We onderscheiden twee leerstoornissen: dyslexie: moeite met lezen en schrijven; dyscalculie: moeite met rekenen.
Binnen de DSM-5 vallen de specifieke leerstoornissen, en daarmee dyslexie, in de groep neurobiologische ontwikkelingsstoornissen.
Dyslexie is een leerstoornis, die zorgt voor problemen met voornamelijk lezen, spelling en schrijven. 'Dys' betekent verstoord functioneren en 'lexie' betekent woord, vandaar dat dyslexie ook wel eens woordblindheid wordt genoemd.
Een leerstoornis is iets anders dan een leerprobleem. Leerstoornissen zijn bijvoorbeeld dyslexie en dyscalculie. Je kind heeft dan erg veel moeite met het lezen en begrijpen van woorden of cijfers. Dit zegt trouwens niets over de verdere intelligentie van je kind of over zijn inzet.
Dyslexie is een aangeboren en erfelijk bepaalde leerstoornis met een neurologische basis, waarbij de kern van het probleem ligt in het vlot lezen en spellen van woorden. Een leerling die één ouder heeft met dyslexie, heeft 40 tot 50% kans ook aanleg te hebben voor dyslexie.
“Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking.”
Bij mensen met een risico op dyslexie is aangetoond dat ze een verminderde grijze stof en corticale dikte hebben, vooral in de gebieden rond de perisylvische cortex op de kruispunten van de pariëtale, temporale en occipitale kwabben (13).
Dyslexie, dyscalculie, dysgrafie en dyspraxie .
Wanneer een achterstand onvoldoende groot is, komt iemand volgens het protocol 3.0 niet in aanmerking voor een vergoed dyslexieonderzoek en -behandeltraject. De kosten hiervoor komen voor rekening van ouders. Dit komt omdat: Er geen sprake is van een vermoeden van ED (Ernstige Dyslexie).
Dyslectici maken meer spelfouten dan leeftijdsgenoten: 'luisterfouten', (bijv.verspeken in plaats van verspreken), 'onthoudfouten' (bijv.ou-au of ei-ij) of regelgebaseerde fouten (bijv.dt-fouten).
Mensen met dyslexie zijn over het algemeen goed in het waarnemen van de dingen in hun omgeving, het zien van grote gehelen maar ook van details die anderen niet altijd opvallen. De meeste dyslectici denken ook op een sterk visuele (en minder talige) manier.
Mensen die hoogbegaafd zijn, hebben een verhoogde kans om ook dyslexie, AD(H)D, dyscalculie of autisme te hebben. Het huidige onderwijssysteem - dat lineair is ingesteld - zorgt er voor dat veel hoogbegaafde kinderen problemen hebben op school of zelfs gaan onderpresteren.
Dyslexie wordt niet geclassificeerd als een leerstoornis, omdat het niet alle aspecten van cognitie beïnvloedt, maar slechts één gebied (d.w.z. taalverwerking). SLD daarentegen omvat verschillende gebieden, waaronder leren, geheugen en motorische vaardigheden. Het zijn echter verwante termen, omdat dyslexie binnen het bereik van SLD's valt.
Dyslexie in het voortgezet onderwijs
extra examentijd krijgen;gebruikmaken van hulpmiddelen zoals een daisyspeler of een computer met spellingcontrole;extra begeleiding krijgen bij lezen, spelling of taal. Dit gebeurt vaak in samenwerking met een onderwijsbegeleidingsdienst of een remedial teacher.
Dyslexie kan zich uiten in een langzaam leestempo, moeite met woordherkenning en spelling. Het is helaas niet te genezen, maar tijdens een dyslexiebehandeling gaat een kind aan de slag met de koppeling tussen letters en klanken. Door veel te oefenen met deze verbindingen wordt het lezen en spellen makkelijker.
a) Leerstoornissen zijn heterogene aandoeningen, maar worden gedefinieerd aan de hand van drie kerncriteria: een lager intellectueel vermogen (meestal gedefinieerd als een IQ van minder dan 70 ), een aanzienlijke beperking van het sociale of adaptieve functioneren en een aanvang in de kindertijd. De DSM-IV-term 'mentale retardatie' wordt in de DSM-IV gecombineerd met 'verstandelijke beperking'.
Het onderscheid tussen leerproblemen en leerstoornissen is ten eerste gebaseerd op de hardnekkigheid en ernst van de problemen. Zo zijn leerproblemen meestal tijdelijk, terwijl bij een leerstoornis het leren voor een kind ondanks extra aandacht en inspanningen moeilijk zal blijven.
Overzicht. Dyslexie is een leerstoornis die gepaard gaat met moeite met lezen vanwege problemen met het identificeren van spraakklanken en het leren hoe ze zich verhouden tot letters en woorden (decoderen). Dyslexie, ook wel leesstoornis genoemd, is het resultaat van individuele verschillen in hersengebieden die taal verwerken.
Intelligentie. Zoals in de definitie van dyslexie wordt beschreven (BVRD, 2021), gaat het om een specifieke leerstoornis die niet het gevolg is van een algemene verstandelijke beperking.
Dyslexie wordt ook wel een stoornis in het 'technisch lezen' genoemd. Technisch lezen is de vaardigheid van het omzetten van de letters in klanken. En uiteindelijk dus het kunnen voorlezen van een tekst op een goed tempo. Dyslexie belemmert het vlot leren lezen.
Onderzoekers schatten dat een kind met een ouder met dyslexie 40 tot 60 procent kans heeft op het ontwikkelen van dyslexie, en het risico is groter als een extra familielid dit heeft.
Zoals eerder benoemd is dyslexie vooral gerelateerd aan leestaken en heeft het geen bewezen invloed op intelligentie.
Dyslexie kan genetisch zijn en onderzoek heeft gesuggereerd dat een aantal erfelijke genen iemand vatbaar kunnen maken voor deze hersenstoornis. Andere risicofactoren zijn een laag geboortegewicht, te vroeg geboren worden en blootstelling aan stoffen tijdens de zwangerschap die de ontwikkeling van de hersenen beïnvloeden.
Verworven dyslexie is vaak het gevolg van een hersenbeschadiging. Dit kan onder meer optreden door: Een hersenbeschadiging door een ongeval. Een infectie die de hersenen aantast, zoals een hersenvliesontsteking.