Ja, het is over het algemeen veilig en verantwoord om verschillende vaccinaties binnen een paar maanden tijd te ontvangen. Het afweersysteem is in staat om op meerdere ziekteverwekkers of vaccins tegelijk te reageren. SNPG +1
De tijd tussen vaccinaties varieert per vaccin en schema, maar in het Rijksvaccinatieprogramma zijn intervallen van 2-4 maanden gebruikelijk voor de eerste serie, met specifieke schema's zoals 2, 3, 5 maanden (DKTP-Hib-HepB) en een tweede rond 14 maanden (BMR), en daarna herhalingen met langere intervallen (bv. 9 jaar voor de tweede BMR-prik), afhankelijk of het een levend of geïnactiveerd vaccin is en of het deel uitmaakt van een serie. Voor volwassenen is vaak een interval van minimaal 1 maand tussen levende vaccins (zoals BMR) en kan tegelijk met inactieve vaccins worden gegeven.
Moet er een bepaalde tijd tussen de coronavaccinatie en de griepprik zitten? Meer informatie. Nee, dat is niet nodig. U mag beide vaccinaties bijvoorbeeld tegelijkertijd of kort na elkaar krijgen.
Na vaccinatie gaat het lichaam heel snel aan de slag om antistoffen aan te maken. Deze antistoffen stijgen in de dagen tot twee weken na de vaccinatie. Ook na een infectie met het coronavirus maakt je lichaam antistoffen aan. De bescherming daalt als de laatste vaccinatie of infectie langer geleden is.
Volgens internationale richtlijnen moeten levende vaccins óf gelijktijdig worden toegediend, óf met een minimale tussenperiode van vier weken.
Geïnactiveerde vaccins
Bij vaccinaties met meerdere doses (bijvoorbeeld hepatitis B) moet er minstens 4 weken tussen de doses zitten, tenzij een versneld schema wordt gebruikt .
De vaccins moeten op verschillende plaatsen en met afzonderlijke spuiten worden toegediend, maar kunnen organisatorisch ook simultaan worden ingepland. Het meest acceptabele is om twee vaccins gelijktijdig toe te dienen. Zo worden eventuele bijwerkingen gespreid en vermijden we dat ze allemaal op één moment optreden.
Na een vaccinatie kan het een paar weken duren voordat je immuun bent voor het virus, als je nog nooit eerder een COVID-infectie hebt gehad of bent gevaccineerd.
De beschermingsduur na volledige vaccinatie is:
Een herhalingsvaccinatie wordt elke 10 jaar aanbevolen. Als men nooit eerder deze vaccinaties heeft gehad is het verstandig om een volledige serie van 3 injecties toegediend te krijgen)
Knobbels die langer dan 3 maanden aanhouden, groter zijn dan 2 cm in diameter of 1 maand na vaccinatie nog steeds in omvang toenemen (de '3-2-1-regel') moeten worden onderzocht door middel van fijne naaldaspiratie of het afnemen van wigbiopsieën (Scherk et al., 2013; Hartmann et al., 2015; Jas et al., 2021; Hartmann ...).
Twee of meer injecteerbare of nasaal toegediende levende vaccins die niet op dezelfde dag worden toegediend, moeten met een tussenpoos van ten minste 4 weken worden toegediend (Tabel 3-4) om het potentiële risico op interferentie te minimaliseren.
Om nevenwerkingen, zoals een pijnlijke arm, zo goed mogelijk te kunnen controleren, stelt de Hoge Gezondheidsraad voor om de griepprik in de rechterarm te laten zetten en de coronaprik in de linkerarm (2). Het mag ook omgekeerd: zolang je onthoudt in welke arm je welk vaccin hebt gekregen.
Onderzoek heeft aangetoond dat het veilig is om tegelijkertijd een griepvaccin en een COVID-19-vaccin te ontvangen.
Waarom moet er minimaal 4 weken tussen twee doses van de meeste vaccins zitten? Er moet minimaal 4 weken tussen twee doses zitten, omdat een kortere periode tussen de doses mogelijk niet leidt tot de benodigde antistofproductie voor bescherming.
