Zowel zijn als z'n (met een apostrof) is correct, maar ze worden in verschillende situaties gebruikt. Zijn is formeel en volledig, terwijl z'n informeel is en de verkorte vorm (spreektaal) van zijn. "Jan z'n fiets" (informeel) is vergelijkbaar met "Jans fiets" (formeler). Onze Taal +2
De taalnorm die zegt dat Jan z'n fiets en Emma d'r fiets niet passend zijn in formelere spreektaal en zakelijk-neutrale schrijftaal, leeft ook nog steeds. De constructie is als volgt ontstaan. In bijvoorbeeld 'Ze hebben Jan z'n paard ontstolen' is Jan eigenlijk het indirect object: zijn paard wordt 'aan hem' ontstolen.
Antwoord. Zowel De doelgroep zijn jongeren als De doelgroep is jongeren is juist. Gewoonlijk wordt het meervoudige jongeren als onderwerp van de zin opgevat en daar hoort de persoonsvorm zijn bij. Maar als het enkelvoud de doelgroep als onderwerp wordt opgevat, hoort daar is bij.
De bezits-s wordt met een apostrof en een s geschreven als de laatste lettergreep eindigt op één a, i, o, u of y (of op een enkele e die als een dubbele ee klinkt). Als het zelfstandig naamwoord eindigt op een hoorbare sisklank schrijven we alleen een apostrof erachter.
Het bezittelijk voornaamwoord
Snel gebruik: Gebruik een apostrof + s voor enkelvoudige zelfstandige naamwoorden (zee, lucht), gewone zelfstandige naamwoorden die eindigen op een s (tijgerin, minnares) en onregelmatige meervoudsvormen (vrouwen, kinderen) . Gebruik alleen de apostrof voor eigennamen die eindigen op een s (Tess, Jezus, Texas) en regelmatige meervoudsvormen (auto's, demonstranten).
Voorbeeldzinnen
Ik zit in mijn auto. Zij is thuis. We komen uit Duitsland. De bloem is voor jou.
Het verwarrende is dat “hun” een bezittelijk voornaamwoord kan zijn (hun boek), maar ook een persoonlijk voornaamwoord (ze geeft hun een onvoldoende). Het persoonlijk voornaamwoord hun gebruik je alleen als als het om een meewerkend voorwerp gaat.
Bezits-s (met of zonder apostrof)
Bijvoorbeeld: Jans dochter, Esthers verjaardag, Freuds theorie, Robin van Persies opstelling, Loulous onderzoek, Ruttes tactiek. Er komt alleen een apostrof voor de bezits-s als een naam eindigt op een klinker die als lange klank klinkt (dus als 'aa', 'ee', 'ie', 'oo', 'uu').
De bezits-s wordt in principe gewoon aan het woord vast geschreven: Henks auto, Werners fiets, Samirs huis, Ayguls adres, Esthers kinderen, Annies huiswerk, Aafkes hulp, en dus ook: Jans hond. Er zijn twee uitzonderingen: Namen die eindigen op een lange klinker.
Zijn enzo en ofzo allebei één woord, of moeten ze als en zo en of zo geschreven worden? Volgens de officiële spelling zijn alleen en zo en of zo juist, als losse woorden dus.
Het document bespreekt bezittelijke voornaamwoorden, dat zijn woorden die bezit of eigendom aangeven. Het geeft voorbeelden van veelvoorkomende bezittelijke voornaamwoorden zoals "mijn", "van mij", "onze", "van ons", "jouw", "van jou", "van hem", "van haar", "het", "van hen", "van wie" en "van iemand" .
[M] [T] Citroenen zijn zuur. [M] [T] Het zijn acteurs. [M] [T] Ze zijn knap. [M] [T] Wij zijn zijn zonen.
Praten met 1 woord
Het is de fase van uitingen in 1 woord. Je kind praat met losse woorden, maar probeert daarmee hele zinnen uit te drukken. Wanneer je kind 'eet' zegt, kan dit bijvoorbeeld betekenen: 'ik eet een appel', 'ik heb honger' of 'een appel kun je opeten'.
Ik vraag me af wiens moeder ze dan is. Ik weet niet meer wie het idee had dat we elkaar weer zouden ontmoeten. Ik vroeg me af van wie die jas was. Zo iemand geeft graag geld uit, het maakt niet uit van wie het is.
Naar onzijdige woorden (het-woorden) verwijs je niet met haar, maar met zijn. Daarom is Amsterdam en zijn grachten goed. Ook namen van dorpen en landen zijn onzijdig. Daarom is juist: Bunnik en zijn inwoners, België en zijn bijzondere bieren en Nederland en zijn Deltawerken.
De persoonlijke voornaamwoorden voor onderwerpen zijn ik, jij, hij, zij, het, wij en zij . Voor lijdend voorwerp zijn dat mij, jou, hem, haar, het, ons en hen.
Als de naam van een organisatie of een bedrijf een vrouwelijk kernwoord bevat, gebruiken we het bezittelijk voornaamwoord haar om naar de naam te verwijzen. Naar een bedrijfsnaam met een mannelijk of onzijdig kernwoord verwijzen we met zijn.
Bijvoorbeeld Piet's bloemenhoekje of Ome Wim's Oppasservice. Ook in de gedrukte krant zie ik bijvoorbeeld Rutte's kabinet voorbijkomen. Die apostrof is hier niet nodig, want er is geen verwarring over de uitspraak. Piets bloemenhoekje, Ome Wims Oppasservice en Ruttes kabinet zijn prima zonder apostrof.
Komma s staat vaak aan het einde van een woord, maar kan ook aan het begin van een woord staan. Woorden als 's ochtends, 's middags, 's avonds en 's nachts zijn hier voorbeelden van. Hier wordt een apostrof s gebruikt omdat er eigenlijk het woord 'des' hoort te staan.
De s-uitgang heeft dan betrekking op de woordgroep Johan en Pieter: [Johan en Pieter]+s boek. Met Johans en Pieters boek kunnen we daarentegen verwijzen naar één boek of naar twee boeken. In deze woordgroep kan boek samengetrokken zijn: Johans (boek) en Pieters boek.