De ene hoogbegaafde kan een aanleg hebben voor wiskunde maar ondertussen slecht presteren in taalvakken.
Hoogbegaafdheid theorie
Belangrijkste criteria: hoge intelligentie, motivatie èn creativiteit.
Het is absoluut mogelijk om een heel hoog IQ te hebben zonder goed te zijn in wiskunde . Geloven dat je goed moet zijn in wiskunde om heel slim te zijn, is heel beperkend. Kijk in onze geschiedenis naar Michelangelo, Hemingway, Beethoven… ze waren briljant, maar schitterden niet in wiskunde.
Ze kunnen bijvoorbeeld al zien hoe ze iets willen, al weten hoe iets moet, maar nog niet de verfijnde motoriek hebben om het te maken. Zijn soms, niet altijd, cognitief ook al verder dan de sociale en emotionele ontwikkeling. Daardoor kan een hoogbegaafd kind heel volwassen en wijs overkomen.
Veel hoogbegaafde kinderen hebben een probleem met automatiseren, bijvoorbeeld bij het leren van de tafels of de spelling van woorden. Waar komt dit vandaan? Dit komt doordat de cortex van hoogbegaafden een andere ontwikkeling doormaakt dan die van niet-hoogbegaafden.
Zwak werkgeheugen
Een zwak werkgeheugen zorgt ervoor dat kinderen moeite hebben met automatiseren van sommen tot 10, 20 tot 100. Wanneer er niet tijdig wordt ingegrepen kan het soms gebeuren dat kinderen in groep 7 of 8 jaren achterlopen omdat ze vast blijven lopen op het automatiseren van de sommen tot 100.
Het kan zijn dat een begaafd kind ook moeite heeft met aandachtsproblemen . Dit kan selectieve aandacht zijn, waarbij ze zich kunnen concentreren op specifieke onderwerpen van interesse, maar moeite hebben met het volgen van lessen in de klas.
Denk aan ICT, strategie, beleidsadvies, interne consultancy,kwaliteitsbewaking. Als een afdeling aan de rand niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de organisatie te klein is, functioneert de hoogbegaafde vaak ook goed in een brede, zware manangementfunctie juist onder de top.
Veel mensen zien het als een manier om hun hoogbegaafdheid te kunnen bewijzen. Misschien voelt het alsof je dan pas mag vinden en zeggen dat je hoogbegaafd bent. Maar hoogbegaafdheid komt niet altijd naar voren in een IQ-test. Sommige hoogbegaafden scoren zelfs laag op een IQ-test, ook al hebben ze een hoog IQ.
Een hoog IQ of uitstekende prestaties in specifieke vaardigheden zoals taal of wiskunde. Een snelle verwerking van informatie en een goed geheugen. Een grote nieuwsgierigheid en een sterk verlangen om te leren. Creativiteit en verbeeldingskracht.
Verschillende leerstijlen
Als je een student bent en je vindt wiskunde te moeilijk om te begrijpen, is de kans groot dat de manier waarop het aan je wordt geleerd niet goed aansluit bij je leerstijl . Net zoals elke student een eigen persoonlijkheid heeft, zo hebben ze ook een eigen leerstijl.
Elk leerniveau kan gekoppeld worden aan een gemiddeld IQ: een vmbo-t leerling heeft bijvoorbeeld een gemiddeld IQ tussen de 100 en 107, een havoleerling tussen de 108 en 115 en een vwo-leerling heeft een gemiddeld IQ vanaf 118.
Er zijn veel redenen waarom een goede leerling slecht is in wiskunde, waaronder een slechte leeromgeving, aandachtsstoornissen en angst .
Een groot aantal heeft problemen gerelateerd aan hoogbegaafd zijn, zoals stress en burnout, depressie, eetproblemen, concentratieproblemen, slaapproblemen, eenzaamheid, angstklachten als faalangst, leerproblemen, onzekerheid, stemmingswisselingen, overgevoeligheid, relatieproblemen, minderwaardigheidsgevoelens, ...
Algemene kenmerken van begaafde kinderen:
Sterke nieuwsgierigheid . Enthousiast over unieke interesses en onderwerpen. Eigenzinnig of volwassen gevoel voor humor. Creatieve probleemoplossing en fantasierijke expressie.
Vorige week heeft Rory Bidwell, een jongen van 12 uit het Verenigd Koninkrijk, wereldwijd het nieuws gehaald met een IQ-score van 162. Daarmee scoort hij hoger dan Albert Einstein, die naar verluidt een IQ had van 160.
Hoogbegaafdheid betekent dat je snel denkt en je ingewikkelde dingen goed kan begrijpen. Je werkt graag zelfstandig, bent nieuwsgierig en hebt veel motivatie. Ook ben je gevoelig en ervaar je veel emoties. Je vindt het fijn om dingen te bedenken, maken of te ontwikkelen.
Intelligentie gaat niet alleen over een hoog IQ. Het gaat ook over het vermogen om kritisch te denken, van fouten te leren en complexe situaties te navigeren. Het is niet alleen mogelijk, maar ook gebruikelijk voor mensen met een gemiddeld of zelfs ondergemiddeld IQ om zeer intelligent te zijn, omdat ze de vaardigheden hebben die nodig zijn om te slagen in het leven.
Hoogbegaafde kinderen hebben een verhoogde gevoeligheid voor sommige prikkels uit hun omgeving. Dit kan leiden tot zowel over- als onderprikkeling. Overprikkeling kan zich uiten in agressief gedrag of prikkelbaarheid. Onderprikkeling daarentegen zorgt voor verveling, dagdromen en onoplettendheid.
Een kind kan hoogbegaafd zijn én ADD/ADHD hebben. Maar vaak is het zo dat kenmerken behorend bij hoogbegaafdheid onterecht voor ADHD aangezien worden. De inschatting is dat ongeveer de helft van de diagnoses ADHD bij hoogbegaafden niet terecht is.
Feit: Academisch begaafde studenten voelen zich vaak verveeld of niet op hun plek bij leeftijdsgenoten en voelen zich van nature aangetrokken tot oudere studenten die meer op hen lijken als “intellectuele leeftijdsgenoten.” Onderzoeken hebben aangetoond dat veel studenten gelukkiger zijn met oudere studenten die dezelfde interesses hebben dan met kinderen van dezelfde leeftijd.
Hoogbegaafde kinderen die enorm nieuwsgierig zijn en graag nieuwe dingen leren, vinden het vaak erg leuk om dingen uit te zoeken. Laat je kind eens op een speelse manier kennismaken met de wetenschap. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een scheikundedoos, zodat ze zelf proefjes kunnen doen. Zoals zelf slijm maken.
Een aantal verschillende uitdagingen kunnen concentratieproblemen veroorzaken, waaronder ADHD, angst, trauma en leerstoornissen . De juiste diagnose is de eerste stap om uw kind de ondersteuning te geven die hij/zij nodig heeft.