Kans op terugkeerVoor midden risico zijn deze kansen 24-62 procent en voor hoog risico 61-78 procent. De terugkeer van een tumor wordt een recidief genoemd. Daarbij geldt dat hoe hoger het risico is, hoe groter de kans op een recidief.
Bij ongeveer vijf procent van alle patiënten met blaaskanker zijn er uitzaaiingen bij de diagnose blaaskanker. Blaaskanker kan onder andere uitzaaien naar de lymfeklieren, longen, lever of botten. Soms kunnen na de diagnose of na een gerichte behandeling alsnog uitzaaiingen ontstaan.
Patiënten met oppervlakkig blaaskanker zijn goed te genezen. Hun leven wordt niet door de ziekte bedreigd, maar de ziekte kan wel gemakkelijk terugkomen. Controles worden daarom volgens een vast schema voor langere tijd uitgevoerd.
Niet iedereen geneest van blaaskanker. In totaal is na 5 jaar nog 57% van de mensen met blaaskanker in leven. De 10-jaarsoverleving is 46%.
Tumoren van de blaas kunnen goedaardig zijn, maar zijn meestal kwaadaardig.
Blaaskanker groeit meestal langzaam. In het begin hebben de meeste mensen weinig of geen klachten. Blaaskanker wordt daarom vaak toevallig ontdekt.
Een type dunne, stijve cystoscoop, een resectoscoop genaamd, wordt via uw urethra in uw blaas gebracht. De resectoscoop heeft een kleine telescoop waar de arts doorheen kan kijken en een draadlus aan het uiteinde die wordt gebruikt om afwijkend weefsel of tumoren te verwijderen. Het verwijderde weefsel wordt naar een laboratorium gestuurd voor onderzoek.
Kans op terugkeer
Nadat de tumor door middel van een TUR-blaas is verwijderd, is er bij laag risico patiënten 15 procent kans dat de ziekte binnen 1 jaar terugkeert, en 31 procent kans binnen 5 jaar.
Bij blaaskanker krijgen patiënten vaak te maken met specifieke problemen, zoals plasproblemen of seksualiteit, naast de klachten die zich voordoen bij kankerpatiënten in het algemeen, zoals vermoeidheid, pijn, beperkingen in het sociale leven en diverse psychische problemen zoals angst en onzekerheid.
Als de urineblaas is verwijderd, moet uw urine het lichaam op een andere manier verlaten. Dit kan door een urinestoma te maken van een stukje dunne darm. De stoma kan geen urine bewaren, waardoor de urine er vanzelf uitloopt en in een zakje wordt opgevangen.
Stadia bij blaaskanker
T1: de tumor is nog oppervlakkig, maar groeit al wel in de bindweefsellaag onder het slijmvlies (nog niet in de spierlaag). T2: de tumor groeit ook door in de spierlaag. T3: de tumor groeit ook door in het omliggende vetweefsel.
Jaarlijks overlijden zo'n 1.300 mensen aan blaaskanker in Nederland. Bij ongeveer 5% van alle patiënten met blaaskanker zijn er uitzaaiingen bij diagnose. Als we alleen kijken naar patiënten met een invasieve vorm van blaaskanker, dan is dat ongeveer 1 op de 10.
Leven zonder blaas
De arts kan tijdens de operatie een urinestoma aanleggen: een opvangzakje voor urine buiten je lichaam. Je plakt het zakje aan je been en moet het regelmatig legen. Of je krijgt een nieuwe blaas: een neoblaas. Lees verder over een urinestoma of over een neoblaas.
Meestal is blaaskanker 'oppervlakkig'. Dat betekent dat de tumor in het slijmvlies van de blaas zit, maar niet is doorgegroeid in de spierwand van de blaas. We noemen dit niet-spierinvasieve blaaskanker. Als een blaastumor wél is doorgegroeid in de spierwand van de blaas noemen we dit spierinvasieve blaaskanker.
Overlevingskans blaaskanker
Van alle mensen met een oppervlakkige blaaskanker leeft meer dan 90 procent na 5 jaar nog. Bij spier-invasieve blaaskanker ligt dat aantal op 37 procent.
T2: de tumor is tussen de 2 en 5 centimeter groot. T3: de tumor is groter dan 5 cm. T4: de tumor is in de omliggende weefsels gegroeid. De grootte van de tumor maakt hierbij niet uit.
Roken en meeroken vormen het grootste risico op kanker.
Bloed in de urine kan wijzen op blaaskanker. Om erachter te komen of iemand daadwerkelijk blaaskanker heeft, moeten artsen een kijkonderzoek met cystoscoop doen. Slechts een klein deel van de mensen met bloed in de urine blijkt uiteindelijk blaaskanker te hebben.
Verschijnselen. Een blaasontsteking geeft klachten als vaker moeten plassen, kleine beetjes plassen, pijn bij het plassen en soms bloed plassen. De urine heeft vaak een vieze geur. Ook kunnen buikpijn en misselijkheid optreden.
Roken is de belangrijkste risicofactor voor blaaskanker. Nicotine irriteert de blaas waardoor de cellen van het slijmvlies in de blaas aangetast kunnen worden. Bij 3 tot 4 van de 10 mensen met blaaskanker is roken de oorzaak.
Uitwendige bestraling kan: pijn door de blaaskanker verminderen. pijn van uitzaaiingen verminderen. Blaaskanker zaait meestal uit naar de lymfeklieren, longen, lever en botten.
Ze kunnen goedaardig (niet-kankerachtig) of kwaadaardig (kankerachtig) zijn.
Het duurt 6 weken vanaf de datum van de operatie om volledig te herstellen van uw operatie. Dit kan worden verdeeld in twee delen: de eerste 2 weken en de laatste 4 weken. Tijdens de eerste 2 weken vanaf de datum van uw operatie is het belangrijk om "een persoon van ontspanning" te zijn.
De meeste mensen met blaaskanker hebben in het begin geen klachten. Als de tumor groeit, kun je last krijgen van bloed in je urine. Opvallend is dat je hierbij geen andere klachten hebt, zoals pijn of het gevoel van een blaasontsteking.
De uroloog verwijdert de tumor met behulp van een lisje waardoor elektrische stroom loopt. Hierdoor ontstaat er een wond in de blaas. Met behulp van het lisje brandt de arts de bloed-vaatjes dicht. Tijdens de operatie vullen wij de blaas voortdurend met een spoelvloeistof.