2021). Bijna een derde (28%) van deze groep was in 2019 afhankelijk van het inkomen dat wordt verdiend als werknemer of zelfstandige.
Ze hebben een rijke culturele geschiedenis en een aparte taal die overeenkomsten vertoont met zowel het Nederlands als het Engels. Maar een minder bekend feit over de Friezen is hun connectie met de Scandinaviërs. De Friezen en de Scandinaviërs delen een gemeenschappelijke Germaanse afkomst die teruggaat tot de ijzertijd.
Samengevat, Fries heeft connecties met Scandinavische talen, maar deze connecties zijn indirect en zijn grotendeels te wijten aan de status van de taal als een West-Germaanse taal en de historische interacties met de Vikingen en Nederduitse sprekers.
De secularisatie in Nederland begon rond 1880 en grote religies begonnen na de Tweede Wereldoorlog af te nemen . Religie verloor zijn invloed op de Nederlandse politiek tussen de jaren 1960 en 1980, wat resulteerde in een liberaal Nederlands beleid.
De meest orthodox gelovige calvinisten worden hier in een los kerkverband bijeen gebracht. Leden van deze gemeente bewaren een grote afstand tot de moderne cultuur, waardoor ze ook bekend staan als de Zwarte Kousen-kerk.
De grootste godsdiensten zijn het christendom (2,4 miljard mensen, 30 procent van de wereldbevolking), de islam (24 procent), het hindoeïsme (15 procent) en het boeddhisme (6 procent).
Koese (slapen), halje-trawalje (haastig, onverwachts) , ferrinnewearje (vernielen), manjefyk (magnifiek). Oefriese woorden zou je zeggen. Mis. Hoewel ze Fries klinken, hebben deze woorden een hele andere oorsprong: het Frans.
Het Engels en Fries zijn nauw verwant aan elkaar. Toch is daar tegenwoordig niet zoveel meer van te merken, afgezien van een aantal woorden. Maar het Oudfries en het Oudengels lijken wél veel op elkaar. Bremmer: “Er zijn veel fonologische overeenkomsten tussen het Oudfries en Oudengels.
De letters Q en X komen niet voor in authentieke Friese woorden. De Q en X worden alleen gebruikt bij het schrijven/uitspreken van leenwoorden. Zowel in Nederland als in Duitsland wordt er Fries gesproken.