De laatste levensfase (stervensfase) kenmerkt zich door terugtrekken uit het leven, extreme vermoeidheid, verminderde eetlust en veel slapen. Lichamelijk verandert de ademhaling (onregelmatig/rochelend), worden handen en voeten koud en grauw, en kan de huid paarsblauw verkleuren door verminderde bloedsomloop. Het bewustzijn neemt af en er kan onrust of verwardheid optreden. Isala Zwolle +5
De terminale fase herkennen doe je aan een combinatie van lichamelijke en gedragsmatige veranderingen, zoals toenemende zwakte, minder eten en drinken, meer slapen, en een veranderende ademhaling (onregelmatig, met pauzes), terwijl de doorbloeding afneemt (koude handen/voeten, blauwe vlekken) en de huid grauw kan worden. Het bewustzijn kan fluctueren of dalen, en er kan sprake zijn van onrust of verwardheid (delier).
De terminale fase is de laatste levensfase van iemands leven. Concreet is deze persoon ziek en is deze ziekte ook niet meer te genezen of behandelen. Of de nadelen van de behandeling wegen niet op tegen de voordelen. Deze fase duurt meestal maximaal 3 maanden, maar kan ook langer duren.
In de laatste levensfase (terminale fase) treden vaak veranderingen op zoals extreme vermoeidheid, veel slapen, minder eten en drinken, onregelmatige ademhaling (soms met reutelen), koudere handen en voeten, grauw worden van de huid, verwardheid (delier), en terugtrekken uit contact. De symptomen zijn per persoon verschillend, maar komen neer op een afnemende energie en een veranderende circulatie waardoor de huid kouder en vlekkerig kan worden en het gezicht grauw kleurt, terwijl de ademhaling onregelmatiger wordt en er meer behoefte is aan rust.
Het meest voorkomende symptoom in de laatste twee weken van het leven is extreme vermoeidheid en zwakte, waardoor men nauwelijks uit bed kan komen, vaak gepaard gaand met een afgenomen behoefte aan eten en drinken, een veranderd bewustzijn (sufheid), en onregelmatige ademhaling. Hoewel de volgorde per persoon verschilt, zijn dit de meest universele signalen van de naderende stervensfase.
Je ziet dat iemand stervende is aan veranderingen in ademhaling (slijm, onregelmatig), bewustzijn (terugtrekken, verwarring, slaperigheid), lichaamstemperatuur (koud aanvoelende handen/voeten/neus, vlekken), huidskleur (grauw/bleek), en een verminderde behoefte aan eten en drinken. De persoon trekt zich vaak meer terug en is minder contactbaar, hoewel geluiden nog wel waargenomen kunnen worden.
Wanneer de dood nabij is, kunt u enkele lichamelijke veranderingen opmerken, zoals veranderingen in de ademhaling, verlies van controle over blaas en darmen en bewusteloosheid. Het kan emotioneel erg moeilijk zijn om iemand deze lichamelijke veranderingen te zien doormaken. Maar ze maken deel uit van een natuurlijk stervensproces.
Kort voor het overlijden houden ze vaak even op met ademhalen, soms zelfs wel een halve minuut. Dan slaken ze ineens een diepe zucht en ademen daarna weer verder. Het gezicht ziet er vaak heel rustig uit. Als de stervende toch onrustig of benauwd wordt, kan de arts rustgevende medicijnen geven.
Wanneer iemand stervende is, vertragen de hartslag en de bloedsomloop. De hersenen krijgen minder zuurstof dan nodig en functioneren daardoor minder goed. In de dagen voor het overlijden verliezen mensen vaak de controle over hun ademhaling . Het is gebruikelijk dat mensen in de uren voor hun dood erg kalm zijn.
De meest gebruikte symbolen in een rouwkaart
De tekenen van de eindtijd, voornamelijk vanuit Bijbelse en Islamitische perspectieven, omvatten wereldwijde gebeurtenissen zoals oorlogen, hongersnood, aardbevingen, verval van moraal, en het herstel van Israël; ze worden gezien als voortekenen van een naderende periode van oordeel, gevolgd door de wederkomst van een messiasfiguur (Jezus in het christendom) of de Dag des Oordeels (in de Islam).
Hoe ga je om met iemand die gaat sterven?
Elizabeth Kubler-Ross beschreef in haar boek 'On Death and Dying' uit 1969 de ervaring van het sterven aan de hand van interviews met terminaal zieke patiënten. Het boek onderzocht de vijf fasen van het stervensproces: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie (DABDA).
