Als er sprake is van een blaastumor dan moet de tumor worden verwijderd met een operatie via de plasbuis (TURT). Aan de hand van de uitslag van weefselonderzoek na deze operatie kan bepaald worden of het om een agressieve tumor gaat en hoe diep de tumor in de wand groeit.
Bij patiënten met spierinvasieve blaaskanker die fit genoeg zijn, wordt doorgaans een cystectomie (het verwijderen van de blaas) uitgevoerd, eventueel voorafgegaan door chemotherapie. Ongeveer de helft van de patiënten wordt op die manier behandeld.
Blaaskanker is een ziekte die zeker behandeld moet worden. De kans op genezing na de behandeling – dit noemen we de prognose - hangt sterk af van het stadium van de ziekte. Niet-spier-ingroeiende blaaskanker kunnen we lokaal behandelen zonder dat de blaas moet worden verwijderd.
De uroloog verwijdert de tumor met behulp van een lisje waardoor elektrische stroom loopt. Hierdoor ontstaat er een wond in de blaas. Met behulp van het lisje brandt de arts de bloed-vaatjes dicht. Tijdens de operatie vullen wij de blaas voortdurend met een spoelvloeistof.
U heeft voor de operatie een afspraak met de anesthesioloog over de verdoving. Een oncologieverpleegkundige vertelt u over de operatie en de voorbereidingen. Een blaasverwijdering is een zware operatie. We bespreken hoe u uw lichaam hierop voorbereidt en daarmee de kans vergroot dat u goed herstelt.
De standaardbehandeling voor patiënten met spierinvasieve blaaskanker is radicale cystectomie, de chirurgische verwijdering van de blaas. Dit is echter een grote operatie, met een aanzienlijk risico op complicaties en mogelijk zelfs overlijden .
Blaaskanker: levensverwachting hangt af van stadium
Maar ook of er sprake is van een oppervlakkige blaaskanker of een spier-invasieve tumor. Bij een oppervlakkige blaaskanker leeft meer dan 90 procent van de patiënten nog na 5 jaar. Bij patiënten met een spier-invasieve tumor is dat 37 procent.
U kunt gerust wandelen. Na twee weken mag u weer fietsen. De eerste twee weken mag u geen zware arbeid doen; til niet zwaarder dan vijf kilo en niet persen. Uw urine kan tot ongeveer zes weken na de operatie af en toe wat bloederig zijn.
Uitwendige bestraling kan: pijn door de blaaskanker verminderen. pijn van uitzaaiingen verminderen. Blaaskanker zaait meestal uit naar de lymfeklieren, longen, lever en botten.
Bijwerkingen en gevolgen
Seksuele functiestoornissen komen zeer veel voor na de operatie zowel bij man als vrouw. Bij mannen kan dat bestaan uit erectiestoornissen en verlies van zaadlozing. Bij vrouwen kan dat bestaan uit droogheid van de vagina en pijn bij het vrijen.
Tumoren van de blaas kunnen goedaardig zijn, maar zijn meestal kwaadaardig.
Blaaskanker is al meer dan tien jaar een belangrijk aandachtsgebied van het UMC Utrecht. We werken samen in Oncomid, een netwerk van ziekenhuizen voor diagnostiek en behandeling volgens de nieuwste inzichten. Doordat we veel onderzoek doen, kunnen we de behandeling van blaaskanker steeds verder verbeteren.
Bij blaaskanker krijgen patiënten vaak te maken met specifieke problemen, zoals plasproblemen of seksualiteit, naast de klachten die zich voordoen bij kankerpatiënten in het algemeen, zoals vermoeidheid, pijn, beperkingen in het sociale leven en diverse psychische problemen zoals angst en onzekerheid.
Meestal is blaaskanker 'oppervlakkig'. Dat betekent dat de tumor in het slijmvlies van de blaas zit, maar niet is doorgegroeid in de spierwand van de blaas. We noemen dit niet-spierinvasieve blaaskanker. Als een blaastumor wél is doorgegroeid in de spierwand van de blaas noemen we dit spierinvasieve blaaskanker.
Bij operaties van 2 uur of langer krijgt u altijd een katheter, omdat iemand onder narcose of een ruggenprik niet kan plassen. Een katheter voorkomt dan dat de blaas te vol wordt.
In totaal is na 5 jaar nog 57% van de mensen met blaaskanker in leven.De 10-jaarsoverleving is 46%. Mensen met oppervlakkige blaaskanker hebben meestal meer kans op genezing dan mensen met een spierinvasieve blaaskanker.
Als de urineblaas is verwijderd, moet uw urine het lichaam op een andere manier verlaten. Dit kan door een urinestoma te maken van een stukje dunne darm. De stoma kan geen urine bewaren, waardoor de urine er vanzelf uitloopt en in een zakje wordt opgevangen.
Mensen die behandeld zijn voor kanker hebben vaak een lange periode nodig om te herstellen. Revalidatie kan onderdeel zijn van uw behandeling. Bijvoorbeeld om uw conditie te verbeteren als u zich tijdens of na de behandeling niet fit en/of moe voelt. Revalidatie helpt deze klachten te verminderen of te voorkomen.
Door de behandeling kunnen blaasproblemen ontstaan door beschadiging of irritatie van de blaaswand. Door beschadiging van de blaaswand kunnen er meer bacteriën in de blaas voorkomen die gaan ontsteken, met een blaasontsteking tot gevolg. U kunt de volgende klachten krijgen: (brandende) pijn bij het plassen.
U ondergaat binnenkort een verwijdering van een blaastumor of afwijking in uw blaas via de plasbuis. Deze ingreep wordt ook wel een transuretrale resectie van een blaastumor of TURB genoemd. Na deze ingreep blijft u in principe een nacht in het ziekenhuis.
Een type dunne, stijve cystoscoop, een resectoscoop genaamd, wordt via uw urethra in uw blaas gebracht. De resectoscoop heeft een kleine telescoop waar de arts doorheen kan kijken en een draadlus aan het uiteinde die wordt gebruikt om afwijkend weefsel of tumoren te verwijderen. Het verwijderde weefsel wordt naar een laboratorium gestuurd voor onderzoek.
Zwaar tillen, zware huishoudelijke werkzaamheden en bijvoorbeeld sporten, zijn activiteiten die u beter kunt vermijden. Fietsen en autorijden kunt u, als u zich beter voelt, weer hervatten. Wij adviseren om tot 6 weken na de operatie extra aandacht te besteden aan het eten van vezelrijke voeding.
Een niet-spierinvasieve, maar agressieve tumor, kan na verloop van tijd doorgroeien in de blaasspier. Bij 50 tot 70% van de patiënten met een niet-spierinvasief blaascarcinoom komt de tumor terug na behandeling. De kans op terugkeer is het grootst in de hoog-risicogroep.
Patiënten met oppervlakkige blaastumoren hebben een grote kans op genezing. Meer dan 90% van de patiënten leeft nog 5 jaar na diagnose. Patiënten met spierinvasieve tumoren hebben een slechtere 5-jaarsoverleving. Meer dan de helft van deze patiënten is 5 jaar na de diagnose overleden aan blaaskanker.
Leven zonder blaas
De arts kan tijdens de operatie een urinestoma aanleggen: een opvangzakje voor urine buiten je lichaam. Je plakt het zakje aan je been en moet het regelmatig legen. Of je krijgt een nieuwe blaas: een neoblaas. Lees verder over een urinestoma of over een neoblaas.