Verlichting en stopcontacten moet je nu ook beveiligen met een 30mA differentieelschakelaar. Alleen vaste toestellen (inbouwkookplaat, inbouwoven, rolluik...) mogen nog worden beschermd door een differentieel van 300mA. Per differentieel van 30mA mag je nog maximaal 8 kringen beveiligen.
Je mag maximum 8 kringen per diff hebben met het nieuwe AREI. Alleen bepaalde types verbruikers mogen nog rechtstreeks achter de 300 mA hoofddiff. Zowat alle apparatuur en verlichting moeten ondertussen achter de 30 mA diffs.
De reglementering verplicht de plaatsing van een verliesstroomschakelaar van 30mA op de kringen van de vochtige ruimten of plaatsen waar een wasmachine, droogkast of vaatwasser staat, maar ook op kringen met verlichting en stopcontacten.
Tegenwoordig dient u alle stopcontacten te beveiligen door middel van een aardlekschakelaar. Dit moeten er minimaal twee zijn, aangezien het niet verstandig is om alle groepen achter één aardlekschakelaar te plaatsen. Zou deze schakelaar worden uitgeschakeld, dan zou immers de gehele installatie spanningloos raken.
U mag maximaal vier groepen achter een differentieelschakelaar plaatsen. Een groep kan niet meer dan 3600 Watt verdragen.
Per differentieel van 30mA mag je nog maximaal 8 kringen beveiligen.
Alle toestellen die zich in de badkamer bevinden, zoals verlichting, stopcontacten, boilers, enzovoort, worden achter een bijkomende differentieelschakelaar van 30mA geplaatst .
Het is niet verstandig om alle groepen achter één aardlekschakelaar te plaatsen. Dit, omdat dan de gehele installatie spanningloos raakt bij een aardlek. Het beste is dan ook om minimaal twee aardlekschakelaars toe te passen.
Inspringing (ii) stelt dat de accumulatie van dergelijke stromen stroomafwaarts van de RCD niet meer dan 30% van de nominale reststroom mag bedragen. Dus, ervan uitgaande dat we een RCD gebruiken met een nominale bedrijfsstroom van 30 mA, is de maximale lekstroom 9 mA .
Om tegen direct aanrakingsgevaar beveiligd te zijn moet de elektrische installatie voorzien zijn van een aardlekschakelaar volgens IEC 61008 of IEC 61009 met een aanspreekstroom van maximaal 30mA. Deze aardlekschakelaar schakelt aardlekstromen groter dan 30mA binnen een veilige tijd af.
mvdk. Bij een beetje uitgebreide groepenkast, zeg 15 groepen/stroombanen, is het zinloos meerdere 30mA diff's achter die 300mA te zetten. Immers, de aardweerstand moet zo laag zijn dat die 300mA op een lekstroom kan trippen. Die gaat dus altijd mee bij een goeie aardsluiting.
Volgens de nieuwe regels van het AREI is het verplicht om een differentieelschakelaar 30mA gevoeligheid, te plaatsen op kringen van vochtige ruimtes, maar ook op kringen met verlichting en stopcontacten.
Het enige wat verplicht achter een 30mA moet is : Bad- en doucheruimten, wasmachine, droogkast, zwierder en afwasmachine.
Sinds 01/10/1981 is de regel dat er maximaal 8 (verspreide) stopcontacten op één stroomkring mogen geplaatst worden.
Het AREI zou Max.8 lichtpunten toelaten.
Er geldt een maximaal aantal installatieautomaten (groepen) die achter de Aardlek mogen. Er mogen maximaal vier groepen worden beveiligd door één aardlekschakelaar.
In Europa is er een wettelijke vereiste om 30mA reststroombeveiliging (ook wel "aardlekbeveiliging" genoemd) te hebben op alle eindcircuits met een classificatie van 32A of minder. Het doel hiervan is om te beschermen tegen elektrische schokken , mocht iemand in contact komen met een onder spanning staande draad terwijl hij tegelijkertijd contact heeft met de aarde.
Knaagschade aan leidingen en kabels in de agrarische sector verhoogt het risico op brand aanzienlijk. Vooral in ruimtes met verhoogd brandrisico, zoals stallen en opslagplaatsen voor voer, kan een 300mA aardlekschakelaar helpen bij het vroegtijdig detecteren van lekstromen en zo het risico op brand verminderen.
Alle eindgroepen in de groepenkast moeten bij installaties van na 1996 verdeeld zijn achter twee aardlekschakelaars van 30mA. Deze verplichting geldt overigens ook bij het wijzigen van de bestaande groepenkast. Aardlekschakelaars van 500 mA of van het type AC mogen tegenwoordig niet meer gebruikt worden.
Wat is het verschil tussen een B16 en een C16 installatieautomaat? Een B16 automaat schakelt direct uit indien er een kortsluitstroom van 80A wordt gemeten (5*In).Een C16 schakelt uit bij 160A kortsluitstroom (10*In). Een C16 wordt vaak toegepast bij machines met een hoge aanloopstroom.
Hoeveel groepen mogen maximaal in een groepenkast? Het aantal groepen in een 1 fase groepenkast is maximaal 12 groepen. Jouw type aansluiting kun je bijvoorbeeld nazien op de kilowattuurmeter. Vaak staat op de meter of het een 1 fase of een 3-fase meter betreft.
Deze differentieels van maximaal 30 mA bevinden zich onmiddellijk stroomafwaarts van de differentieel aan het begin van de elektrische installatie. Achter elke differentieel van maximaal 30 mA mogen maximaal 8 eindstroombanen geïnstalleerd worden.
30 mA is de nominale lekstroom voor veel aardlekschakelaars . Dus een 30 mA ELCB of reststroomonderbreker zou moeten trippen voordat de lekstroom 30 mA overschrijdt. Meestal trippen de schakelaars die ik test rond de 24 mA.
Een 30mA RCCB is zeer gevoelig en ideaal voor het voorkomen van elektrische schokken in ruimtes zoals badkamers, keukens en buitenruimtes waar menselijk contact waarschijnlijker is . Een 100mA RCCB is minder gevoelig en wordt doorgaans gebruikt voor brandbeveiliging.