Dit is een klassiek raadsel. Om dit op te lossen, moeten we kijken naar het leeftijdsverschil dat altijd gelijk blijft.
Wanneer gebruik je dan en wanneer als? Dan komt na een vergrotende trap en na anders en ander(e): groter dan, kleiner dan, anders dan. Als komt na vergelijkingen met zo en even: zo groot als, even klein als.
We gebruiken het voegwoord van vergelijking als na de woorden zo, zoveel, zozeer en even. Hij verdient twee keer zoveel als ik. Er waren driemaal zoveel deelnemers als vorig jaar.
Als of dan in de spreektaal
Hoewel het officieel niet juist is, wordt steeds vaker “als” gebruikt in vergelijkingen met een vergrotende trap (zoals beter als, langer als en groter als). Aangezien de meeste taalgebruikers dit afkeuren, is het beter om dit gebruik te vermijden in geschreven taal.
De correcte vorm is eerder dan. Er is hier sprake van een ongelijkheid, waardoor je “dan” moet gebruiken.
Na een gelijkheid (stellende trap) schrijf je als. Na een ongelijkheid (vergrotende trap) schrijf je dan. Maak de zin langer om te horen welk persoonlijk voornaamwoord achter als of dan komt.
Sinds 1997 is er in die lijst niet veel veranderd, tot nu dus. Dat 'als' en 'dan' door elkaar gebruikt mogen worden is besloten omdat veel mensen dat toch al vaak doen. De nieuwe regel geldt alleen voor spreektaal.
Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is jij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is jou correct.
Formuleringen met het tegenwoordig deelwoord zijnde, bijvoorbeeld vrouw zijnde, man zijnde, kind zijnde, zijn correct maar vrij formeel. Combinaties zoals als vrouw zijnde*, als man zijnde*, als kind zijnde* zijn niet correct.
In het dagelijkse taalgebruik betekent twee keer meer dan hetzelfde als twee keer zoveel als. Ik heb er twee keer meer dan jij: jij hebt er twee, ik heb er vier. Ik heb er twee keer zoveel als jij: jij hebt er twee, ik heb er vier. Ik heb er eens zoveel als jij: jij hebt er twee, ik heb er vier.
Je gebruikt een 't' als de werkwoordsstam eindigt op een letter uit 't kofschip (of 't ex-kofschip: t, k, f, s, c, h, p) en een 'd' als de stam op een andere letter eindigt; dit geldt vooral voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord, terwijl in de tegenwoordige tijd (hij/zij/het) altijd een 't' achter de stam komt (stam + t). Bij twijfel kun je bij de tegenwoordige tijd 'jij' ervoor zetten (als het 'jij' is, komt er een 't' bij, zoals 'jij wordt'), en bij het voltooid deelwoord kun je 'hebben' of 'zijn' gebruiken om te testen (zoals 'ik heb gewerkt' (t) vs. 'ik heb gewoond' (d)).
In de constructie “de meeste(n) van” gebruik je “meesten” als het gevolgd wordt door een persoonlijk voornaamwoord of een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Ons is een persoonlijk voornaamwoord, dus “de meesten van ons” is correct.
Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is ik de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is mij correct.
Er is geen regel die bepaalt in welke volgorde de personen in een opsomming met en genoemd worden, maar het is gebruikelijk om eerst de anderen te noemen en daarna jezelf. Dat wordt ook als het beleefdst beschouwd.
Zoals aangegeven in de titel: oma's en omaatje. De apostrof wordt gebruikt om verkeerde uitspraak te voorkomen. Normaal gesproken komt de -s van het meervoud of de bezitsvorm aan het woord vast: tafels, Jans jas. Maar zonder apostrof rijmt auto's op los en accu's op kus.
Anna, Ana, Annie, Nancy, Nanette, Ninon (Frans)
Jp is doorgaans een afkorting van samengestelde voornamen, zoals Jean-Pierre, Jan-Paul of Jan-Pieter. De betekenis is afhankelijk van de volledige namen. 'Jan' of 'Jean' is afgeleid van het Hebreeuwse 'Yochanan', wat 'God is genadig' betekent.
Voor de tweede persoon zijn er verschillende persoonlijke voornaamwoorden: de vertrouwelijke vormen je, jij en jullie, en de beleefdheidsvorm u, die we zowel voor het enkelvoud als voor het meervoud gebruiken.
Conclusie. Een aanzienlijke hoeveelheid bewijsmateriaal wijst erop dat, in ieder geval voor mensen van middelbare leeftijd en ouderen, er ouder uitzien dan je bent een teken is van zowel een slechte gezondheid op dit moment als van toekomstige ziekte .
Daarom is jij in 'Ik ben groter dan jij' ook juist. In een vergelijking als groter dan, eerder dan en later dan, komt volgens de taalnorm na dan dus een persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm: dan ik, dan jij, dan hij/zij, dan wij, dan zij. Meer voorbeelden: Jij hebt er meer verstand van dan ik.
SZW: Wat verandert er op 1 januari 2026?
In verzorgde schrijftaal is dan de aan te bevelen vorm na een vergrotende trap (zoals jonger, beter, liever) en na anders en combinaties met ander(e). Als gebruiken we na de woorden even, (net) zo, evenveel, (net) zoveel, hetzelfde en dezelfde.
Er zijn vier soorten voorwaardelijke zinnen: de nulvoorwaardelijke zin, de eerste voorwaardelijke zin, de tweede voorwaardelijke zin en de derde voorwaardelijke zin . Het woord 'als' in een zin geeft meestal aan dat er een voorwaardelijke zin aanwezig is. Wat zijn voorwaardelijke zinnen, met voorbeelden?