Hoe kun je met je kind de fijne motoriek trainen? Je kunt samen oefeningen doen. Denk dan aan knutselen en kleuren, prikken met een prikpen, kralen rijgen, maar ook schrijven, zelf tandenpoetsen en helpen in de keuken zijn goede oefeningen. Stimuleer de fijne motoriek van je kind spelenderwijs.
Veel en gevarieerd bewegen, stimuleert de motorische ontwikkeling van kinderen. Thuis en op de opvang zijn veel mogelijkheden om te bewegen. Denk aan buitenspelen, stoeien, loopfietsen en spelen met een bal.
Onder de fijne motoriek verstaan wij hetgeen men met zijn handen kan grijpen, manipuleren en loslaten. Het draait allemaal om de “fijne” bewegingen van de armen, handen en vingers. Denk hierbij aan knippen, plakken, tekenen of leren schrijven.Maar ook veters strikken en aankleden vallen onder de fijne motoriek.
Ze hebben te maken met de complexe coördinatie van je spieren, gewrichten en zenuwen. Bij fijne motoriek denken we vooral aan hand-, pols- en vingerbewegingen, zoals het oppakken van een voorwerp door het vast te pakken met je wijsvinger en duim . Maar je kunt ook fijne bewegingen maken met je voet, enkel en tenen.
Fijne motoriek: kleine bewegingen. De bewegingen van kinderen worden steeds preciezer. Je kind oefent kleine bewegingen van handen en vingers. Dit heet de fijne motoriek.
De fijne motoriek houdt bijvoorbeeld in: handelingen zoals knippen met een schaar, knoopjes losmaken, schrijven of kralen rijgen. De kleine bewegingen waar wat meer concentratie voor nodig is dus. Speelgoed dat de ontwikkeling van de fijne motoriek stimuleert is bijvoorbeeld constructiespeelgoed, zoals blokken.
,,Bij baby's die later hoogbegaafd blijken zien we dat ze een hoge mate van alertheid hebben en heel wijs de wereld in kijken, intens oogcontact maken en veel eerder dan zes weken bewust lachjes laten zien. Ook zie je snel een sterke eigen wil naar voren komen.
Fijne motoriek
Op 3- tot 4-jarige leeftijd leren kinderen bijvoorbeeld zelf met een vork eten en handen wassen. Ook kunnen ze steeds beter puzzels met meer stukjes maken.
Tussen twee en vier jaar leert je kind stap voor stap om kledingstukken los te maken, een rits te openen en een jas los te maken. Als je kind tussen drie en vier jaar is, gaat het knopen losmaken en kleren aantrekken, soms nog verkeerd om.
In de loop van de basisschool worden de fijne bewegingen van je kind steeds beter. Je kind leert bijvoorbeeld tekenen, schrijven, en met mes en vork eten.
Spelen met klei: Kleien is niet alleen heel leuk, het is ook erg goed voor de fijne motoriek. Door te spelen met klei, traint het kind zijn hand- en vingerspieren. Bolletjes draaien, slangen rollen of een leuk poppetje maken; laat de creativiteit de vrije loop.
Welke vaardigheden vallen onder 'fijne motoriek'? Hygiëne – tanden poetsen, haar borstelen, naar het toilet gaan .
Je kind oefent zijn motoriek door spelenderwijs te bewegen. Herhalen en variatie is hierin belangrijk. Wanneer je kind veel beweegspelletjes doet, krijgt het behoorlijk wat lichaamsbeweging.
Hoogbegaafde kinderen lopen vaak voor op hun leeftijdsgenoten in sociale en/of emotionele ontwikkeling. Ze spelen vaker alleen of niet op de manier zoals je dat gewend bent van andere kinderen. Bovendien gaan ze pas spelen als hun leerhonger voldoende gestild wordt.
Eet liefst meerdere porties vette vis (ansjovis, atlantische makreel, forelfilet, haring, niet rauw eten, wel als rolmops bv, sardines en zalm) per week tijdens je zwangerschap, maar ook als je borstvoeding geeft, om je kind een zo goed mogelijke ontwikkeling van de hersenen te geven en de kans op vroeggeboorte of een ...
Houterig bewegingspatroon, met daar tegenover opvallende motorische behendigheden. Bijvoorbeeld: kunnen klimmen en klauteren, maar niet kunnen springen. Dit contrast kan ook gelden binnen de fijne motoriek: geen veter kunnen strikken, maar heel vaardig zijn in een zeer creatief lego-bouwwerk.
Vanaf ongeveer 3 maanden kan je baby zelf speelgoed vasthouden bijvoorbeeld een eenvoudige rammelaar, een zacht doekje of zachte knuffels. Na ongeveer vier maanden gaat je baby grijpen en voorwerpen vastpakken. Wanneer kinderen iets kunnen vastpakken, vinden ze steeds grotere dingen leuk.
Onder de verschillende toepassingen hebben onderzoekers PT gebruikt om motorische vaardigheden vloeiend te leren. Precisieleraren bouwen vaak frequenties op de Big 6 + 6, waaronder reiken, aanraken, wijzen, plaatsen, grijpen, loslaten, duwen, trekken, schudden, knijpen, tikken en draaien (Binder, Haughton & Bateman, 2002; Desjardins 1995).
Als je kind vier jaar oud is kan hij al veel: steeds beter binnen de lijntjes kleuren, een papier in een driehoek vouwen en een beker melk inschenken zonder te morsen. Natuurlijk gaat het soms mis, misschien kan je hem dan even helpen.