Tuberculose (TBC) wordt aangetoond via een combinatie van onderzoeksmethoden, afhankelijk van of het gaat om een latente infectie (bacterie aanwezig, maar niet ziek) of actieve tuberculose (ziek). De diagnose wordt meestal gesteld door de GGD of een longarts en omvat de volgende onderzoeken: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | RIVM +1
TBC-symptomen zijn vaak algemeen, zoals langdurige hoest (soms met bloed/slijm), koorts, nachtzweten, vermoeidheid, gewichtsverlies en weinig eetlust. De klachten hangen af van waar de infectie zich bevindt (longen of andere organen), maar een aanhoudende hoest van langer dan 3 weken is een belangrijk signaal, zeker in combinatie met andere symptomen.
Uw zorgverlener kan een monster nemen van het slijm dat u ophoest, ook wel sputum genoemd. Als u actieve tuberculose in uw longen of strottenhoofd heeft, kunnen laboratoriumtests de bacterie opsporen . Een relatief snelle laboratoriumtest kan uitwijzen of het sputum waarschijnlijk de tuberculosebacterie bevat.
Met een bloedtest kunnen we zien of u echt besmet bent met de bacterie. Als de huidtest positief is, krijgt u daarom meestal ook een bloedtest.
Bij de mensen met een tuberculose-infectie, is na een paar dagen een reactie zichtbaar. Daarnaast wordt een longfoto gemaakt om actieve longtuberculose op te sporen. De patiënten die gevonden worden door het bron- en contactonderzoek komen op het spreekuur van de arts voor behandeling.
Actieve tuberculose in de longen kan symptomen veroorzaken zoals:
Een hardnekkige hoest die 3 weken of langer aanhoudt . Pijn op de borst. Het ophoesten van bloed of slijm (sputum) vanuit de diepe longen.
Verschijnselen. Veel voorkomende symptomen bij tuberculose zijn aanhoudend hoesten (soms met ophoesten van bloed), gewichtsverlies en nachtzweten.
In het beginstadium van TBC heeft u vaak last van nachtzweten, vermoeidheid, koorts, geen eetlust en gewichtsverlies. Mensen met TBC hoesten vaak al langer dan 3 weken en soms hoesten ze bloederig slijm op. Zonder behandeling kan de ziekte steeds meer toenemen en zelfs dodelijk zijn.
Er bestaat momenteel geen thuistest voor tuberculose . Tests voor zowel latente als actieve tuberculose-infecties vereisen een zorgvuldige afname en interpretatie door een zorgverlener in een medische omgeving.
Overleg met de GGDrU als je contact had met iemand met tuberculose en minstens één van deze punten voor jou geldt: Je hebt langer dan 2 weken klachten als hoesten, nachtzweten of gewichtsverlies. Je hebt een verminderde weerstand door ziekte of medicijnen.
Het proces van tuberculosebesmetting begint wanneer ingeademde tuberculosebacteriën, ook wel tuberculosebacillen genoemd, zich beginnen te vermenigvuldigen in de kleine luchtzakjes van de longen . Een deel van de tuberculosebacteriën komt vervolgens in de bloedbaan terecht en verspreidt zich door het hele lichaam.
De eerste fase wordt de primaire infectie genoemd. Cellen van het immuunsysteem sporen de ziekteverwekkers op en vangen ze op. Het immuunsysteem kan de ziekteverwekkers volledig vernietigen. Maar sommige opgevangen ziekteverwekkers kunnen overleven en zich vermenigvuldigen.
Om als gezond persoon besmet te raken met de tuberculosebacterie, moet hij of zij doorgaans langdurig en nauw contact hebben met iemand die actieve tuberculose heeft, bijvoorbeeld een familielid dat in hetzelfde huis woont (dat wil zeggen meer dan 8 uur per dag gedurende meerdere maanden ).
Na besmetting met de tuberculosebacterie kan het weken of zelfs maanden duren voordat u klachten krijgt. Niet iedereen die besmet wordt, krijgt ook tuberculose. Klachten zijn bijvoorbeeld: langdurig hoesten.
De bacteriën die tbc veroorzaken kunnen zich door de lucht van persoon tot persoon verspreiden via minuscule druppeltjes die vrijkomen wanneer iemand met pulmonale tuberculose hoest, niest of praat. Ingeademde tbc-bacteriën kunnen zich in de longen nestelen en zich dan van daaruit beginnen te verspreiden.
Mensen met een open (besmettelijke) longtuberculose kunnen andere mensen besmetten. De meeste andere vormen van tuberculose zijn niet besmettelijk.
Er zijn twee soorten tests die gebruikt kunnen worden om een tuberculose-infectie op te sporen: de tuberculinehuidtest (TST) en tuberculinebloedtesten of interferon-gamma-release-assays (IGRAS) (bijv. de QuantiFERON®-TB Gold-test (QFT-G), de QuantiFERON®-TB Gold In-Tube-test (GFT-GIT) en de T-SPOT®-TB-test).
Hoge gevoeligheid, goede specificiteit
Tests voor tuberculose op basis van speeksel zijn bijzonder veelbelovend omdat ze gemakkelijk bij alle patiënten kunnen worden afgenomen en gebruikt kunnen worden voor draagbare tests zonder dat bloedafname nodig is.
TBC-symptomen zijn vaak algemeen, zoals langdurige hoest (soms met bloed/slijm), koorts, nachtzweten, vermoeidheid, gewichtsverlies en weinig eetlust. De klachten hangen af van waar de infectie zich bevindt (longen of andere organen), maar een aanhoudende hoest van langer dan 3 weken is een belangrijk signaal, zeker in combinatie met andere symptomen.
De bacterie zit in de longen van de zieke met open tuberculose. Door hoesten en niezen komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken. Mensen raken niet besmet door iemand met tuberculose aan te raken.
Incubatieperiode. Acht weken tot levenslang. Na een infectie wordt ongeveer 10% van de mensen ziek: 60% in de eerste 2 jaar en 40% na een langere periode (soms tientallen jaren).
De meeste mensen die tuberculosebacteriën inademen, kunnen de bacteriën bestrijden en hun groei stoppen. Dit resulteert in een latente tuberculose-infectie.
Met een röntgenonderzoek van de longen (longfoto) kunnen afwijkingen worden vastgesteld. Afwijkingen op de longfoto kunnen wijzen op tuberculose. In deze folder leest u meer over het onderzoek met een longfoto.
De meest bekende is tuberculose, maar zijn kleine broertjes kunnen ook infecties veroorzaken. We spreken dan van niet-tuberculose mycobacterium infecties (NTM). Mycobacteriën zijn een familie bacteriën met specifieke eigenschappen.
Na afloop van de tuberculosebehandeling herstellen de longen echter zelden direct volledig . Structurele schade en functionele beperkingen kunnen maanden, jaren of zelfs de rest van iemands leven aanhouden, en er kunnen aanvullende structurele, infectieuze en/of psychologische complicaties optreden.