In veel andere culturen is het heel normaal dat broers en zusjes een slaapkamer delen of zelfs samen in een bed slapen. Sterker nog: daar vinden ze het vaak zielig voor kinderen als ze alleen slapen. Samen op één slaapkamer betekent samen delen en rekening houden met een ander.
Er is geen bepaalde leeftijd waarop ze niet meer bij elkaar mogen slapen. Meestal willen kinderen vanaf een jaar of 10 dat zelf niet meer en krijgen ze behoefte aan privacy. Maar ook kinderen die een eigen kamer hebben kunnen nog tot in de puberteit behoefte hebben om zo nu en dan bij elkaar op de kamer te slapen.
Er is nooit een leeftijd te oud voor twee broers en zussen om in dezelfde kamer te slapen . Soms moet je in dezelfde kamer slapen omdat er geen opties zijn. Realiseer je dat sommige families maar ÉÉN kamer hebben om in te slapen en dat die ene kamer is waar het hele gezin SAMEN slaapt.
Is het oké voor broers en zussen om samen te slapen? Zeker!* In veel culturen in de wereld slapen hele gezinnen samen in hetzelfde bed, uit gewoonte, verlangen, noodzaak of een combinatie . Als jij en je man het erover eens kunnen zijn dat jullie kinderen nu gewoon in hetzelfde bed moeten slapen, is dat geweldig.
Om veiligheidsredenen wordt aangeraden om te wachten tot uw kind ouder is dan achttien maanden voordat u met een broertje of zusje in één bed slaapt . U kunt echter ook zelf een beslissing nemen op basis van de leeftijd van uw kinderen, hun slaapgeschiedenis en de grootte van hun kind.
Samen slapen met je kind op dezelfde kamer is vaak een bewuste keuze van de ouders, die gesteund wordt door de adviesgevende organisaties, zoals kraamhulp en het consultatiebureau. Samen op 1 kamer slapen is namelijk erg goed voor de hechting van een kind en verlaagt de kans op wiegendood.
Als je dezelfde vader of moeder hebt, zijn je broers en zussen je biologische familie. Een groot deel van het DNA is bij iedereen hetzelfde. Maar sommige stukken DNA verschillen per persoon. Iedereen heeft zijn of haar eigen varianten in het DNA en daardoor een eigen 'DNA-profiel'.
Wanneer broers en zussen daarentegen gescheiden van elkaar opgroeien is het mogelijk dat ze zich seksueel zeer sterk tot elkaar aangetrokken voelen, een verschijnsel dat bekendstaat als genetische seksuele aantrekking.
In een langdurige relatie kan het soms voelen alsof je meer broer en zus bent dan geliefden. Misschien herken je dit: De romantiek lijkt verdwenen, de passie is ver te zoeken, en jullie zijn meer huisgenoten dan partners. Dit fenomeen, vaak een “broer-zus-relatie” genoemd, is een veelvoorkomend probleem in relaties.
Volgens kinderarts Nils Bergman van de University of Cape Town moeten kinderen in elk geval tot het derde jaar bij hun moeder in bed slapen.
Broers en zussen mogen ook geen kinderen krijgen.
Hoe laat moeten pubers naar bed? De ideale bedtijd voor pubers zijn de volgende: 12-15 jaar: tussen 21.00 uur en 21.30 uur. 15-17 jaar: tussen 21.30 uur en 22.00 uur.
Als iemand die heel close is met zijn/haar broers en zussen als volwassene, vind ik het niet zo raar . Ik vind het raar en irritant als mensen de closeheid tussen broers en zussen afschilderen als iets grofs of ongepasts als er geen enkele indicatie is dat er iets raars aan de hand is.
U mag niet trouwen of een geregistreerd partnerschap afsluiten met iemand die familie van u is. Bijvoorbeeld met uw biologische broer of zus.
Vanaf een jaar of twee of 2,5, of wanneer je baby doorslaapt, kan je met je kind afspraken maken en zijn ze in staat om zich daar aan te houden. Samen slapen werkt het beste als beide kinderen het zelf ook willen en als je kan uitleggen dat ze elkaar niet wakker mogen houden of wakker mogen maken.
Gebruik geen hoofdbeschermer voor een wieg, ledikant of co-sleeper. Houd kussens, knuffels en andere gevulde materialen uit de buurt van je kind of dreumes. Ze kunnen er tegen aan komen liggen met het risico steeds zuurstofarmere lucht in te ademen (rebreathing). Slaap nooit samen op de bank.
Kinderen die samen opgroeien, ontwikkelen normaal gesproken geen seksuele aantrekkingskracht, zelfs als ze geen familie zijn. En omgekeerd kunnen broers en zussen die op jonge leeftijd van elkaar zijn gescheiden, wel seksuele aantrekkingskracht ontwikkelen .
Je mag wel legaal seks hebben met je broer of zus, maar trouwen met elkaar is in Nederland verboden.
Broers en zussen kunnen bijvoorbeeld ‘een unieke kans bieden voor kinderen om het vermogen te ontwikkelen om de emoties en standpunten van andere mensen te begrijpen, om te leren omgaan met woede en conflicten op te lossen, en om zelf voor verzorging te zorgen’ (Brody, 2004, 124).
Incest betekent: geslachtsgemeenschap met een naaste bloedverwant, oftewel een familielid. Bijvoorbeeld tussen een broer en zus of nicht en neef. Maar een pleegouder of verzorger valt hier ook onder, ondanks dat er dan geen bloedverwantschap is. Incest is in Nederland niet verboden.
Gewoonlijk deel je tussen 33-50% van je DNA met je broers en zussen. Daarom kunnen broers en zussen op elkaar lijken, maar niet identiek zijn (behalve natuurlijk bij eeneiige tweelingen, die 100% van hun DNA delen).
In praktijk betekent dit dat er drie verschillende mogelijkheden zijn om iemand schoonzus of zwagerin of zwageres te noemen. Het kan de vrouwelijke partner zijn van iemands broer of zus. (De vrouwelijke partner van mijn broer/zus is mijn schoonzus.) Het kan de zus zijn van iemands partner.
Vrouwen erven een X-chromosoom van de moeder en een X -chromosoom van de vader. Mannen krijgen een X-chromosoom van hun moeder en een Y-chromosoom van hun vader. Je moeder en vader geven ieder de helft van hun DNA door. Die halvering zet niet automatisch door naar de generaties daarvoor.
Als het vergelijken van jouw regio's met de regio's van je broer of zus voor verwarring heeft gezorgd, zijn er een paar dingen die je moet weten. Slechts de helft van de genen van een ouder wordt doorgegeven aan elk kind, en broers en zussen (behalve eeneiige tweelingen) erven niet precies dezelfde helft . Dit betekent dat je broers en zussen een aantal genen hebben gekregen die jij niet hebt gekregen, en vice versa.
Bij digenetische overerving gaat het om een afwijking in twee verschillende genen. Dat kan een afwijking in een gen van vader en een afwijking in een ander gen van moeder zijn. Je kunt ook twee verschillende genen met een afwijking erven van één ouder.