Zowel afgezeikt als afgezeken zijn correcte voltooid deelwoorden van het werkwoord afzeiken (iemand kleineren of bekritiseren). Beide vormen worden gebruikt, waarbij 'afgezeikt' (zwak) vaak de voorkeur heeft, maar 'afgezeken' (sterk) volgens woordenboeken en vervoegingslijsten ook correct is.
Wijken definities
Vervoegingen: is geweken (volt. deelw.) 1) je terugtrekken Voorbeeld: 'wijken voor het gevaar' Synoniem: achteruitgaan niet van zijn zijde wijken (steeds bij hem blijven) 2) afwijken van de rechte lijn Voorbeeld:...
In de verleden tijd is er soms twijfel over de keuze tussen zegde / zegden en zei / zeiden. Zei en zeiden zijn standaardtaal in het hele taalgebied. Zegde en zegden zijn standaardtaal in België, maar ze worden er als formeel beschouwd, en ze zijn er veel minder gebruikelijk dan zei en zeiden.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: " Ik had er echt naar uitgekeken om je te zien, en het spijt me heel erg dat ik moet afzeggen ." Hiermee laat je hen weten dat afzeggen niet je eerste keus was en toon je begrip voor hun eventuele teleurstelling.
Het voltooid deelwoord van uitrekken is uitgerekt.
In België en het zuiden van Nederland wordt uitrekken ook vrij vaak vervoegd als onregelmatig werkwoord, vooral in gesproken taal: rok(ken) uit - uitgerokken.
Om die reden is het ook gecheckt (niet: gechecked), gemixt (niet: gemixed), gecanceld (niet: gecancelled) en gescrold (niet: gescrolled).
Een netter woord voor overgeven is braken, wat formeler is, terwijl spugen en uitbraken ook gangbaar zijn, en vomeren een zeer formeel, medisch synoniem is; vermijd 'kotsen' in formele situaties.
jammeren : (werkwoord) een jammerend geluid maken. (werkwoord) een hoog, krijsend geluid maken. (werkwoord) jammerend klagen. wijn drinken: (werkwoord) wijn drinken.
Antwoord. Je hebt het juist: 'ik dook' is de enige correcte verleden tijd van 'ik duik'.
Antwoord. Ervoer is in elk geval standaardtaal. Ervaarde is een recentere vorm, die nog niet voor iedereen acceptabel is. Het is onduidelijk of we ervaarde al tot de standaardtaal kunnen rekenen.
Zowel "de deksel" als "het deksel" zijn correct, hoewel "het deksel" de oorspronkelijke vorm is. Tegenwoordig worden beide lidwoorden (mannelijk "de" en onzijdig "het") geaccepteerd voor "deksel", maar "het deksel" is een typisch onzijdig woord vanwege de uitgang op "-sel".
Het correcte woord is "ik zag", de onvoltooid verleden tijd (ovt) van het werkwoord zien; "zach" is fout en wordt niet gebruikt, terwijl "ik zag" betekent "I saw" en perfect past in de verleden tijd, zoals in "Ik zag hem gisteren".
Het is konden (meervoud) en kon (enkelvoud) in de verleden tijd; 'konnen' is een foutieve spelling, maar de verwarring is logisch omdat 'kunnen' in de tegenwoordige tijd ook 'kunnen' (meervoud) en 'kan' (enkelvoud) heeft. 'Konden' gebruik je voor 'wij', 'jullie' en 'zij', terwijl 'kon' voor 'ik', 'jij' en 'hij/zij/het' is.
Betekenis en gebruik
Schrijf “hij/zij/het herkent” met een -t zoals je ook hij loopt of zij kent schrijft. Schrijf “X heb/heeft/hebben herkend” met een -d zoals je ook Pim heeft gemeld en zij hebben getekend met een -d schrijft. Deze -d komt voort uit de bekende kofschip-regel.
Het correcte is verhoogd (met een d), omdat de stam van het werkwoord 'verhogen' eindigt op een 'g', wat geen letter uit het 'kofschip' (k, f, sch, p) is, en het voltooid deelwoord altijd een 'd' krijgt als de stam niet op een letter uit het 'kofschip' eindigt. Je gebruikt 'verhoogd' als voltooid deelwoord in combinatie met 'hebben' of 'zijn', zoals in 'het is verhoogd' of 'ik heb het verhoogd'.
Er is geen betekenisverschil, het gaat om een verschil in gebruik. Ik kies vandaag het verrassingsmenu. Ik kies vandaag voor een caloriearm menu. In veel gevallen maakt het weinig uit of het voorzetsel voor erbij staat.