Iemand met een verstandelijke beperking heeft een aangeboren of een later in de ontwikkeling optredende stoornis in de intellectuele functies. Dit gaat gepaard met beperkingen in de sociale (zelf)redzaamheid. De diagnose is meestal gebaseerd op de DSM. Classificatie voor psychische stoornissen.
Intellectuele beperking 1 verwijst naar neurologische ontwikkelingsstoornissen die het functioneren op twee gebieden beïnvloeden: Cognitieve functies, zoals leren, probleemoplossing en oordeelsvorming. Adaptieve functies, activiteiten van het dagelijks leven, zoals communicatievaardigheden en sociale participatie.
De verstandelijke beperking (verstandelijke ontwikkelingsstoornis) in de DSM-5. De classificatie van een verstandelijke beperking is in de vijfde editie van het Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5®) ingrijpend gewijzigd en valt nu onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.
Verstandelijke beperking: betekenis
Een verstandelijke beperking is een ontwikkelingsstoornis. Mensen die dit hebben, ontwikkelen zich minder snel dan leeftijdsgenoten. De gevolgen zijn vooral merkbaar op school, in de omgang met anderen en in hoeverre ze zichzelf kunnen redden in het dagelijks leven.
Dat kan aangetoond worden met behulp van een gestandaardiseerde intelligentietest waarop de persoon een intelligentiequotiënt (IQ) van 70-75 of lager behaalt. Het is belangrijk om rekening te houden met standaardfouten van testen, wat betekent dat een IQ-score kan variëren tussen verschillende metingen.
Verstandelijke beperkingen (intelligentiebeperkingen) worden gemeten met een valide en betrouwbare intelligentietest in een individueel onderzoek. Voor een verstandelijke beperking is de grens een IQ van ongeveer 70 à 75, afhankelijk van de testeigenschappen. Maar een IQ is niet het enige criterium.
Een verstandelijke beperking kan op verschillende manieren ontstaan: Het zit in de familie. Je moeder of vader heeft ook een verstandelijke beperking. Je kunt een syndroom of stoornis hebben waarbij een verstandelijke beperking een van de gevolgen is.
Een verstandelijke beperking of een verstandelijke ontwikkelingsstoornis, ook wel een verstandelijke handicap, intellectuele stoornis of mentale retardatie en in het verleden geestelijke handicap mentale handicap en zwakzinnigheid, is een ontwikkelingsstoornis waarbij iemands verstandelijke vermogens zich niet met de ...
IQ van 70/75 is bovengrens van intellectueel functioneren
Zwakbegaafd: IQ 70/75-85/90. Lichte verstandelijke beperking: IQ 50/55-70.Matige verstandelijke beperking: IQ 35/40-50/55.Ernstige verstandelijke beperking: IQ 20/25-35/40.
Mensen met downsyndroom hebben een verstandelijke beperking. Kinderen ontwikkelen zich trager en beperkter dan normaal.
Een verstandelijke beperking is een ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door beperkingen in het intellectuele functioneren en het aanpassingsvermogen. Mensen met een verstandelijke beperking ontwikkelen zich minder snel en hebben vaak moeite met het begrijpen van informatie.
Mensen met een psychische stoornis en ZB/LVB bevinden zich overal in de maatschappij en zijn – soms onopgemerkt – in beeld of in zorg bij meerdere instanties en hulpverleningssectoren. Deze mensen bevinden zich binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
In de DSM-5 wordt een verstandelijke beperking beschouwd als een IQ -score die ongeveer twee standaarddeviaties of meer onder die van de bevolking ligt, wat overeenkomt met een IQ-score van ongeveer 70 of lager .
Intellectueel functioneren wordt beoordeeld met een onderzoek door een arts en door middel van gestandaardiseerde tests. Hoewel een specifieke volledige IQ-testscore niet langer vereist is voor diagnose , worden gestandaardiseerde tests gebruikt als onderdeel van de diagnose van een verstandelijke beperking.
Grove schatting: ruim 700.000 mensen met IQ tussen 70 en 85 en sociale redzaamheidsproblemen. Ongeveer 2,3 miljoen mensen in Nederland hebben een IQ tussen 70 en 85. Een deel van hen heeft zodanige sociale redzaamheidsproblemen dat ook zij toegang hebben tot de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen.
“Verstandelijke beperking” en “intellectuele beperking” beschrijven beide dezelfde concepten. “Intellectuele beperking” is echter de voorkeursterm om meerdere redenen:Nauwkeurigheid .
LVG is de afkorting van licht verstandelijk gehandicapt. Deze mensen hebben een lichte verstandelijke beperking met een IQ variërend van 50 tot 85. Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) denken minder snel dan leeftijdsgenoten die normaal begaafd zijn.Ze hebben een IQ-score tussen de 50 en 70.
Niet iedereen kan even slim zijn. Naast heel slimme mensen bestaan er ook mensen die laag scoren op een IQ-test.
Kenmerkend voor autisme – al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking – is dat prikkels op een andere manier worden verwerkt. Mensen met autisme zijn vaak overgevoelig voor zintuiglijke prikkels zoals geluid, licht, geur of aanraking.
In Nederland wordt iedereen van 18 jaar of ouder – dus ook als je een verstandelijke beperking hebt - gezien als wilsbekwaam, tenzij door een zorgverlener is vastgesteld dat iemand ter zake wilsonbekwaam is.
Een lvb kan onder andere worden veroorzaakt doordat de hersenen anders werken. De oorzaak hiervoor kan aangeboren zijn, of later ontstaan.
De functiebeperking of beperking is wat het individu zelf ervaart aan beperkte bewegingsvrijheid of pijn. De handicap zelf is vooral een onaangepastheid van de samenleving en heeft minder te maken met de personen met een beperking.
Monique legt uit: “De levensverwachting van mensen met een verstandelijke beperking is in de afgelopen 40 jaar verdubbeld. In 1980 werden zij gemiddeld 35 jaar. Nu is dat gestegen naar 65 tot 70 jaar.
Gedragsproblemen. De gedragsproblemen die zwakbegaafde kinderen over het algemeen meer laten zien dan gemiddeld begaafde kinderen hebben vaak te maken met overbeweeglijkheid, concentratie, impulsiviteit, koppigheid en agressie. Het kan zo zijn dat door de lagere intelligentie het normbesef van het kind zwak is.
Algemene kenmerken
Een IQ onder de 75. (Blijvende) achterstand in de ontwikkeling, zowel verstandelijk als lichamelijk zoals moeite met leren of bewegen. Psychische problemen zoals moeite met communicatie en aangaan van (vriendschaps)relaties. Moeite met praktische zaken zoals aankleden, eten, omgaan met geld.