Omdat ook 'college' een onzijdig zelfstandig naamwoord is (een 'het'-woord), hoort daarbij het eveneens bezittelijk voornaamwoord 'zijn'.
We gebruiken het bezittelijk voornaamwoord haar om naar vrouwelijke woorden te verwijzen (de regering en haar standpunt) en het bezittelijk voornaamwoord zijn om naar mannelijke en onzijdige woorden te verwijzen (de koning en zijn besluit, het comité en zijn rapport).
College van burgemeester en wethouders is geen eigennaam, maar een soortnaam, net als gemeenteraad. Elke Nederlandse gemeente heeft immers een gemeenteraad en een college van burgemeester en wethouders. In België heet het gemeentebestuur het college van burgemeester en schepenen – eveneens met kleine letters.
Bestuur is een onzijdig woord. Naar onzijdige woorden verwijzen we in de regel met zijn. In de praktijk wordt naar verzamelnamen zoals bestuur, collectief of comité ook geregeld met haar verwezen, ook door standaardtaalsprekers.
Volgens de woordenboeken is bijvoorbeeld 'kabinet' onzijdig en 'wasmachine' vrouwelijk.
Soms spreekt men ook van 'haar-pijn'. Maar de neiging om naar woorden als raad, bestuur, dienst, kabinet, publiek en staat met haar en zij te verwijzen, is al oud. Taalkundige Nicoline van der Sijs bespreekt dit verschijnsel in haar boek Taal als mensenwerk. Het ontstaan van het ABN (2004).
De regel is: als je verwijst naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord dan gebruik je haar, in alle andere gevallen gebruik je zijn.
De wethouders en de burgemeester besturen de gemeente. Ze zijn samen het college van burgemeester en wethouders (college van B&W). Het aantal wethouders van een gemeente is afhankelijk van het aantal raadsleden. Het aantal raadsleden is afhankelijk van het aantal inwoners.
Onzijdige woorden krijgen als bezittelijk voornaamwoord 'zijn' (en geen 'haar'): 'het bestuur en zijn leden'. Als je verwijst naar een zelfstandig naamwoord gebruik je het bezittelijk naamwoord dat bij dat woord hoort. Bij onzijdige (het-woorden) en mannelijke woorden (de-woorden) verwijs je met 'zijn'.
Het vrouwelijke bezittelijk voornaamwoord haar wordt ook vaak gebruikt om te verwijzen naar verzamelnamen die het-woorden (zoals bestuur, collectief, comité) of mannelijke de-woorden (zoals bond, raad) zijn.
Het meervoud "colleges van B en W" of kortweg "colleges" kan worden gebruikt als van meer dan één college sprake is.
Ook namen van dorpen en landen zijn onzijdig.
Zelfstandig naamwoorden met het lidwoord 'het' zijn altijd onzijdig. Hiernaar verwijs je met 'het' en 'zijn'. De-woorden zijn daarentegen mannelijk of vrouwelijk. Hiernaar verwijs je respectievelijk met 'hij' en 'hem' en met 'zij' en 'haar'.
Namen van steden, gemeenten, landen, regio's en werelddelen zijn doorgaans onzijdig.
Bij mannelijke woorden gebruik je 'zijn': De taxichauffeur (m) is erg zuinig op zijn auto. De gemeenteraad (m) staat in zijn recht.
Je kunt als aanhef 'Geacht college' schrijven, dit verwijst naar het college van Burgemeester en Wethouders.
Het college kan worden vergeleken met een gemeentelijke regering, met dit verschil dat de wethouders niet worden benoemd maar door de leden van de gemeenteraad worden gekozen.
De correcte spelling is college van burgemeester en schepenen, met kleine letters. Namen van instanties en bestuursorganen die niet uniek zijn, schrijven we met een kleine letter. Het gaat dan om soortnamen.
de hof (mannelijk): 'tuin', 'boomgaard'
Gebruik van er
Dit kan zijn als verwijswoord of als onderwerp. Eigenlijk betekent 'er' hetzelfde als 'daar'. Het is eigenlijk een verzwakte vorm van dit woord. Wanneer 'er' als plaatsaanduiding wordt gebruikt, verwijst het naar een plaats waarvan je weet over welke plaats het gaat.
Op https://wetten.overheid.nl wordt u daarom geholpen om een dergelijke verwijzing samen te stellen. Bij elk regelingonderdeel (een artikel, een hoofdstuk, etc.) kunt u via het rechter uitklapmenu kiezen om een 'Permanente link' te maken. Het systeem toont dan de juriconnect-verwijzing.
Verkort: Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2015/100. Volledig: A.S. Hartkamp & C.H. Sieburgh, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht.
Verwijzingen in de tekst moeten kort aangeven wat de bron is en moeten de lezer in staat stellen de literatuur terug te vinden in de alfabetische literatuurlijst aan het einde van het artikel. Noem je de auteur niet al met name in de tekst, dan worden naam en jaartal, gescheiden door een komma, tussen haakjes vermeld.