Petekind wordt in de standaardtaal in het hele taalgebied gebruikt voor 'het kind voor wie men samen met de ouders de doopbelofte aflegt'. Een petekind is dus het kind van wie men peter (peetoom) of meter (peettante) is.
Petekind is standaardtaal in het hele taalgebied in de betekenis 'jongen of meisje van wie iemand meter of peter is'.
Oorspronkelijk waren peetouders de 'getuigen' bij de (katholieke) doop van een kind. Zij moesten 'toezien op de gelovige opvoeding' van het kind. Vaak waren dit een oom of een tante van het kind.
Bij een rooms-katholieke doop worden doorgaans twee getuigen gevraagd: een (mannelijke) peter of peetoom en een (vrouwelijke) meter of peettante. Deze peetouders zijn samen de doopborgen.
De bedoeling is om iets persoonlijks te geven, een cadeautje dat je petekind voor de rest van zijn of haar leven zal koesteren. Iets dat altijd een herinnering aan jou zal blijven. Zo kan je bijvoorbeeld een eerste juweeltje geven, zoals een gouden baby armbandje.
Blijft over dat er een sterke wens bij de ouders of het petekind leeft om toch een peter en meter te hebben. Het kerkelijk wetboek voorziet niet in deze gevallen. Een wijziging aanbrengen in het doopboek is ook niet gebruikelijk.
De peter en meter zijn degenen die het kind voor God voorstellen, zij vergezellen hem of haar om gedoopt te worden. Dit begrip van begeleiding, van getuigenis, is niet louter religieus; het kan ook in een seculiere context worden toegepast. Vroeger was de peetvader de verantwoordelijke voor de opvoeding van het kind.
Deze moet ouder zijn dan 18 jaar. Hij of zij mag niet lijden aan een geestelijke stoornis. Deze persoon mag niet onder curatele staan.
Heel wat meters en peters geven geld, kopen een buggy of een autostoel, of voorzien de meest dringende cadeautjes van de geboortelijst. Het gemiddelde bedrag dat gegeven wordt is 200 euro.
Een voogd is in het recht een handelingsbekwame (rechts)persoon die instaat voor de persoon en de goederen van een onbekwame minderjarige, soms pupil genoemd. De voogd kan de taak van de ouders overnemen wanneer deze komen te overlijden of wanneer deze het kind "niet meer kunnen hanteren".
Hoeveel peetouders mag je hebben? Hoeveel mensen je aanwijst als peetouder voor je kind bepaal je zelf. Dit kunnen er meer dan twee zijn, maar dit kan ook maar één persoon zijn. Het ligt er maar net aan wat voor jullie goed voelt.
vrouw die bij de doop wordt aangewezen als tweede moeder, om op het kind te letten in de opvoeding en pleegmoeder te worden mocht dat nodig zijn.
de geestelijke vader, bijvoorbeeld van een denkbeeld of onderneming.
Het ondersteunen in de opvoeding door een peter en meter, werd al vrij snel erg ruim geïnterpreteerd: van hulp bij opvang, naar het helpen bij huiswerk, het doorgeven van bepaalde waarden, interesse voor cultuur of sport, tot het schenken van cadeaus op speciale feest- en verjaardagen.
Nee, het peter- of meterschap heeft geen wettelijke betekenis. De doopbelofte is ook niet bindend. Je bespreekt zelf met de meter of peter to be wat je precies van hen verwacht.
Bij een katholieke doop worden doorgaans twee getuigen gevraagd: een (mannelijke) peter of peetoom en een (vrouwelijke) meter of peettante. Deze peetouders zijn samen de doopborgen.
De peetouders hoeven niet per se familie te zijn, het mogen ook vrienden zijn. Het is gebruikelijk dat de peter of meter hun petekindje vasthouden tijdens de doop. Het aanwijzen van peetoom en peettante gebeurt inmiddels ook vaak zonder dat het kindje gedoopt wordt.
Oma, bompa, meme, vake …
Grootmoeders: De top-5 aanspreektitels is: Grammy, Granny/Gran, Nana, Mimi en Bubbe. Voor de glamoureuze oma's is er 'glam ma', naar het voorbeeld van Goldie Hawn die zich nog te jong voelde voor iets anders.
Je moet als ouders niet getrouwd zijn om je kindje te laten dopen. Als je dit wel bent, neem je best dit trouwboekje mee naar de doopviering. Na afloop van het doopsel kan het dan meteen ingeschreven worden. De kerk raadt aan het kind te laten dopen tussen de drie weken en drie maanden na de geboorte.
En hoeveel kost dat? Veel kosten zijn er aan een doopsel niet echt. Je koopt de doopkleertjes (als je die niet hebt van je eigen doopsel) en een doopkaars . Je kunt altijd een vrijwillige bijdrage leveren aan de kerk.
'Ieder kind mag gedoopt worden, ongeacht de situatie waarin de ouders of zij die het ouderlijke gezag uitoefenen, zich bevinden: gehuwd, gescheiden of homoseksueel. ' Om een kind te laten dopen, moeten beide ouders hun toestemming geven. Vroeger waren dat meestal de natuurlijke ouders en een 'mama' en 'papa'.