Je kunt dan gebruik maken van je rekenmachine. Als je de teller van 3⁄4 deelt met de noemer ( 3 : 4 = ) dan is deze breuk gelijk aan het kommagetal 0,75. In dit geval is de breuk 3⁄4 dus gelijk aan het kommagetal 0,75.
In dit geval zet je 1//5 om naar een kommagetal. Dit doe je door de teller te delen door de noemer (1 : 5 = 0,2). Nu kun je de getallen met elkaar vergelijken en zie je dat 1//5 minder is. Laat nu zien hoe je dezelfde som kunt aanpakken door het kommagetal naar een breuk om te zetten.
Het percentage dat bij het kommagetal 0,375 hoort is dus 37,5%. . Je kunt deze breuk eenvoudiger opschrijven. Je kunt de teller en de noemer namelijk allebei delen door 4.
Om een decimaal getal naar een breuk om te zetten, verwijder je het decimaalscheidingsteken om de teller van de breuk te krijgen. De noemer van de breuk wordt bepaald door de cijfers achter de komma te tellen. De noemer is 1, gevolgd door het aantal cijfers achter de komma in nullen.
Om het bijbehorende percentage te berekenen, deel je de teller door de noemer.Dit antwoord vermenigvuldig je met 100.
= 3 : 4 = 0,75.
Antwoord: 0,375 kan worden geschreven als 3/8 in breuk.
Het geheel is 100%. Daar moet je het 1 7 deel van nemen. 100 % : 7 = 14 2 7 %. Reken deze breuken om naar procenten.
We veranderen niet de waarde van de breuk omdat we zowel de teller als de noemer door hetzelfde delen. 8 gedeeld door 2 is 4, 10 gedeeld door 2 is 5. En we zijn klaar. 0.8 is hetzelfde als 8 tienden, welke hetzelfde is als 4 vijfden.
Van percentage naar decimaal getal:
Om van een percentage naar een decimaal getal te gaan, moet je het percentage delen door 100. 89 % = 89 : 100 = 89 : 100 =89:100 % = 0 , 89 = 0,89 =0,89 .
Instructie. Leg uit dat een breuk uit een teller en een noemer bestaat. Om een breuk gelijknamig te maken moet je er voor zorgen dat de noemers van beide breuken hetzelfde worden. Dit kun je doen door een van de breuken of beide breuken te vermenigvuldigen of te delen.
Om een decimaal getal in een breuk om te zetten, moeten we de decimalen boven hun plaatswaarde zetten. Bijvoorbeeld: in 0,6 staat er een zes op de plaats van de tienden, dus zetten we de 6 boven de 10 om de gelijkwaardige breuk te maken, 6/10. Eventueel vereenvoudigen we de breuk.
Bij het afronden kijk je naar het tweede getal achter de komma en kijk je of deze 5 of hoger is of lager. Bij 5 of hoger rond je het tweede getal achter de komma naar boven af, bij 4 of lager rond je het getal naar beneden af. Zo wordt 5,24 afgerond op één decimaal 5,2 en 5,25 afgerond op één decimaal 5,3.
Je kunt dan gebruik maken van je rekenmachine. Als je de teller van 3⁄4 deelt met de noemer ( 3 : 4 = ) dan is deze breuk gelijk aan het kommagetal 0,75. In dit geval is de breuk3⁄4 dus gelijk aan het kommagetal 0,75.
Antwoord en uitleg:
37,5 als breuk is 75/2 .
Oplossing: 0,605 als breuk is 121/200 .
Antwoord: 0,75 kan worden uitgedrukt als 3/4 in de vorm van een breuk.
Hoe gebruik je breuken? Bij een breuk bereken je eerst alles boven de deelstreep, vervolgens alles onder de deelstreep en dáárna deel je het pas door elkaar. Als geheugensteuntje kun je doen alsof alles zowel boven als onder de deelstreep tussen haakjes staat.
Half is de benaming voor het breukgetal 1/2 (½), dus een gedeeld door twee. Half is iets als het in twee gelijke delen wordt gesplitst.
Vermenigvuldig het decimaal met 10 en trek het oorspronkelijke decimaal ervan af.Deel ten slotte beide zijden door 9 om de breukvorm van het decimaal te verkrijgen . Bijvoorbeeld, 0,7 herhalend zou 7/9 zijn, en 1,2 herhalend zou 11/9 zijn.