Op meerdere vlakken hadden mensen die een TIA of herseninfarct hadden doorgemaakt vaker problemen met de cognitie dan hun leeftijdsgenoten. Denk hierbij aan vaker problemen met het geheugen, de snelheid van informatie verwerking en aandacht.
Ongeveer 70% gaf aan dat hun TIA langetermijneffecten had, waaronder geheugenverlies , slechte mobiliteit, problemen met spraak en moeite met begrijpen. 60% van de mensen gaf aan dat hun TIA hen emotioneel had beïnvloed. Er is geen manier om te bepalen of iemand een TIA of een beroerte heeft wanneer de symptomen voor het eerst beginnen.
Na een TIA lopen mensen risico op het krijgen van een herseninfarct en dit risico is het grootst in de eerste dagen na de TIA. Eerder onderzoek wees uit dat een op de tien TIA-patiënten binnen 3 maanden een herseninfarct krijgt. Faas: “Dat besef is er bij veel mensen onvoldoende.
Kortetermijngeheugenverlies kan ontstaan wanneer je ouder wordt, maar ook door hersenletsel of door een hersenziekte. Als je ouder wordt, gaat de kwaliteit van het kortetermijngeheugen achteruit. Het is normaal dat je dan sneller informatie vergeet die je net gehoord hebt.
Wetenschappelijk onderzoek levert steeds meer bewijs dat de aanname dat uitvalsverschijnselen bij een TIA per definitie van tijdelijke aard zijn, misleidend is. Gebleken is dat bij een belangrijk deel van de patiënten na een TIA langdurige cognitieve beperkingen kunnen worden aangetoond.
Op de eerste hulp hoorde u dat u een voorbijgaande ischemische aanval (TIA) had gehad, ook wel bekend als een miniberoerte. Hoewel de symptomen binnen enkele uren verdwenen, was uw bezorgdheid dat het opnieuw zou kunnen gebeuren dat niet. Het goede nieuws is dat u absoluut een volledig leven kunt leiden na een miniberoerte .
Een jaar na opname was 91,5 procent van de TIA-patiënten nog in leven. De verwachte overleving op basis van populatiegegevens was 95 procent. Na vijf jaar waren de verschillen groter: ruim 67 procent was nog in leven, vergeleken met een verwachte overleving van ruim 77 procent.
vergeten van recente gesprekken of gebeurtenissen (soms aangeduid als kortetermijngeheugenverlies) moeite hebben met het vinden van het juiste woord in een gesprek. namen van mensen en voorwerpen vergeten. voorwerpen verliezen of verkeerd neerleggen (zoals sleutels of een bril)
Tips bij vergeetachtigheid
Leg spullen die u vaak kwijt bent op een vaste plaats. Herhaal informatie die u wilt onthouden een aantal keer. Maak associaties: breng dat wat u wilt onthouden in verband met iets dat al bekend is. Visualiseer wat u wilt onthouden of doen, bijvoorbeeld de route door de supermarkt.
De oorzaak voor het geheugenverlies is niet bekend, maar het is wel bekend dat stress en zware lichamelijk inspanning er iets mee te maken kunnen hebben. Bij plotseling of acuut geheugenverlies, heeft u ook last van geheugenverlies van korte duur. Een voorbeeld is het Tip-Of-the-Tongue fenomeen.
Als u bij ontslag uit het ziekenhuis geen lichamelijke en/of geestelijke klachten meer heeft, mag u gedurende vier weken na de TIA of beroerte niet auto- en motorrijden.
Medisch onderzoek
Je kunt niet aan iemand zien of hij een herseninfarct, hersenbloeding of TIA heeft. Dit is alleen met onderzoek in het ziekenhuis vast te stellen.
Herseninfarct en hersenbloeding zijn de meest voorkomende oorzaken van geheugenverlies. Geheugenverlies kan echter ook worden veroorzaakt door subarachnoïdale bloeding, hersenletsel en degeneratieve ziekten. Dit hoofdstuk legt de pathofysiologie van geheugenverlies en de noodzakelijke beoordelingen voor beroerte in de klinische praktijk uit.
Het voelt meestal als een drukkende pijn aan beide kanten van het hoofd, alsof er een strakke band omheen zit.
Multi-infarctdementie wordt veroorzaakt door een reeks kleinere beroertes.Dit kan ook transient ischaemic attacks (TIA) omvatten .
Volg een dagelijkse routine . Plan taken, maak to-do-lijstjes en gebruik geheugentools zoals agenda's en notities. Leg uw portemonnee of tas, sleutels, telefoon en bril elke dag op dezelfde plek. Blijf betrokken bij activiteiten die zowel de geest als het lichaam kunnen helpen.
Oorzaak van geheugenproblemen
Normale vergeetachtigheid is vaak tijdelijk en kan worden veroorzaakt door spanningen, drukte, ziekte of somberheid. Ook kun je bezorgd worden over je geheugenproblemen. Door onzekerheid over je geheugen en bijvoorbeeld angst om fouten te maken, zet je je geheugen meer onder druk.
Van deze middelen, waaronder de antipsychotica, de tricyclische antidepressiva en de benzodiazepinen, is in een meta-analyse van gerandomiseerd onderzoek, de hoogste categorie van wetenschappelijk bewijs (categorie A), en in observationeel onderzoek (categorie B) gevonden dat ze geheugenstoornissen kunnen veroorzaken.
Diagnose van kortetermijngeheugenverlies
Ze zullen vragen stellen over uw symptomen, een lichamelijk onderzoek uitvoeren en laboratoriumtests bestellen om te zoeken naar mogelijke medische problemen die kunnen bijdragen aan uw geheugenproblemen. Indien nodig kan uw zorgverlener ook hersenscans en cognitieve tests bestellen.
Het verbeteren van je geheugen doe je door je brein gezond te houden. Dit realiseer je onder andere met een goede nachtrust, voldoende beweging, een gezond dieet en zo min mogelijk stress. Je kunt ook geheugentechnieken gebruiken om je geheugen een handje te helpen, zoals ezelsbruggetjes of het geheugenpaleis.
Bel op werkdagen of maak een afspraak bij uw huisarts als 1 of meer van deze dingen kloppen:U denkt dat uw geheugen snel slechter wordt. U heeft last van uw klachten bij de gewone dingen die u op een dag doet. Uw klachten worden steeds erger en het is niet meer zoals vroeger.
Een TIA zorgt niet voor blijvende schade, maar het is wel belangrijk dat een arts je behandelt. Een TIA kan namelijk leiden tot nog een TIA, of tot een beroerte.
Bloedgroep bepaalt risico op beroerte
Het resultaat: Bij mensen met bloedgroep A was het risico op een vroegtijdige beroerte 18% hoger dan bij mensen met andere bloedgroepen. Maar dit verband was er niet bij late beroertes. Bij mensen met bloedgroep O was het risico 12% lager.
Er kunnen ook veranderingen in de emoties zijn door de verwerking of aanvaarding van het hersenletsel. Er kunnen afgevlakte of juist versterkte heftiger emoties zijn. Iemand kan bijvoorbeeld sneller boos zijn of depressieve gevoelens hebben, een ander kan de emotie niet meer tonen of voelen.