Hoe wordt neuropathie vastgesteld? Om vast te stellen of er sprake is van neuropathie zal er een monofilament test worden uitgevoerd. Dit is een dun nylondraad dat onder uw voet zal worden geplaatst. Hierbij zal de behandelaar u vragen de ogen te sluiten en aan te geven wanneer u het draadje voelt.
krachtverlies in armen of benen, moeilijk lopen. minder gevoel (van temperatuur of pijn) in handen of voeten. pijnscheuten, tintelingen, krampen. ongewild urineverlies of moeite hebben met plassen.
Uw huisarts stelt vragen en onderzoekt uw lichaam. Soms kan uw huisarts dan al weten of u polyneuropathie heeft. Dat is meestal bij polyneuropathie door diabetes, te veel alcohol drinken of chemotherapie. Hij of zij onderzoekt ook uw bloed.
Hoe wordt de diagnose polyneuropathie gesteld? Het stellen van de diagnose polyneuropathie gebeurt op basis van het verhaal en het lichamelijk onderzoek van de patiënt. Voor het bevestigen van de diagnose wordt meestal een klinisch neurofysiologisch onderzoek verricht. Vaak wordt dan een EMG (elektromyogram) gemaakt.
Uw arts stelt neuropathie vast op basis van de symptomen en lichamelijk onderzoek (testen, gevoel, reflexen, trillingen en krachtsverlies). Soms wordt nog aanvullend onderzoek gedaan zoals een bloedonderzoek of geleidingsonderzoek van de zenuwen (elektromyografie).
Perifere neuropathie is ook een veelvoorkomende complicatie van plasmacelstoornissen, zoals multipel myeloom, amyloïdose, POEMS-syndroom (polyneuropathie, organomegalie, endocrinopathie, monoklonale gammopathie en huidveranderingen) en macroglobulinemie van Waldenström .
Voor het testen van de sensibiliteit van de voeten wordt geadviseerd de kop-puntdiscriminatie, de aanrakingszin met een watje en de vibratiezin met een stemvork van 128 Hz te testen. Voor het testen van de sensibiliteit kan men gebruikmaken van het Semmes-Weinstein-monofilament van 10 g.
Aerobische oefeningen, zoals wandelen, zwemmen of fietsen , kunnen de bloedsomloop verbeteren. Het stimuleren van de bloedsomloop is essentieel voor de behandeling van neuropathie.
Onzeker lopen bij een perifere neuropathie komt veel voor, omdat je dan niet goed je voeten kan voelen. Mensen met deze aandoening voelen dan ook veel minder goed de grond aan hun voeten bij iedere pas die ze maken. Ook is het evenwicht vaak verstoord, wat een vervelende combinatie is.
Prikkelingen en tintelingen: Sommige mensen met neuropathie ervaren prikkelingen, tintelingen of een gevoel van "spelden en naalden" in hun voeten. Verminderde balans en coördinatie: Beschadigde zenuwen kunnen de signalen naar de spieren verstoren, wat kan leiden tot problemen met balans en coördinatie.
Bloed- en urinetests kunnen een aandoening detecteren die polyneuropathie veroorzaakt, zoals diabetes, nierfalen of een traag werkende schildklier. Soms is een zenuw- of spierbiopsie nodig. Soms is polyneuropathie die de handen en voeten aantast de eerste indicatie dat mensen diabetes hebben.
De NHG-Standaard Pijn maakt geen onderscheid in de behandeling van diabetische neuropathie of polyneuropathie. De Standaard beveelt als eerste keus een TCA aan; als tweede keus gabapentine en als derde keus pregabaline of duloxetine 3.
Veel mensen met neuropathie voelen zich beter als ze uitgerust zijn en goed in hun vel zitten. Zorg dat u voldoende beweegt. Regelmatig bewegen, zoals wandelen, blijkt een gunstig effect te hebben op neuropathie na chemotherapie. Vermijd contact met kou, zoals kou uit de koelkast of buiten.
Er zijn ook snel beginnende, ernstig verlopende polyneuropathieën, maar deze zijn zeldzamer. Meestal zijn vooral de uiteinden van de lange zenuwen in armen en benen aangedaan. De verschijnselen beginnen in de tenen en voeten en kunnen zich later uitbreiden tot de onderbenen, de vingertoppen en handen.
Regelmatige lichaamsbeweging, zoals drie keer per week wandelen, kan neuropathiepijn verminderen, spierkracht verbeteren en helpen de bloedsuikerspiegel te reguleren . Zachte routines zoals yoga en tai chi kunnen ook helpen. Als u pijnlijke neuropathie in uw voeten hebt, kunt u een zwembadgebaseerde oefening proberen, zoals zwemmen.
Tips voor als je het moeilijk hebt door de neuropathie
Als je je somber, bang of boos voelt over de pijn, kan dit de pijn erger maken. Praat over je pijn met je partner, vrienden of familie. Ook lotgenoten kunnen je steunen. Je kunt ook met je huisarts praten.
Zacht, ademend materiaal zoals leer of speciale synthetische stoffen zijn ideaal voor schoenen die worden gedragen door mensen met neuropathie. Deze materialen zorgen ervoor dat de schoenen zich aanpassen aan de vorm van de voet, terwijl ze wrijving en druk op kwetsbare plekken minimaliseren.
Meest voorkomende zelftests voor neuropathie
Een van de meest voorkomende tekenen van neuropathie is een verlies van gevoel, of verminderd gevoel, met name in de extremiteiten. Als u zich zorgen maakt dat dit gebeurt, kunt u voorzichtig uw eerste, derde en vijfde teen op elke voet aanraken met een wijsvinger .
Tegen een doof of veranderd gevoel is geen behandeling mogelijk. Maar zenuwpijn en tintelingen door neuropathie zijn wel te behandelen. Bijvoorbeeld met medicijnen.
Het helpt om te ontspannen, waardoor men beter met de ziekte kan omgaan. Daarnaast verbetert het de bloed- en lymfecirculatie, waardoor het lichaam op celniveau beter gevoed wordt. Let op, heeft je klant diabetes met neuropathie, dan mag je niet masseren. Neuropathie betekent dat het gevoel is aangetast.
Bij neuropathie kun je last hebben van 1 of meer van deze klachten: een ander gevoel in je handen en voeten. pijn en pijnlijke tintelingen in je handen en voeten. minder spierkracht in je handen, voeten, armen of benen.
De eerste laboratoriumtests zijn erop gericht om onderliggende oorzaken uit te sluiten, waaronder een mogelijke infectie, stofwisselingsstoornissen en hersentumoren. Als er niets wordt gevonden, kan verder onderzoek, waaronder beeldvorming, zenuwgeleidingsonderzoek en analyse van hersenvocht (CSF) , nodig zijn.
Zenuwgeleidingsonderzoek (NCS) is een van de gouden standaardtechnieken voor het diagnosticeren van DPN (17). Het evalueert het voorkomen en de ontwikkeling van DPN door het vermogen van de perifere zenuw om elektrische signalen door te geven bij patiënten met DN te detecteren.