Bij een lumbaalpunctie prikt de arts met een dunne holle naald tussen twee wervels in de onderrug om wat hersenvocht weg te nemen. Hersenvocht is het vocht dat om de
Er wordt niet in het ruggenmerg zelf geprikt. De prik door de huid doet soms wat pijn, maar het afnemen van het vocht is niet pijnlijk en daarom wordt er bij een lumbaalpunctie niet verdoofd. Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten. In het algemeen is een lumbale punctie een veilige en weinig belastende handeling.
Bij een ruggenprik wordt met een dun naaldje hersenvocht uit het onderste gedeelte van het wervelkanaal afgenomen voor onder- zoek. Dit hersenvocht wordt in het laboratorium onderzocht op bijvoorbeeld aanwezigheid van bacteriën, bloed, suiker, eiwit en cellen.
Een lumbaalpunctie doet meestal geen pijn. De prik in uw rug is te vergelijken met de prik in uw arm als uw arts bloed afneemt. Er zijn 2 situaties wanneer de lumbaalpunctie wel even pijn kan doen: De prik raakt een zenuw.
Uitslag van het onderzoek
Het laboratoriumonderzoek duurt soms enkele dagen tot weken; dit is afhankelijk van wat er onderzocht moet worden. De infectioloog bespreekt met u de uitslag.
Lekkages van hersenvocht in de ventrale wervelkolom hebben de neiging chronisch te worden en, indien aanwezig gedurende vele jaren, worden ze in verband gebracht met verschillende neurologische complicaties, zoals niet-aneurysmatische intracraniële subarachnoïdale bloedingen.
Verschijnselen. In geval van lekkende hersen- en ruggenmergvloeistof is er hevige hoofdpijn die tijdens het zitten toeneemt en bij het liggen afneemt. Er kan hersenvloeistof naar buiten lopen via de oren (aurale liquorroe) of neus (nasale liquorroe).
Afhankelijk van de reden voor de lumbaalpunctie wordt eventueel bloed afgenomen na het onderzoek. De dag van én de dag na de lumbaalpunctie wordt u verzocht voldoende rust te nemen en zeker niet zwaar te tillen. De liquor die de arts tijdens de lumbaalpunctie verwijderd heeft, moet uw lichaam opnieuw aanmaken.
U zult wat druk voelen terwijl de naald wordt ingebracht . U moet absoluut stil blijven tijdens het inbrengen van de naald. Het CSF zal uit de naald beginnen te druppelen en een kleine hoeveelheid, ongeveer een eetlepel, zal in reageerbuisjes worden verzameld.
Dit wordt gedaan door met een dunne holle naald van ongeveer 10-15 cm lang tussen de lendenwervels door in de liquorruimte te prikken en vervolgens daar wat hersenvocht af te tappen.
Ongeveer 30% van de mensen krijgt na de prik hoofdpijn Bedrust voorkomt het ontstaan van hoofdpijn niet. Daarom hoeft u na de prik geen rust te houden. Mocht u wel hoofdpijn krijgen (soms enkele dagen later pas) dan is het advies wèl bedrust te houden.
Hoe kan je het herkennen? De persoon klaagt van hoofdpijn, misselijkheid en braken (vooral 's ochtends). Meestal treden ook geheugenproblemen, traagheid en slaperigheid op. Evenwichts- en gezichtsstoornissen komen ook voor.
Een shunt is een dunne buis die het extra CSF uit de ventrikels van de hersenen afvoert. De shunt voert het CSF af naar andere delen van het lichaam, waar het wordt geabsorbeerd. Shunts zijn meestal plastic en klein, ongeveer 0,3 cm (3 mm) in doorsnee. Ze hebben kleppen zodat vloeistof vanuit de hersenen naar beneden kan stromen, maar niet de andere kant op.
Meestal verloopt een lumbaalpunctie zonder complicaties.Eén op de vijf mensen krijgt na het onderzoek last van hoofdpijn, die vaak overgaat als u plat op uw rug gaat liggen.
Een schedelbasisfractuur aan de voorkant van uw schedel kan in het dak van de neusholte zitten. Er kan een opening ontstaan tussen de neusholte en de inhoud van de schedel. U verliest dan hersenvocht (liquor) uit uw neus. Dit kan gevaarlijk zijn, omdat er bacteriën vanuit uw neus in het hersenvocht komen.
Blijf na de punctie een uurtje plat liggen, hierdoor heb je minder last van bijwerkingen. Cafeïnehoudende dranken (koffie, cola) kunnen helpen om de hoofdpijn te verminderen. Veel drinken bevordert de liquorproductie.
Bij een ruggenprik wordt een monster hersenvocht uit het wervelkanaal afgenomen. Bij spinale anesthesie wordt medicatie in het wervelkanaal gespoten om de zenuwen in de onderste helft van het lichaam te verdoven. Als er hersenvocht door de kleine prikplek lekt , kunt u last krijgen van hoofdpijn.
Hersenvocht is het vocht dat om de hersenen en ruggenmerg heen zit. Er kunnen veel redenen zijn om een lumbaalpunctie uit te voeren. Het hersenvocht wordt onderzocht op samenstelling. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar een ontsteking, kankercellen, een doorgemaakte bloeding en/of een verhoogde hersendruk.
Externe liquordrainage doen we ook als er hersenvocht lekt. Dat gebeurt als het vlies rondom de hersenen of de ruggenmergzenuw is beschadigd. Bijvoorbeeld door een operatie, ongeval of een infectie. Door het hersenvocht af te voeren vermindert de druk en kan het vlies zich herstellen.
Het is goed om na de ingreep cafeïnehoudende dranken te drinken, zoals koffie en cola. Veel drinken bevordert de liquorproductie.
CSF wordt geproduceerd met een snelheid van ongeveer 500 ml/dag; er zijn schattingen dat er ongeveer 125 ml tot 150 ml CSF in het lichaam aanwezig is op elk willekeurig moment. Afhankelijk van de snelheid van productie en absorptie (die individueel varieert), kan de voorraad CSF ongeveer elke 7,5 uur worden vervangen.
Dit kan veroorzaakt zijn door een hersenvliesontsteking of door een bloeding in de hersenkamers of een bloeding tussen de hersenvliezen; subarachnoïdale bloeding kortweg SAB. Het kan echter ook aangeboren zijn. De aangeboren variant van hydrocefalus komt voor bij 1 op de 500 baby's.
Bij het liquorhypotensie syndroom zit er te weinig vocht rond je hersenen en ruggenmerg. Hierdoor is de druk in je hersenen te laag en zakken ze iets omlaag. De klachten van dit syndroom verschillen erg per persoon. Zo kun je last hebben van hoofdpijn, nekpijn, misselijkheid en duizeligheid.
Een enkele keer komt het voor dat uw neuroloog wil nagaan of er lekkage is van hersenvocht naar de neus of oren. In dat geval krijgt u watjes in de neus en oren geplaatst en worden bloedmonsters afgenomen.De watjes en bloedmonsters worden daarna gemeten op radioactiviteit in speciale tel-apparatuur.