- De linker remhandel (S) bedient de achterrem, de rechter remhandel (D) bedient de voorrem. Nooit gas geven (Q) en remmen (S en D) tegelijkertijd. - Bij het rechterhandvat (P) zit de startknop, te bedienen met uw duim nadat U links de remhandel (S) hebt aangetrokken, deze blijven inhouden totdat de scooter loopt.
Wanneer je hard moet remmen en je alleen de voorste rem inknijpt, kan het voorwiel blokkeren. De kans dat je onderuit gaat en ten val komt, is dan groot. Daarom is remmen met het achterwiel de norm. De voorrem is bedoeld voor bijremmen wanneer dit nodig is.
Buig bij het remmen uw knieën, strek uw armen lichtjes uit en leun achterover . Dit is om de balans van de scooter zo recht mogelijk te houden wanneer u remt en te voorkomen dat u over het stuur vliegt. Het is uiterst belangrijk om te begrijpen en te weten wat voor soort remmen uw e-scooter heeft en hoe ze werken.
Bij het vertragen om te stoppen de volgende volgorde aanhouden: Eerst gas loslaten (dus afremmen op de motor), daarna remmen met de voetrem (remsysteem) en niet voor de 1000 toeren de koppeling in te trappen.
- De linker remhandel (S) bedient de achterrem, de rechter remhandel (D) bedient de voorrem. Nooit gas geven (Q) en remmen (S en D) tegelijkertijd. - Bij het rechterhandvat (P) zit de startknop, te bedienen met uw duim nadat U links de remhandel (S) hebt aangetrokken, deze blijven inhouden totdat de scooter loopt.
Druk geleidelijk op het rempedaal in plaats van abrupt, zodat het voertuig op een gecontroleerde manier vertraagt. Dit minimaliseert slijtage aan de remmen en vermindert de kans op verglazing van de remblokken. Gebruik beide remmen: Maak gebruik van zowel het rempedaal als de motorrem om het voertuig af te remmen.
Houd je ogen op de weg voor je en kijk niet naar je voeten of telefoon terwijl je rijdt. Rijd met een comfortabele snelheid en houd altijd de controle over je scooter. Blijf op aangewezen trottoirs en andere veilige plekken om te scooteren. Oefen het scooteren in een open, veilige omgeving, zoals een park of binnenplaats.
De meeste scooters starten op de volgende manier: je steekt eerst de sleutel in het slot en draait deze zodat de scooter 'aan' staat. De tellers en verlichting zie je dan al reageren. Knijp vervolgens de rem aan de linkerkant in en druk de startknop aan: de scooter start!
Iedere elektrische scooter is uitgerust met twee remmen: een voorrem en een achterrem. Zoals de namen al doen vermoeden, heeft iedere rem invloed op een ander deel van de scooter. Je stopt je achterste wiel met de achterrem, terwijl je met de voorrem het voorste wiel blokkeert.
Schijfremmen zijn het beste en veiligste type rem voor elektrische scooters en worden aanbevolen door ESG. Ze bieden een sterke remkracht in zowel natte als droge omstandigheden. Bovendien zijn ze lichtgewicht, betrouwbaar en eenvoudig af te stellen.
Hoeveel remmen moet er door elke rem worden gedaan? De optimale verhouding op een droge weg is: 70% voor, 30% achter . De reden hiervoor is dat, wanneer u remt, het grootste deel van het gewicht van de scooter en de rijder op het voorwiel wordt overgebracht.
Antiblokkeerremsysteem : verbeterde veiligheid
Antiblokkeerremmen (ABS) bieden verbeterde veiligheid door te voorkomen dat wielen blokkeren tijdens noodstops. Dit helpt uw elektrische scooter stabiel en onder uw controle te houden terwijl u plotseling remt, waardoor u het risico op ongelukken vermindert.
Als je aan het scooteren bent en plotseling wilt stoppen, gebruik dan de voet die op de grond staat.Zet hem plat neer en druk hard om te remmen . Houd bij het afdalen van heuvels altijd één voet op de rem en verplaats je gewicht naar de achterkant van het dek. Ten tweede, controleer je snelheid.
Leren rijden op een scooter kan best tricky zijn, wat ook het geval kan zijn als je voor het eerst bingo online speelt. Je moet immers alle functies onder de knie krijgen voordat je veilig met je scooter de weg op kunt gaan. Je denkt misschien dat scooteren hetzelfde is als fietsen, maar dit valt nog best vies tegen.
Probeer het achterwiel de grond te laten raken. Zodra je de scooter zo ver mogelijk naar achteren hebt, duw je hem met je handen en voeten naar voren en gebruik je het voorwaartse momentum om de scooter van de standaard af te duwen. Als het niet werkt, wieg je weer naar achteren en probeer je het nog een keer.
Niet met brommer, bromscooter of speedpedelec op fietspad
Bord fiets/bromfietspad. U mag met uw brommer, bromscooter of speedpedelec niet op het fietspad, maar alleen op een fiets/bromfietspad. Als dat er niet is, moet u op de rijbaan.
Een veelvoorkomend probleem bij een scooter met elektrische start problemen is vaak een lege of te zwakke accu. Heeft de scooter lang stilgestaan, dan kan de accu zo langzaamaan leeg geraakt zijn. Mocht de kickstart op de scooter wél werken, dan is vermoedelijk de accu leeg. Een garage kan de accu weer voor je opladen.
Rijd indien mogelijk 's ochtends vroeg, zodat u de weg kent en wat zelfvertrouwen krijgt . Rijdt u in het echte verkeer, doe het dan rustig aan, zorg dat u snel kunt stoppen zonder uw evenwicht te verliezen en houd wat afstand tot het voertuig voor u. U krijgt zelfvertrouwen als u begint met rijden.
De medewerker meldt uw kenteken af in het kentekenregister en geeft u een vrijwaringsbewijs. Dit is het bewijs dat het voertuig niet meer op uw naam staat. Bel uw verzekeringsmaatschappij en zet de verzekering stop.
Sturen door draaien en leunen
Om een elektrische scooter te besturen, zijn er verschillende technieken, afhankelijk van uw snelheid. Bij lage snelheden kunt u het stuur draaien om te sturen, waarbij u de richting van het voorwiel controleert. Wanneer u echter harder dan 5 mph rijdt, is het effectiever om in bochten te leunen.
Met het grootste deel van het gewicht van uw voet op de vloer, draait u uw voet naar voren om lichte druk op het rempedaal uit te oefenen. Oefen geleidelijk meer druk uit totdat u weerstand voelt van de remmen die aangrijpen en uw auto begint te vertragen. Blijf lichte druk uitoefenen om de auto te vertragen of te stoppen indien nodig.
Het remsysteem is je belangrijkste veiligheidsfunctie. Het gebruik van de rem gaat vaak samen met de koppeling, vooral bij het tot stilstand komen. Onthoud de volgorde: eerst de rem, dan de koppeling, om te voorkomen dat de auto abrupt stopt of de motor afslaat.
De rem bedien je met je rechtervoet. Druk het pedaal in om te vertragen of te stoppen. Hoe harder je drukt, hoe sneller de auto zal stoppen.