Houd er rekening mee dat er twee situaties zijn waarin vaccins niet tegelijkertijd mogen worden toegediend: mensen met anatomische asplenie (die geen milt hebben) of functionele asplenie (waarbij de milt niet goed functioneert) of mensen met hiv mogen het meningokokkenvaccin (MCV4) en het pneumokokkenconjugaatvaccin (PCV13) niet tegelijkertijd krijgen.
Een volledige vaccinatie tegen hepatitis B bestaat uit drie prikken in maand 0,1 en 6 en geeft i.p. levenslange bescherming. Om dit zeker te weten moet één tot drie maanden na de laatste hepatitis B vaccinatie bloed geprikt worden.
De tijd tussen vaccinaties varieert per vaccin en schema, maar in het Rijksvaccinatieprogramma zijn intervallen van 2-4 maanden gebruikelijk voor de eerste serie, met specifieke schema's zoals 2, 3, 5 maanden (DKTP-Hib-HepB) en een tweede rond 14 maanden (BMR), en daarna herhalingen met langere intervallen (bv. 9 jaar voor de tweede BMR-prik), afhankelijk of het een levend of geïnactiveerd vaccin is en of het deel uitmaakt van een serie. Voor volwassenen is vaak een interval van minimaal 1 maand tussen levende vaccins (zoals BMR) en kan tegelijk met inactieve vaccins worden gegeven.
Na de laatste DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-Hib-HepB is je kind zeer waarschijnlijk levenslang beschermd tegen Hib en hepatitis B en verlamming door polio.
Direct je vaccinatiegegevens inzien op MijnRIVM
Op MijnRIVM kun je direct je vaccinatiegegevens bekijken, downloaden en printen.
Antistoffen kunnen 10 tot 14 dagen na vaccinatie worden gedetecteerd, maar de reactie van het lichaam is het sterkst drie tot zes weken later. In deze periode hebben zich al meer gespecialiseerde antigeenherkennende cellen kunnen ontwikkelen, wat zorgt voor snellere reacties en een hoge antistofproductie.
Herbesmetting met het virus dat COVID-19 veroorzaakt, treedt op wanneer je besmet raakt, herstelt en vervolgens opnieuw besmet raakt . Je kunt meerdere keren herbesmet raken. Door je vaccinatieschema aan te houden en een COVID-19-infectie te laten behandelen, kun je het risico op een ernstig ziekteverloop verkleinen.
Uit onderzoek is gebleken dat de vaccinaties vier weken na de ingreep de beste bescherming boden, met een effectiviteit van 44,7% tegen infectie, 45,1% tegen bezoeken aan de spoedeisende hulp en 57,5% tegen ziekenhuisopname of overlijden.
De tijd tussen vaccinaties varieert per vaccin en schema, maar in het Rijksvaccinatieprogramma zijn intervallen van 2-4 maanden gebruikelijk voor de eerste serie, met specifieke schema's zoals 2, 3, 5 maanden (DKTP-Hib-HepB) en een tweede rond 14 maanden (BMR), en daarna herhalingen met langere intervallen (bv. 9 jaar voor de tweede BMR-prik), afhankelijk of het een levend of geïnactiveerd vaccin is en of het deel uitmaakt van een serie. Voor volwassenen is vaak een interval van minimaal 1 maand tussen levende vaccins (zoals BMR) en kan tegelijk met inactieve vaccins worden gegeven.
→ Het is veilig en gebruikelijk dat kinderen (en volwassenen) meerdere vaccins tegelijk krijgen . Het immuunsysteem raakt hierdoor niet overbelast. Kinderen worden dagelijks blootgesteld aan meer antigenen dan door alle vaccinaties die ze in hun jeugd krijgen.
Om die reden vragen sommige ouders hun arts om vaccinaties te spreiden, te verdelen over meerdere dagen of helemaal niet toe te dienen. De zorg dat te veel vaccins het immuunsysteem van een baby zouden kunnen overbelasten is begrijpelijk, maar het bewijs dat dit niet het geval is, is geruststellend.