Het is "die van jou" (zonder w). Hoewel 'jouw' een bezit aanduidt, zorgt het voorzetsel "van" ervoor dat de w vervalt. www.ilc-talen.nl +1
In van jou komt er geen w achter jou. De bezitsrelatie wordt hier uitgedrukt door het voorzetsel van. Alleen als jouw in z'n eentje bezit aanduidt, is de w juist. Dus: 'Dat boek is echt van jou' is goed naast 'Dat is echt jouw boek' en bijvoorbeeld 'Het boek is echt van jouw zus' ('van de zus van jou').
Als je het door “zijn” kunt vervangen, is het jouw (bezittelijk voornaamwoord). Als je het door “hem” kunt vervangen, is het jou (persoonlijk voornaamwoord). In dit geval kun je wel zeggen “bij hem thuis”, maar niet “bij zijn thuis”, dus moet het “jou” zijn.
JOU kan worden gezien als een persoonlijk voornaamwoord en gebruikt in de zin van JIJ. "Ik heb JOU gebeld." Ik heb jou gebeld. Altijd zonder de W. Als je je Nederlands naar een hoger niveau wilt tillen dan het al is, geven we privé Nederlandse lessen met onze bekroonde onderwijsinstelling!
Een voorbeeld hiervan is: 'Is dat jouw tas? ' of 'Ik heb jouw fiets geleend'. Als laatste kan het woord 'jou' samengevoegd worden met 'van'. 'Van jou' is een bezittelijke term, het word dus net als 'jouw' gebruikt om bezit aan te duiden, zoals: 'Is die tas van jou?
'Yours' is de correcte spelling voor het bezittelijk voornaamwoord in de tweede persoon.
Jouw is een bezittelijk voornaamwoord dat altijd wordt gebruikt om aan te geven dat iets van iemand is. Jou is een persoonlijk voornaamwoord dat meestal geen bezitsrelatie uitdrukt. Het kan bijvoorbeeld een meewerkend of lijdend voorwerp zijn en wordt ook vaak gebruikt na een voorzetsel.
Antwoord. De juiste spelling is: Ik heb jou jouw auto zien parkeren. Jou is een persoonlijk voornaamwoord, jouw is een bezittelijk voornaamwoord.
Learnt en learned zijn twee spellingen van hetzelfde werkwoord. Ze komen allebei voor, maar learnt is de standaard in het Brits-Engels en learned in het Amerikaans-Engels. Lesson learned komt vaker voor in het Amerikaans-Engels .
Jou verwijst naar een persoon en jouw verwijst naar iets dat van iemand is. Als je kind dit verschil goed leert, worden zinnen duidelijker en goed geschreven. Dat is niet alleen belangrijk voor spellingtoetsen, maar ook voor het ontwikkelen van een sterk taalgevoel.
Het zijn technisch gezien allebei voornaamwoorden, hoewel een 'bezittelijk voornaamwoord' zoals 'jouw' zich gedraagt als een bijvoeglijk naamwoord. Wat verwarrend is, is dat 'jouw' het 'bezittelijk-genitief voornaamwoord' is . Het is makkelijker om 'jouw' te zien als een bezittelijk (voornaamwoord) en 'jouw' als een genitief (voornaamwoord).
De homofonen 'your' en 'you're' zorgen vaak voor verwarring, zelfs bij moedertaalsprekers van het Engels. 'Your' is een bezittelijk voornaamwoord. Het wordt in een zin altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord. 'You're' is een samentrekking van twee woorden: 'you' en 'are'. Samentrekkingen zijn gemakkelijk te herkennen aan de apostrof.
'Your' is een bijvoeglijk naamwoord dat 'betrekking hebbend op of toebehorend aan jou' betekent. 'Yours' is een voornaamwoord dat 'dat wat van jou is' betekent. ' Yours' wordt ook gebruikt als afsluiting in brieven. 'Your' wordt minder vaak gebruikt als afsluiting in brieven. Hieronder volgen enkele voorbeelden van hoe ze elk gebruikt worden.
Het jou of jouw EZELSBRUGGETJE!
Vervang jou(w) met u(w). Wanneer er in de zin “uw” komt te staan dan wordt het ook jouw. Dus: wat is jou adres? Vervang dit door u(w).
"Yours" is zowel enkelvoud als meervoud , net zoals "you" zowel enkelvoud als meervoud is. Het Engels kent geen aparte voornaamwoordvormen voor de tweede persoon enkelvoud en de tweede persoon meervoud. De 's' aan het einde van "yours" heeft niets te maken met meervoud, zoals de 's' aan het einde van een meervoudig zelfstandig naamwoord dat wel heeft.
Als bezittelijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud kan zowel de volle vorm jouw als de gereduceerde vorm je gebruikt worden. Jouw is nadrukkelijker dan je. Als er geen speciale nadruk nodig is, wordt in de praktijk vaker voor je dan voor jouw gekozen.
'Jouw' (4 letters, wel een w) is een bezittelijk voornaamwoord en verwijst dus naar bezit: 'ik heb jouw fiets geleend'. 'Jou' (3 letters, geen w) is een persoonlijk voornaamwoord en verwijst naar een persoon: 'Ik heb jou zien fietsen'.
Jouw dag is correct. In dit geval wordt “jouw” gevolgd door een zelfstandig naamwoord en er is sprake van een bezitsrelatie.
Bijvoorbeeld Piet's bloemenhoekje of Ome Wim's Oppasservice. Ook in de gedrukte krant zie ik bijvoorbeeld Rutte's kabinet voorbijkomen. Die apostrof is hier niet nodig, want er is geen verwarring over de uitspraak. Piets bloemenhoekje, Ome Wims Oppasservice en Ruttes kabinet zijn prima zonder apostrof.
Nee, 'jij wilt' is wel correct. Zowel de vorm jij wilt als jij wil (zonder -t) is correct. De regel waarin de -t verdwijnt bij willen, geldt alleen voor de derde persoon (hij of zij). Dus: 'Jij wilt een training volgen' en 'Jij wil een training volgen' zijn allebei correct.
De correcte vervoeging is je/jij vindt.
Als het onderwerp je/jij achter de persoonsvorm staat, is de correcte vervoeging vind je/jij. Bij combinaties met je is het niet altijd even duidelijk of je het onderwerp van de zin is.
In de uitspraak valt de d vrijwel altijd weg en is het dus ik hou van jou. Dit gebruik dringt ook steeds meer door in de geschreven taal. Literaire uitgevers hebben daarom vaak een voorkeur voor deze vorm, zeker als het gaat om de weergave van een conversatie.