Mooie laatste woorden zijn persoonlijk en troostrijk, vaak gericht op liefde, herinneringen en dankbaarheid, zoals “Liefde houdt niet op waar het leven eindigt,” “Wat zo diep in je hart zit, kan je door de dood niet verliezen,” of simpelweg “Ik hou van je” of "Bedankt voor alles". Het zijn woorden die de leegte niet kunnen vullen, maar wel laten zien dat iemand een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten en gekoesterd zal worden in herinneringen.
In de laatste 1-2 weken voor het overlijden zal uw dierbare de fase van actief sterven beginnen te ervaren . Normale, verwachte tekenen dat het lichaam het begeeft, zullen verschijnen. Deze tekenen zijn geen medische noodsituaties. Uw dierbare lijdt niet.
De stervende kijkt dan anders uit zijn ogen en kan een onrustige en verwarde indruk maken. Dit wordt een delier genoemd. Het lijkt alsof iemand van alles beleeft of ziet, maar wat precies is niet duidelijk. Dit komt nogal eens voor in de laatste levensdagen en vooral in de laatste uren.
De theorie van de "zeven minuten van leven" is voortgekomen uit soortgelijke bevindingen. Wanneer het hart stopt met kloppen, stopt de bloedtoevoer naar de hersenen, maar de neuronen sterven niet onmiddellijk af . In plaats daarvan raken ze in een staat van extreme activiteit doordat ze geen zuurstof meer krijgen.
De stadia van de dood omvatten: Pallor mortis : De belangrijkste verandering die optreedt is een toegenomen bleekheid als gevolg van het stoppen van de bloedsomloop. Dit is het eerste teken en treedt snel op, binnen 15-30 minuten na het overlijden.
De stervensfase omvat de laatste dagen (tot zeven dagen) van het leven. In de stervensfase vinden lichamelijke en geestelijke veranderingen plaats die wijzen op het naderend sterven. Niet alle veranderingen zien we bij iedere stervende. Ook de volgorde waarin ze verschijnen verschilt.
Het raam openen na overlijden is een oude traditie die voortkomt uit het volksgeloof om de ziel (of geest) van de overledene de weg naar buiten te laten vinden, zodat deze niet blijft 'hangen', en om te helpen bij de overgang naar het hiernamaals; praktisch gezien kan het ook helpen bij ventilatie of koeling van de ruimte, hoewel dit tegenwoordig minder relevant is door moderne technieken zoals koeling of thanatopraxie.
Minder behoefte aan eten en drinken. Mensen die sterven hebben vaak weinig of geen behoefte meer aan voedsel en vocht. Hun gewicht kan daardoor snel afnemen. Het lichaam verandert: de wangen vallen in, de neus wordt spits en de ogen komen dieper in hun kassen te liggen.
Bij een laatste groet zeg je iets oprechts en persoonlijks, zoals "Rust zacht", "Dag lieve [naam]", "Ik zal je missen", of een gedeelde herinnering, afhankelijk of je de overledene of de nabestaanden aanspreekt; bij een rouwlint zijn teksten als "Een laatste groet" of "Rust zacht" gangbaar, terwijl je bij de nabestaanden "Gecondoleerd met je verlies" of "Ik denk aan je" kunt zeggen, met focus op medeleven en steun.
De hersenen, die afhankelijk zijn van zuurstofrijk bloed, raken daardoor binnen seconden in de problemen. Binnen 10 tot 20 seconden zonder zuurstof verliest iemand het bewustzijn. Na ongeveer 3 minuten beginnen hersencellen af te sterven. Rond de 6 tot 7 minuten is er meestal geen meetbare hersenactiviteit meer.
Toch zijn er symptomen die erop duiden dat de dood aanstaande is. Gewichtsafname, afnemende energie en toenemende slaapbehoefte afgewisseld met heldere en wakkere momenten. Het gezicht verandert door gewichtsverlies: ingevallen wangen, een spitse neus en ogen die terugvallen in de kassen. Slikken wordt moeizaam.
Lijkvlekken (livores mortis)
Na het overlijden stokt de bloedsomloop en zal het bloed onder invloed van de zwaartekracht naar beneden zakken, naar de laagstgelegen lichaamsdelen. Het bloed stapelt zich daar op in aders en haarvaten en dit is als een verkleuring zichtbaar aan het lichaamsoppervlakte.