Wanneer we getallen bij elkaar optellen, noemen we die getallen de termen van de optelling. De uitkomst van de optelling noemen we de som.
De 2 getallen die je bij elkaar optelt of aftrekt, noem je termen. De uitkomst van een vermenigvuldiging noemen we een product, van een deling een quotiënt.
Het getal, dat je deelt, heet het deeltal. Het getal, waardoor je deelt heet de deler. En de uitkomst van de deling (je mag ook deelsom zeggen) heet het quotiënt (spreek uit: ko-sjent).
Als je een negatief getal ergens bij optelt, moet je het getal ervan aftrekken. Je kan het dus gewoon zien als een aftreksom.
9 is de som van de getallen 2 en 7.
Als je 2 getallen bij elkaar optelt dan heet dat in de wiskunde een som. Als we kijken naar 4 + 5, dan zijn 4 en 5 de termen.
Net als bij een breuk is een procent een deel van een geheel. Bij een taart die in 6 stukken is verdeeld, heten de 6 stukken één zesde. Je kunt ook 1/6, zeggen: een deel van de 6 stukken.
Formeel is het getal dat wordt afgetrokken bekend als de subtrahend , terwijl het getal waarvan het wordt afgetrokken de minuend is. Het resultaat is het verschil.
Gehele getallen optellen. Wanneer we getallen bij elkaar optellen, noemen we die getallen de termen van de optelling. De uitkomst van de optelling noemen we de som.
Een persoon met bloedgroep 0 kan alleen bloed ontvangen van bloedgroepen 0-positief of 0-negatief (afhankelijk van de rhesusfactor). Iemand met bloedgroep 0 heeft antistoffen tegen de bloedgroepen A en B, en kan deze dus niet ontvangen. Lees alles hierover op onze pagina over bloedgroepen.
Voorstanders van de staartdeling zeggen dat een van de redenen voor de tegenvallende resultaten van rekenen bij kinderen komt omdat zij de staartdeling niet meer leren. De meest voorkomende nadelen van de hapmethode zijn volgens hen: Onhandig en omslachtig rekenen juist omdat het geen systematische methode is.
De eerste 25 priemgetallen zijn: 2, 3, 5, 7, 11, 13, 17, 19, 23, 29, 31, 37, 41, 43, 47, 53, 59, 61, 67, 71, 73, 79, 83, 89, 97.
Als je getallen vermenigvuldigt dan noem je de uitkomst product. De getallen noemen je dan factoren. Je kunt dus zeggen dat 12 het product is van 3 en 4.
Het getal dat vermenigvuldigd moet worden, is de " multiplicand ", en het getal waarmee het vermenigvuldigd wordt, is de "multiplier".
dan noemen we het deeltal, de deler, het quotiënt en de rest. Als de nulveelterm is zegt men: is deelbaar door en is een deler van .
Het beste antwoord
Het woord tafel is in dit verband verwant aan tabula, tabel. En als je een tafel onder elkaar opschrijft, heb je een mooi tabelletje, met links hoeveel keer, in het midden wat en rechts de uitkomst. Het zijn dus gewoon rijtjes / tabelletjes met sommetjes er in.
Wat is een som? Een wiskundige som of rekensom is het resultaat van het optellen van twee of meer getallen. Het is de som van de getallen die bij elkaar zijn opgeteld. Bijvoorbeeld, de som van 3 en 7 is 10 .
Alle priemgetallen met uitzondering van 2, zijn noodzakelijkerwijs oneven. Anders konden ze door 2 worden gedeeld en waren het geen priemgetallen. De som van twee oneven getallen is een even getal, bijvoorbeeld 159 + 73 = 232. Het product van twee oneven getallen is weer oneven, bijvoorbeeld 13 × 21 = 273.
32 en 758 zijn voorbeelden van rationale getallen. 1/3 en 40/5 zijn breuken en ook voorbeelden van rationale getallen. √3 is geen rationaal getal, omdat deze niet als breuk te schrijven is en een oneindig aantal niet-repeterende decimalen heeft wanneer uitgeschreven.
Het deel waarmee je begint heet de minuend.Het deel dat je weghaalt heet de subtrahend.Het deel dat overblijft na aftrekking heet het verschil . In het probleem 5 - 3 = 2 is het getal 5 de minuend, het getal 3 is de subtrahend en het getal 2 is het verschil.
Het antwoord in een aftreksom wordt het ' verschil ' genoemd.
Het aftrekken van 7 van 9 betekent -2 .
1/2 deel van 12 is dus 6.
Het antwoord is dus 32.
Kwart is de benaming voor het breukgetal 1/4 (¼), dus een gedeeld door vier. Deelt men iets in vier gelijke delen, dan is elk deel een kwart.