Ik is de onderwerpsvorm van de eerste persoon enkelvoud. Die wordt gebruikt als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult. Mij (of me) is de voorwerpsvorm.
Soms willen we elkaar een opdracht geven door taal. Bijvoorbeeld als je wil dat een coach je iets uitlegt, kun je 'leg me dit uit' zeggen. In het Nederlands gebruiken we hiervoor de gebiedende wijs voor. In het enkelvoud heeft deze dezelfde vorm als de ik-vorm (zoals bij 'leg me dit uit').
Hoe vind je de ik-vorm? De ik-vorm, ook wel aangepaste stam genoemd, vind je door van het hele werkwoord –en af te halen (dan krijg je de stam) en, als dat nodig is, de stam nog een beetje aan te passen naar de ik-vorm.
Als er een hoofdpersoon "ik" voor of achter het werkwoord staat, dan gebruik je de ik-vorm van het werkwoord. Als er een hoofdpersoon "je/jij" achter het werkwoord staat, dan gebruik je de ik-vorm van het werkwoord.
wederkerend voornaamwoord (reflexief pronomen): me, je, u, zich, ons, zichzelf, jezelf.
Me is de onbenadrukte vorm van mij, zoals in “ik heb me vergist” en is nooit een bezittelijk voornaamwoord. Informele bezittelijke voornaamwoorden, zoals “m'n”, gebruik je nooit in academische teksten.
Hij is in het Nederlands het persoonlijk voornaamwoord voor de mannelijke vorm van de derde persoon enkelvoud in de onderwerpsvorm.
I is afkomstig van het Oudengels (OE) ic , dat op zijn beurt was ontstaan uit de voortzetting van het Proto-Germaans *ik en ek; de asterisk duidt op een niet-bevestigde vorm, maar ek werd wel bevestigd in de inscripties van het Oude Futhark (in sommige gevallen met name de variant eka; zie ook ek erilaz).
Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is ik de correcte vorm.Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is mij correct.
Een handige manier om de ik-vorm te voorkomen, is de lijdende vorm gebruiken. Een overdaad aan de lijdende vorm kan teksten echter minder goed leesbaar maken, dus probeer te variëren tussen de lijdende en actieve vorm.
De stam is doorgaans gelijk aan de ik-vorm van het werkwoord: bind, mors, enz. Alleen bij werkwoorden op -ven en -zen , zoals leven en verhuizen, is er verschil tussen de stam en de ik-vorm.Hier eindigt de stam op v of z: leev of verhuiz.
De gebiedende wijs in het Engels wordt over het algemeen gebruikt om een bevel te geven, iemand aan te sporen iets te doen, een waarschuwing te geven of instructies te geven. Er zijn verschillende onderscheidende vormen van de gebiedende wijs in het Engels: bevestigend, ontkennend en vermanend , evenals de meer hartelijke manieren om een bevel uit te drukken.
De imperatief is een bevel of verbod. De imperatief kan in het enkelvoud of meervoud staan. De vorming van de imperatief is voor het enkelvoud gewoon de stam en voor het meervoud de stam "+te".
Blijkbaar was " ic " het eerste persoon enkelvoud subject pronoun in het Engels tot ongeveer de 12e eeuw. Het woord werd ingekort tot "I" tussen ongeveer 1100 en 1200.
Jij, jij, jouw, jouwe en gij zijn archaïsche persoonlijke voornaamwoorden die over het algemeen in de vorm van onderwerp en object worden uitgesproken.
Een hulpwerkwoord is een werkwoord dat als 'hulp' bij het hoofdwerkwoord van de zin staat. In tegenstelling tot een zelfstandig werkwoord kan een hulpwerkwoord nooit zelfstandig voorkomen. Het komt altijd voor in combinatie met een ander werkwoord (een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord).
b. Werkwoorden met een sterke vervoeging die archaïsch, verouderd of zeer formeel overkomt: lachen, dunken.
Na een voorzetsel volgt altijd een niet-onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord. Onderwerpsvormen zijn ik, jij/je, hij, zij/ze, het, wij/we, jullie en zij/ze.
Toelichting. Er is geen regel die bepaalt in welke volgorde de personen in een nevenschikking genoemd worden. Wel geldt het als een teken van beleefdheid dat men zichzelf niet als eerste noemt. De persoonlijke voornaamwoorden ik, mij, wij en ons komen daarom bij voorkeur aan het einde van de nevenschikking.
Voor de tweede persoon zijn er verschillende persoonlijke voornaamwoorden: de vertrouwelijke vormen je, jij en jullie, en de beleefdheidsvorm u, die we zowel voor het enkelvoud als voor het meervoud gebruiken.