Nee, paardrijden tijdens onweer is levensgevaarlijk en wordt sterk afgeraden. Paarden zijn vaak het hoogste punt in een open veld, wat ze een doelwit maakt voor blikseminslag. Daarnaast kunnen paarden erg schrikken van de harde knallen, wat kan leiden tot gevaarlijke situaties. Equine Risk +4
Op een paard met metalen hoefijzers zitten is geen veilige plek tijdens een onweersbui . Blijf de weersomstandigheden in de gaten houden en zorg ervoor dat mensen en paarden zich op veilige plekken bevinden voordat het zware weer toeslaat!
Het is beter om niet te rijden als het onweert
U zit dan wel droog en veilig, maar door een bliksemaanslag kunt u van schrik de macht over het stuur verliezen of verblind raken door de flits.
Afhankelijk van het temperament kan een paard onrustig worden van onweer, maar er zullen ook paarden zijn die nergens last van hebben. Bij onweer kan het soms veiliger zijn de paarden naar binnen te halen.
Langdurig staan op een natte ondergrond kan leiden tot pijnlijke kwalen als rotstraal en mok. Bovendien kunnen paarden niet liggen in de nattigheid. Zorg voor beschutting tegen regen en harde wind. Een inloop stal, zodat je paard zelf kan kiezen is ideaal.
Als de ruiter een beperking heeft, of een gezondheidsprobleem dat het evenwicht of de reactiesnelheid aanzienlijk beïnvloedt, of als de ruiter zijn of haar emoties niet onder controle heeft, of als de ruiter op een paard zit dat hij of zij niet kent of waar hij of zij niet bekwaam genoeg voor is.
De 20 procentregel houdt in dat een paard niet meer dan 20 procent van zijn lichaamsgewicht mag dragen, inclusief ruiter, zadel en andere uitrusting . Deze richtlijn is weliswaar niet absoluut, maar dient als referentiepunt om blessures te voorkomen en de fysieke gezondheid van een paard te behouden.
" Als u toegang heeft tot een goed geaarde stal, raden we u aan de weersvoorspelling in de gaten te houden en uw paard op stal te zetten als er kans is op onweer ," aldus Gemma Stanford, hoofd welzijn van de BHS. Sommige paarden lijken zich niet te storen aan wild, stormachtig weer, terwijl andere juist erg onrustig worden.
Wat (niet) te doen
Als je bliksem ziet, tel dan de tijd tot je de donder hoort. Als dat 30 seconden of minder is, is het onweer dichtbij genoeg om gevaarlijk te zijn – zoek een veilige plek (als je de bliksem niet kunt zien, is het horen van de donder een goede vuistregel). Wacht minstens 30 minuten na de bliksemflits voordat je de schuilplaats verlaat.
Ook door metalen voorwerpen (dit kan zelfs een mobiele telefoon zijn) verplaatst de elektrische lading van onweer zich erg snel. Vermijd deze dus om bliksemschade te voorkomen.
De veiligste plaatsen om te schuilen tegen de bliksem zijn: In een gebouw, weg van de ramen. In een auto met metalen koetswerk en dak (dus geen cabrio), waarvan alle metalen delen onderling verbonden zijn. Die fungeert dan als de zogenaamde kooi van Faraday.
Douchen en afwassen
En die leidingen zag je eerder misschien niet als gevaarlijke objecten tijdens een onweersbui. Doordat stroom bij blikseminslag ook via leidingen binnen kan komen én water stroom kan geleiden, is het beter om alles waar water uitkomt, ook te mijden.
Richtlijnen na de bevalling: De 1-2-3-regel. Het veulen moet binnen een uur na de geboorte kunnen staan, binnen twee uur drinken en de placenta moet binnen drie uur uitgedreven worden . Als er vertraging optreedt, is het van cruciaal belang om uw dierenarts te bellen, aangezien dit een kritieke periode is voor zowel de merrie als het veulen.
Bliksem is iets om zeer serieus te nemen, vooral als het om paarden gaat. Blikseminslagen kunnen paarden verwonden. Terwijl 70% van de mensen die door bliksem worden getroffen het overleven, is de verwonding bij de meeste paarden fataal, maar niet bij alle .
Ze zijn bang voor dingen die zich gedragen als roofdieren . Plotselinge bewegingen, geluiden, iets nieuws, iets dat te snel op hen afkomt. Als je dat begrijpt, verandert dat hoe je elke reactie ziet. In plaats van het persoonlijk op te vatten, begin je de wereld te zien zoals je paard die ziet, en dat is waar echte vooruitgang begint.
Je kunt de afstand tot een blikseminslag bepalen door de seconden te tellen tussen het zien van de bliksemflits en het horen van de donder. Vijf (5) seconden is ongeveer één (1) mijl afstand . Als je een flits ziet en direct de donder hoort, was de blikseminslag heel dichtbij.
Want na een inslag verplaatst de lading zich door de grond. Hoe minder contact je hebt, hoe kleiner de kans dat de lading een weg zoekt door jouw lichaam. Houd je voeten tegen elkaar aan. Wijd staande voeten kunnen voor een spanningsverschil tussen je voeten zorgen, waardoor er makkelijker stroom door je lijf loopt.
De bliksem kiest de gemakkelijkste weg en slaat in waar het elektrische veld het grootst is. Zo goed als alles geleidt stroom beter dan de lucht, dus slaat de bliksem vaak in op het hoogste punt. Ook ijzeren constructies geleiden erg goed en trekken dus de bliksem aan.
Hoewel de exacte duur kan variëren, wijst onderzoek uit dat paarden dingen jarenlang, mogelijk zelfs decennialang , onthouden. Het gaat niet alleen om het herkennen van oude bekenden; ze herinneren zich ook trainingen, ervaringen en plaatsen. Dus met deze geheugenkampioenen gaat het een heel eind!
Dikwijls zijn paarden in een wei zelf het hoogste punt en zoals we weten zoekt de bliksem juist het hoogste punt op om in te slaan. Paarden die beschutting zoeken bij een boom lopen niet veel minder risico omdat dan juist zo'n boom het hoogste punt is. Van daaruit zoekt de bliksem dan alsnog het paard op.
Giraffen hoeven zich dus niet alleen zorgen te maken over directe blikseminslagen. Ook de grond eromheen is gevaarlijk. Daardoor hebben giraffen 30 keer meer kans om door de bliksem getroffen te worden dan mensen!
Er is één regel die de meeste ruiters wel kennen: de 20%-regel. Deze regel stelt dat een ruiter niet zwaarder mag zijn dan 20% van het lichaamsgewicht van het paard . Een paard van 500 kg mag dus niet meer dan 100 kg aan gewicht dragen.
Ja, paardrijden is zeker goed voor je figuur omdat het een volledige lichaamstraining is die bijna alle grote spiergroepen traint (benen, bil, buik, rug, schouders) en helpt bij het opbouwen van spiertonus, balans, en coördinatie, terwijl het ook calorieën verbrandt en de lichaamshouding verbetert.