Aan de andere kant horen organisaties waarvan we op het eerste oog denken dat ze daar wel toe behoren, niet tot de overheid. Besturen van bijzondere scholen zijn bijvoorbeeld geen overheidsorganen. Binnen de overheid maken we onderscheid tussen lichamen die wel en niet rechtstreeks worden gekozen.
Openbaar onderwijs
Volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft een nationaal onderwijsstelsel niet als doel om tegen vergoeding werkzaamheden te verrichten voor ouders en leerlingen. De overheid vervult via het nationaal onderwijs een sociale, culturele en opvoedkundige taak voor de bevolking.
School is geen bedrijf, maar een waardegemeenschap. 'Het onderwijs vormt de grondslag van de continuïteit van de samenleving. De school draagt bij aan het algemeen belang en heeft daarmee grote invloed op onze (democratische) samenleving.
Een openbaar schooldistrict is een geografische eenheid voor het lokale bestuur van basisscholen of middelbare scholen. Het is een overheidsentiteit met een speciaal doel die onafhankelijk kan worden bestuurd of afhankelijk kan zijn van de lokale overheid, zoals een stad of provincie.
Particuliere B3-scholen
B3-scholen zijn niet door de overheid bekostigde scholen voor basisonderwijs en/of voortgezet onderwijs. De leerplichtambtenaar heeft deze scholen – op advies van de Onderwijsinspectie – aanmerkt als 'school in de zin van artikel 1, onderdeel b, onder 3 van de Leerplichtwet 1969'.
Algemeen. Het Nederlandse onderwijs valt onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Het beroepsonderwijs, de volwasseneneducatie en het hoger onderwijs zijn zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting. Schoolgebouwen moeten ook voldoen aan verschillende huisvestingseisen.
Uitgangspunt van de onderwijswetgeving (WPO/WEC en WVO) is dat het eigendom van het schoolgebouw ligt bij het schoolbestuur. In de praktijk wordt vaak gesproken over het juridisch en economisch eigendom.
Onder de publieke sector verstaan we in dit rapport voorzieningen uit de curatieve zorg, zorg en ondersteuning, onderwijs, veiligheid en justitie, sociale zekerheid, en enkele overige voorzieningen (musea, landelijke publieke omroep, sportaccommodaties, de Belastingdienst en kinderopvang).
Het rapport 'De Staat van het Onderwijs 2024' spoort scholen, schoolbesturen en de overheid aan om samen te werken voor blijvende verbeteringen. Er moet vooral aandacht zijn voor de kwaliteit van de basisvaardigheden zoals taal en rekenen en voor het oplossen van het tekort aan leraren.
Universiteiten en hogescholen die genoemd worden in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW). Deze instellingen krijgen geld van de Rijksoverheid. Een aantal particuliere opleidingen. Deze opleidingen krijgen geen geld van de overheid.
Onderwijs en training
Hieronder vallen bedrijven en instellingen die onderwijs, cursussen en trainingen bieden. Zoals lagere of middelbare scholen, ROC's, mbo's, zeilscholen en autorijscholen. Ook dansscholen, yoga, coaching en bedrijven die in-company trainingen bieden vallen onder deze sector.
Zowel gemeentebesturen, politie, brandweer, OCMW's, onderwijs, De Lijn, Kind & Gezin... behoren tot de openbare sector.
Een school is een instelling waarin onderwijs op een bepaald niveau gegeven wordt. Vanwege de leerplichtwet gaan de meeste kinderen naar een school, hoewel ook andere vormen van onderwijs mogelijk zijn om aan de leerplicht te voldoen. Het woord 'school' is afgeleid van het Griekse 'σχολή', dat 'vrije tijd' betekent.
Hieronder vallen bijna alle overheidsinstanties, zoals bijvoorbeeld ministeries, waterschappen, provincies, gemeentes, het UWV, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de politie. Ook particuliere instellingen met een overheidstaak vinden wij een overheidsorganisatie.
De school is dus van de vereniging (of stichting) waarvan ze uitgaat. Ouders die lid zijn van de vereniging hebben zeggenschap en/of medezeggenschap via de medezeggenschapsraad. Ouders die geen lid zijn, hebben medezeggenschap.
Aan de andere kant horen organisaties waarvan we op het eerste oog denken dat ze daar wel toe behoren, niet tot de overheid. Besturen van bijzondere scholen zijn bijvoorbeeld geen overheidsorganen. Binnen de overheid maken we onderscheid tussen lichamen die wel en niet rechtstreeks worden gekozen.
De Nederlandse overheid kent verschillende bestuurslagen: de rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. Daarnaast zijn er nog instellingen die door de overheid gefinancierd en bestuurd worden, zoals gemeenschappelijke instellingen maar ook privaatrechtelijke organisaties (stichtingen, B.V.'s).
Onder de sector Overheid vallen de sub-sectoren decentrale overheden, onderwijs en onderzoek, rijksoverheid, sociale werkvoorziening en werk en Inkomen.
Uit een uitspraak van de Raad van State van 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1691) volgt dat in het kader van de Wob bijzondere onderwijsinstellingen zijn aan te merken als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 lid 1 onder b van de Awb, indien zij met enig openbaar gezag bekleed zijn.
Voor de dagelijkse gang van zaken op school is de schoolleiding de baas. De schoolleiding bestaat uit een directeur (of rector), vaak bijgestaan door één of meer adjunct-directeuren of locatiedirecteuren (conrectoren). De precieze samenstelling van de schoolleiding wordt met name bepaald door de grootte van de school.
Iedereen mag in Nederland een particuliere school oprichten. Gaat het om een school in het basisonderwijs of voortgezet onderwijs, voor leerlingen die leerplichtig of kwalificatieplichtig zijn? Dan moeten Burgemeester en Wethouders van de gemeente waar de school staat, de school erkennen.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor (nieuwe) schoolgebouwen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Ze zijn ook verantwoordelijk voor tijdelijke huisvesting en de eerste inrichting.
Op basis van artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs mag iedereen een school oprichten en deze naar eigen overtuiging inrichten. Maar in de praktijk lukt het bijna nooit om een nieuwe bekostigde school te beginnen. Daarom is er meer ruimte voor de oprichting van nieuwe scholen sinds 1 juni 2021.
Een school van 220 leerlingen (gemiddelde schoolgrootte in Nederland) zonder dergelijke bijzondere bekostiging, ontvangt per schooljaar 2021/2022 circa € 5.900 per leerling excl.NPO middelen (€6.600 incl.NPO middelen).