Hou je aan de snelheidslimiet is wat informeler taalgebruik, meer spreektaal. Maar hou of houd is dus allebei goed. In de spreektaal laten we de slotmedeklinker vaak weg. 'Ik hou van jou' klinkt toch ook beter dan 'Ik houd van jou'.
In gesproken taal is hou de gewoonste vorm, evenals in minder formele geschreven taal.In formelere geschreven taal komt de vorm houd meer voor.
De regel voor de gebiedende wijs is vrij duidelijk en eenvoudig: de gebiedende wijs krijgt altijd alleen de stam. Houd schrijf je dus zonder t. Soms twijfel je misschien of er sprake is van de gebiedende wijs. Dan kun je het werkwoord vervangen door een vorm van lopen.
Beide vormen zijn juist.“Ik houd” is de officiële, meer formele vorm, terwijl “ik hou” als informele variant algemeen geaccepteerd is in het dagelijks taalgebruik. Een tip die we je kunnen geven is om in één tekst voor één schrijfwijze te kiezen. Gebruik beide vormen dus niet door elkaar.
Er is ook een trucje om te achterhalen of u aan het eind van het voltooid deelwoord -t of -d moet schrijven. U kunt daarvoor vergelijken met de verledentijdsvorm. Als die op -de(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -d. Als de verledentijdsvorm op -te(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -t.
De correcte vervoeging is je/jij vindt.
Als het onderwerp je/jij achter de persoonsvorm staat, is de correcte vervoeging vind je/jij. Bij combinaties met je is het niet altijd even duidelijk of je het onderwerp van de zin is. Als u daaraan twijfelt, kunt u je proberen te vervangen door jij of jou(w).
Hou je aan de snelheidslimiet is wat informeler taalgebruik, meer spreektaal. Maar hou of houd is dus allebei goed. In de spreektaal laten we de slotmedeklinker vaak weg. 'Ik hou van jou' klinkt toch ook beter dan 'Ik houd van jou'.
Officieel is het ik rijd en rijd jij.
Hoe ga je om met die d in het woord 'houd'? In de uitspraak valt de d vrijwel altijd weg en is het dus ik hou van jou. Dit gebruik dringt ook steeds meer door in de geschreven taal. Literaire uitgevers hebben daarom vaak een voorkeur voor deze vorm, zeker als het gaat om de weergave van een conversatie.
17 antwoorden
Uw antwoord, antwoord is hier namelijk een zelfstandig naamwoord en dan is het nooit met een t er achter. Wanneer het een werkwoord is, is het in de hij-vorm wel antwoordt.
Waarom is het vind je, maar vindt u? Als je/jij achter de persoonsvorm staat, komt er geen t achter de stam. Deze bijzonderheid van jij/je komt voort uit de ontstaansgeschiedenis van dit woord. Jij/je is ontstaan uit g(h)i.
Het werkwoord bezighouden wordt in één woord geschreven.
Ook de vervoegde vormen schrijven we in één woord, tenzij de twee delen (bezig en houden) gescheiden worden door andere woorden (bijvoorbeeld: wat me bezig heeft gehouden), of de volgorde ervan gewisseld is (bijvoorbeeld: ik hou me bezig).
in de gaten houden - WikiWoordenboek.
De gebiedende wijs van zich aanmelden is meld je aan of meld u aan. Als in een zin met een gebiedende of aansporende functie het onderwerp u uitgedrukt is, is de correcte spelling meldt u zich aan. Voor zich melden gelden dezelfde vormen.
De correcte vervoeging is je/jij wordt.
Als het onderwerp je/jij achter de persoonsvorm staat, is de correcte vervoeging word je/jij. Bij combinaties met je is het niet altijd even duidelijk of je het onderwerp van de zin is. Als u daaraan twijfelt, kunt u je proberen te vervangen door jij of jou(w).
Is het enkelvoud of meervoud in: 'De media heeft/hebben veel invloed op de publieke opinie'? Juist is: 'De media hebben veel invloed op de publieke opinie. ' Media is het meervoud van het Latijnse woord medium, dat 'middel' betekent.
Voor en na de persoonlijke voornaamwoorden hij/zij/het/men (derde persoon) komt er een t achter de stam houd: Hij houdt het meest van hockey. Zij houdt voet bij stuk. Het houdt straks op met regenen.
Is houd of houdt juist in 'Houd(t) rekening met een wachttijd'? 'Houd rekening met een wachttijd' is juist. Houd is hier een gebiedende wijs en die is gelijk aan de ik-vorm van het werkwoord. Er komt dus geen t achter.
Het werkwoord willen geven we in de derde persoon enkelvoud geen -t: hij wil, wil hij. De vorm hij wilt* (of wilt hij*) is niet correct.
De stam is krab. De laatste letter is b. Deze letter staat niet in 't kofschip. Daarom schrijf je krabde.
Om te bepalen of het voltooid deelwoord of de persoonsvorm verleden tijd een d of t krijgt, neemt je kind eerst de stam (= hele werkwoord -en) van het werkwoord. Als deze op een medeklinker uit 't kofschip eindigt, krijgt het woord een -t. Wanneer de laatste letter van de stam er niet in zit, schrijft je kind een -d.